Archive for Thursday 27 March 2008
Thema 4: Huis van een wijf
En zo zijn we ondertussen al aan de vierde dag. Over de helft van de week, zoals dat heet en zo doen we er nog een schepje bovenop. Nog een paar, uiteindelijk, maar alles begint bij één, nietwaar.
Mijn huishouden, daar gaan we nu eigenlijk eens niet over schrijven. Want ik ben geen typisch wijf daarin. Mijn huishouden is namelijk een ramp.
Ooit wel. Ooit was ik een kei in het huishouden. Al sinds dat ik een kind was kon je mij vinden in de keuken, kijkend hoe mijn moeder de voorbereidingen voor het eten trof, het koken zelf deed, de tafel dekte, afruimde achteraf, … En het bleef uiteraard niet bij kijken. Van zodra mijn moeder genoeg vertrouwen in mijn (on)handigheid had mocht ik helpen. Groenten wassen en snijden, tafel dekken, helpen afruimen, …
Mijn hulp beperkte zich niet alleen tot de keuken: regelmatig schuren, dweilen, afstoffen, … kortom, helpen in het huishouden, was mij niet vreemd. Ik moet hier ook niet overdrijven hoor: wij hadden een kuisvrouw thuis, want ondanks de keukenprinses die mijn moeder was, zij was ook een vrouw met een voltijdse (zelfstandige) job en drie kinderen, en dus moest er gedelegeerd worden. Maar waar wij konden, moesten wij helpen en ik deed dat zelfs wreed graag.
Die liefde voor netheid en zorgen dat alles er proper bij lag ging zelfs ver. Mijn ouders hadden hun eigen ‘winkel’ en eens per jaar nam ik die onder handen: alles uit de kasten halen, de kasten uitwassen, alle doosjes en potjes afstoffen/-kuisen/-wassen en alles er terug in steken. De buitenkant van de kasten en schuiven werden ook onder handen genomen en alle glazen deuren en legplanken mochten ook niet vergeten worden. Daarna de tapijten stofzuigen en alles wat nodig was zodat alles op en top in orde was. Geen hoek werd overgeslagen, geen kier werd gemist, geen rand had nog vuiligheid. Als ik iets deed, dan deed ik het meer dan grondig.
Nu moet ge hier geen obsessieve handelingen in zien. Ik heb nooit smetvrees gehad en als er iets niet proper lag dan kon ik gerust de boel de boel laten. Maar als ik het in mijn kop kreeg om te kuisen, dan moest het grondig gedaan worden. Half werk, dat was niet aan mij besteed.
Wanneer is het misgegaan? Ergens in mijn studententijd en meer specifiek nadat ik de wederhelft leerde kennen. Waar ik zo proper was, zo slordig is hij en na een tijdje heb ik het opgegeven. Want mijn studies, die waren niet voor kuisvrouw, voor manusje van alles, voor strontraper achter de trein. In mijn opleiding zat niet ‘hoe verander ik een sloddervos in iemand die een handje toesteekt’ en dus heb ik dat vak laten vallen.
En nu ben ik volledig gebuisd in het vak ‘huishouden’. Behalve een weerspannige wederhelft zijn er nog een hoop factoren die die buis in de hand werken, want het is eigenlijk nooit zo erg geweest als sinds we verhuisd zijn naar dit huis. Voor we hier kwamen wonen was het nooit zo’n chaos.
Andere factoren zijn:
- vier kinderen: geloof het of niet, maar die vragen soms toch wel wat tijd en aandacht
- een vier-vijfde job waardoor ik mijn ‘vrije’ tijd liever aan mijn kinderen besteedt dan aan het huishouden;
- hobbies dus zoals daar zijn lid van de oudervereniging op de school van de kinderen; klinkt saaier dan het is want het is een wreed wijze bende daar op de oudervereniging en menige vergadering wordt op café afgesloten in de vroege uurtjes
- redactielid van Gentblogt, een blog dat alle inzet verdient om niet te spreken van de plezante ploeg erachter,
- vriendschappen onderhouden: een sociaal leven hebben, daar kruipt ook serieus wat tijd in en daar offer ik mij graag voor op
Als het leven zo leuk kan zijn, wie wil zich dan begraven in het huishouden? Saaie altijddurende taken waar nooit een einde aan komt: kuisen, strijken, afstoffen, opruimen, … Bah!
De oplossing voor dit probleem is zo simpel als ge maar kunt bedenken: mijn moeder achterna en hulp in het huishouden zoeken. Zoeken, juist, want tot nu toe hebben we er geen. In het verleden hebben we al een paar poetshulpen gehad, maar twee ervan zijn er mee opgehouden wegens moedeloos worden omdat hier geen opbergruimte is en dus ziet ge amper dat er hier gekuist is geweest. Een derde is gewoon gestopt met poetshulp te zijn. En dus zitten wij tegenwoordig zonder hulp.
Maar er is hoop op verbetering. Niet dat ik mij meer ga inzetten in het huishouden. Vergeet het. Ik zou zot moeten zijn om mijzelf op te sluiten met die vervelende taken. Maar wij gaan (nog eens) verbouwen en er komen eindelijk kasten in huis. Veel kasten. Hopen kasten. En kasten, dat betekent opbergruimte. En als alles opgeruimd en weggestoken kan worden, dan kunnen we eindelijk weer iemand ‘lokken’ om te komen helpen. Want dan lijkt het zo hopeloos niet meer om hier te komen kuisen.
Ondertussen blijft het hier een zooitje maar na al die jaren ben ik erop getraind om het niet meer te zien ![]()



