Doelstelling
Af en toe schiet ik wel eens in gang, maar volhouden doe ik het nooit. Als je iets niet graag doet dan lukt het niet zo om vol te houden.
Strijken. Oervervelend is dat en ik haat het. Of neen, ik haat het niet, zo erg vind ik het nu ook weer niet, maar plezant is anders. Nu en dan strijk ik eens een machine of twee, meestal net genoeg om , maar als je zo’n vier tot zes machines per week wast, is dat gelijk een druppel water op een hete plaat: je merkt er amper iets van.
Vorige week zaterdag was er het turnfeest van Zelie en ze had absoluut één bepaald T-shirt nodig. Met de berg strijk die hier ligt was het zoeken naar een naald in een hooiberg en dat was een beetje de druppel. Ik ben dus de strijk beginnen sorteren per kind.
De drie kinderen werden in een halve cirkel uitgespreid en als ik hun naam riep, moesten ze hun kleren vangen en op één hoopje leggen (Zelie kreeg de hare én die van haar zus). Zaterdag hadden we niet genoeg tijd en het T-shirt had ik niet gevonden (heb er ’s avonds dan maar een nieuwe gekocht), maar zondag hebben we deftig voortgedaan en tegen de middag lagen hier vier hopen kleren in het midden van de living (een vijfde, met mijn en Michel zijn kleren, lagen in een hoek).
Sindsdien heb ik mijzelf tot doel gesteld de kleren te strijken en ik ben begonnen met Louis zijn kleren. Vandaag zat ik door zijn hoop. Gelukkig hebben wij hopen kleren van vrienden gekregen en zo, zodat ik er eigenlijk, ondanks de berg strijk, altijd voldoende had, maar nu merk ik pas weer hoeveel kleren we wel hebben: zijn kasten geraken nog met moeite dicht.
Nu aan Jan zijn kleren begonnen, daarna Anna en dan Zelie (en als ik nog moed heb, de onze). Ik denk dat ik er deze keer misschien zal geraken: ik laat de kleren gewoon op de hoopjes in de living liggen en zo wordt ik er telkens mee geconfronteerd. Hard maar noodzakelijk.
Allez ju paard! Voortdoen!
