Padaboem

’t Is blijkbaar de moment van accidenten: eerst mijnen vinger en nu de bal van mijn hand en mijn gat.

Toen ik van het werk naar het station fietste ben ik namelijk gevallen. Stom. Zoals gewoonlijk. Een beetje te gehaast, een andere fietser willen voorbijsteken in een bocht, niet zien dus dat er een fietser van de andere kant kwam (het was een eenrichtingsstraat dus er ging zeker geen auto tegenkomen), zowel de fietser die ik voorbij stak als de tegenligger willen/moeten ontwijken en recht de bordure op: padaboem.

Geland vlak op mijn rechterbil en de bal van mijn hand en hoe langer geleden het is gebeurd, hoe meer zeer het begint te doen. ’t Zal een serieuse blauwe plek worden (of toch zeker twee), maar voor de rest geen schade, niet aan het lichaam en niet aan de fiets. ‘k Was wel serieus geschrokken en de twee andere fietsers ook, die nog zo vriendelijk waren om te blijven wachten tot het ergste gebeef voorbij was.

Haast en spoed en alles.

Het plan was om vanavond te fietsen naar de plaats van de vergadering maar het zal de auto worden want Michel heeft mij het beste excuus gegeven: hij heeft een kapotte band en kan dus niet fietsen en gezien het toch een paar kilometer verder is en Michel het moeilijk heeft om lang te wandelen … Maar ik ben er niet treurig om.

Het andere plan was om morgenvroeg met de kinderen naar de schoonouders te fietsen: zij hebben nog een dagje vrij van school en mamie en grandpère willen van babysit doen. Maar ik ga dus eerst eens afwachten hoe veel pijn het morgen allemaal nog gaat doen en dan een beslissing nemen.

Geef een reactie