De tol

Voor vandaag had de klasafgevaardigde van de klas van Zelie een boswandeling georganiseerd zodat de ouders elkaar ook eens zouden leren kennen. De afspraak was in het Kluisbos en er was een zeer goede opkomst: zo’n 15 ouders en 21 kinderen.

Anna was op weg ernaartoe in slaap gevallen en dus had ik haar zo lang mogelijk in de auto gelaten. Toen de groep besloot te vertrekken ging ik dus eerst Anna halen om haar in de buggy te stoppen. Tegen dat ik klaar was met haar over te hevelen (ze bleef gelukkig slapen) en haar in te pakken bleek, toen ik de groep wou vervoegen, dat die al vertrokken was.

Hmm. Daar stond ik dus. Met Jan en een slapende Anna. Louis en Zelie waren duidelijk met de kinderen meegegaan. De vraag was: welke richting uit: links, rechtdoor of rechts. Eerst even rechts gegaan, maar dat leek onwaarschijnlijk. Dan eventjes een eindje rechtdoor, in het bos, maar ik had zo de indruk dat ze niet direct die weg zouden genomen hebben: er was nog een moeder bij met een buggy.

Uiteindelijk links gegaan. Op het gemak, met Jan naast mij, die het eigenlijk allemaal nogal grappig vond en vrolijk langs de kant in de bladeren huppelde. Met de gedachte: als ik ze niet vind, dan nog kunnen we moeilijk in de kou stil blijven staan en dus maken we dan onze eigen wandeling. En toen kwam ik aan een kruispunt en had ik toch een beetje geluk: uit beide tegenovergestelde richtingen kwamen mensen lopen en dus kon ik hen vragen of zij de groep niet gezien hadden.

Bij het eerste koppel aan wie ik het vroeg was het al prijs: ja, zij hadden de groep tegengekomen. Aangemoedigd door dit geluk stak ik een tandje bij: misschien konden we ze toch nog inhalen want wie weet, misschien hadden ze ondertussen al door dat wij er niet bij waren.

We moesten ongeveer de stijlste helling op van gans het bos en net toen ik van plan was om het op te geven hoorde ik achter mij ‘Bent u de mama van Zelie?’ Eén van de papa’s was mij komen zoeken en met de walkie talkie in de hand liet hij de anderen weten dat wij terecht waren. Hij heeft ook de buggy die laatste meters naar boven geduwd zodat ik mij kon concentreren om gewoon boven te geraken. Allez, dat én Jan naar boven meetrekken.

De rest van de wandeling liep zonder problemen. Enfin, als je niet meerekent dat een Maclaren buggy niet gemaakt is om door het bos gesleurd te worden, dat ik al ettelijke dagen (of zijn het weken? Ik ben de tel kwijt) doodmoe loop, dat ik eigenlijk toch wel al drie dagen ziek ben (zeer zware verkoudheid met koorts), dat ik geen conditie heb, dat ik ook Jan moest meetrekken, dat mijn bekken dag per dag meer en meer pijn doet … Tijdens de wandeling is het er dus niet echt van gekomen om met veel andere ouders te babbelen, maar het is af en toe toch wel gelukt.

Na een wandeling van een goed uur hebben we ons te rusten gezet in een etablissement aldaar (op voorhand gereserveerd en aan het volk te zien ook nodig) en heb ik eindelijk op mijn gemak iets kunnen drinken, een pannenkoek gegeten met de andere volwassenen (de kinderen waren eerst bediend en eens de pannenkoeken op zijn ze als een pijl uit een boog weggeschoten om in de speeltuin te gaan spelen) een babbelke of twee, drie, … kunnen slaan met de volwassenen.

’t Was een zeer leuke namiddag, de kinderen hebben rondgelopen en gespeeld tot ze er bij neervielen en ik was ondertussen geradbraakt.

Maar uiteraard was het niet gedaan na het uitje. Als ge zo dicht bij Oudenaarde zit en er eigenlijk moet passeren om naar huis te gaan, laten de kinderen mij natuurlijk niet toe om door te rijden zonder langs tante Sofie en nokel Andy te gaan. Dus daar nog even binnengesprongen en heel blij ook: goed nieuws gehoord maar daarover later eens meer. Maar vooral, weer eens kunnen bijkletsen en dat was hoognodig.

Het resultaat is dus dat ik, eens thuis, de kinderen overgelaten heb aan Michel, mijn piyama aangedaan heb en mij in de zetel laten pletsen heb om er niet meer uit te komen. ‘k Zou niet meer kunnen zelfs moest ik willen. Straks mijn agenda voor de komende weken eens deftig bekijken en eindelijk die afspraken maken bij mijn zus voor mijn bekken want het is soms echt niet meer te houden van de pijn. Op het eerste zicht ziet het er een stuk minder hectisch uit dan de laatste weken, dus het moet nu wel lukken.

3 gedachten over “De tol”

  1. san,je buggy is niet gemaakt voor door het bos te wandelen,maar hij is wel de beste onder alle buggys he!Ik bewaar mijn Mac laren piepklein kinderwagentje(25joud)veilig op de zolder,ik was er zot van en ik kon er zelfs mee op den tram toen.Je hebt een leuk gezin!!!

Geef een reactie