Trots en stoefen

Zoals alle ouders ben ik trots op mijn kinderen.

Het is zo leuk hun evolutie en vooruitgang te zien en, zelfs als je dat niet echt wil, toch vergelijk je. Bewust, onbewust, maar doen doe je toch.

De eerste vergelijking (voor mij toch) gebeurde met de boekjes van De Bond “Ik word x maand”. Je kijkt naar de ontwikkeling van een gemiddelde baby en vergelijkt wat jouw baby van de opgesomde puntjes wel of niet kan.

Wij zijn altijd al gelukzakken geweest op dat vlak: alle vier onze kinderen deden tijdig (en zelfs meestal voortijdig) wat de gemiddelde baby kon. We moesten ons dus nooit zorgen maken, ook al wordt in de boekjes specifiek gezegd dat die gemiddelde baby niet bestaat.

Waar ik problemen mee heb is zuiver iets aan mezelf. Een kantje van mezelf dat ik eigenlijk helemaal niet wil. Moest ik het kunnen uitknippen, dan doe ik het onmiddellijk.

Want het is één ding om je kind te vergelijken met een gemiddeld, onbestaand, ander kind, het is een heel ander ding om dat te doen met bestaande kinderen. Elk kind is immers zo specifiek en origineel en eigenlijk absoluut niet vergelijkbaar, dat je dat dus eigenlijk niet zo mogen doen.

Is het iets dat ik alleen doe? Ik betwijfel het, maar ik heb er toch een hekel aan dat ik het doe.

Het is me vooral opgevallen dit jaar met Zelie die naar het eerste studiejaar ging. In de kleuterschool is er eigenlijk niet zoveel te vergelijken. De kinderen schilderen en maken knutselwerkjes, ze leren liedjes, maar als ouder krijg je geen rapport om de evolutie van je kind te vergelijken met de andere kinderen.

Sinds vorig jaar zijn er nu de rapporten voor Zelie en kan je beginnen vergelijken en dat doe ik niet altijd op een positieve manier.

Het meest last heb ik om mezelf in te houden als andere ouders zeggen “mijn kind is het best in x” om dan niet te zeggen “het mijne is beter in y” want, ik meen het, ik vind het fantastisch dat dat ander kind fantastisch is in x.

Maar er is altijd die neiging om dan ertegenop te stoefen door te zeggen dat mijn kind beter is in iets anders. EN DAT MAG NIET! Door dat te doen is het alsof het niet belangrijk is dat een ander kind ook (zeer) goed is in iets, en dat is het wel.

Dus bijt ik op mijn tanden en als het moment wel juist is zal ik dan ook wel stoefen dat mijn kind zeer goed is in iets, want uiteindelijk wil ik ook mijn trots tonen op mijn kind, zoals elke ouder zeker 😀

3 gedachten over “Trots en stoefen”

  1. Er is dus niets mis met het gezegde: “Mijn kind, schoon kind”. (Het werkt nog steeds door de eeuwen heen.)
    Maar er is dan ook niets mis mee om trots op Uw kinderen te zijn. Het omgekeerde zou pas verontrustend zijn. Go San !

  2. “Mijn kind schoon kind” vind ik al erg genoeg, ook al bezondig ik mij daar wel aan (welke ouder niet) maar “mijn kind, beter kind” het is daar dat ik het ervan krijg. Maar ik weet het dus ik let erop: zelfkennis is het begin van alle wijsheid hé 😀

Geef een reactie