Vermoeiend

Sinds Louis weg is vind ik Jan zeer vermoeiend. Alles wat hij ziet, wil hij hebben. Of het nu om een ijsje gaat of kleren of drinken of …, dus buiten de deur komen is een opgave en een constant neen-zeggen. Ook thuis is het constant ‘ik wil’. Geen vijf minuten kan of wil hij zich bezighouden met iets of hij vraagt al naar iets anders. Het is dus al vier dagen een constante aanslag geweest op mijn  wilskracht.

Is het omdat broer en zus weg zijn dat hij zo doet of doet hij altijd zo en valt het nu alleen op omdat Zelie en Louis weg zijn, ik weet het niet. Maar als ik dus dacht dat het een paar kalme dagen zouden worden zonder de oudsten, dan had ik het dus goed mis: ik ben uitgeput.

Nochtans had ik er zin in voor vandaag: te helpen met de verhuis van mijn nicht en haar gezin. Zin op voorhand dus want de laatste dagen ben ik dus niet te fris opgestaan en deze ochtend was het niet veel beter en dus kon ik mijn moed niet bijeen rapen om te gaan helpen.

Straks gaan we dan maar de wekelijkse boodschappen doen en vanavond gaan Michel en ik gaan eten. Misschien dus maar best dat ik niet opgetrokken ben deze ochtend of ik zou vanavond niets meer waard geweest zijn: tafelgezelschap dat in slaap valt is niet het meest aangename dat er is.

11 juli

Al jaren is het op het Sint-Pietersplein te doen voor de 11 juli viering in Gent. Toen ik nog mijn stage deed en vlak bij de Overpoort woonde, passeerde ik ’s ochtends en zag de laatste voorbereidingen. Tegen dat ik ’s avonds naar huis ging zat ik dan middenin de ambiance. Soms bleef ik dan hangen, soms niet.

Eens we verhuisd zijn naar ons huidig huis ben ik er eigenlijk niet meer geraakt. Dat is ondertussen tien jaar geleden dus. Het ligt niet direct ‘op de weg’ en zo speciaal naar daar trekken om min of meer bekende groepen te zien, daar had ik geen zin in. Vooral ook misschien omdat het feest zelf mij niet echt interesseert: ik ben een Belg die Vlaams spreekt. Het enige leuke aan 11 juli voor mij is dat ik op een bedrijf werk die zijn werknemers die dag vrij geeft.

Maar ik ben nu een maal thuis en gezien er twee kinderen minder waren dit jaar en ik op het programma zag dat er toch kinderactiviteiten waren, ben ik er vandaag maar eens naartoe getrokken. Met de fiets en Jan reed zelf (en goed dat hij dat doet).

Wij zijn er rond half twee toegekomen en toen was het eigenlijk al bijna afgelopen voor de kinderen. Of neen. Ik moet het anders zeggen. Voor de kinderen begon het om 12u en het was de hele namiddag. Van 12u tot 13u was er straattheater en dan tot 14u was er kinderdisco en daarna waren er nog verschillende workshops voor kinderen. Maar! Uiteraard is er een maar!

Een paar opmerkingen dus. Ten eerste: wie krijgt het nu in godsnaam in zijn hoofd om kinderactiviteiten te starten om 12u. Wanneer moeten we ons gasten dan eten geven? Om 11u? Het is vakantie! Hallo! Iemand met kinderen in de organisatie? TIjdens de vakantie gaat het allemaal wat trager en dus om 11u eten is een beetje bij het haar getrokken, nietwaar. Zeker als ge tijdens het schooljaar al nooit om 11u eet.

Ten tweede: workshops voor kinderen, wreed leuk, maar sinds wanneer zijn alle kinderen direct minimum 6 jaar? En waarom kunnen dat geen open dingen zijn zodat iedereen kan deelnemen als ze toekomen? Want niet iedereen weet 1. op voorhand of ze zullen afzakken of niet. Als ge met kinderen op pad gaat wacht ge graag een beetje het weer af; 2. dat die workshops er zijn: als ge besluit om eens een kijkje te gaan nemen, dan doet ge dat soms op den bots; 3. dat ge u op voorhand moest inschrijven. Ik lees Gentblogt, maar niet iedereen doet dat.

Dus hebben wij het einde van de kinderdisco meegemaakt en een beetje rondgelopen op de rommelmarkt. Daarna zijn we de binnenkoer van het Huis van Kina overgelopen om een beetje in de tuin van de abdij rond te lopen. Gelukkig hebben kinderen niet veel meer nodig dan een helling en een beetje ruïnes om zich te amuseren.

Na de tuinepisode heb ik mij op het terras op de binnenkoer zelf gezet terwijl de kinderen het (reuze)speelgoed, dat – zeer positief - vrij te gebruiken was, op diezelfde binnenkoer inspecteerden en gebruikten. Opnieuw weinig zeer-kleine-kinderen kindvriendelijk speelgoed (er was zo’n plastic wip-achtig ding), maar ook al konden Jan en Anna het speelgoed niet gebruiken zoals het zou moeten (een reuze vier-op-een-rij spel, dat gaat hun petje te boven … en ook hun hoogte), ze hebben andere manieren gevonden om zich ermee te amuseren (jammer genoeg was er weinig toezicht bij dat speelgoed want toen ik Anna zag rondlopen met reuzegrote mikado stokken hield ik serieus mijn hart vast).

Wij hebben onze namiddag daar afgesloten met een ijsje en ja, ik ben dus niet content van de organisatie en zo maar ondanks dat hebben de kinderen zich geamuseerd en ik zo ook en dat is wat telt. Na het ijsje zijn we terug op de fiets gekropen richting EFTC om naar Lejo te gaan kijken. Afgesproken met een goede vriendin om nog eens naar de show te gaan bekijken: we hadden hem al vorig jaar al een paar keer gezien maar hij was zalig en de kinderen waren er dol op, enfin, Jan, Louis en Zelie toch want Anna was nog te klein om er veel van te beseffen.

Jan heeft zich weer kostelijk geamuseerd. Anna was de eerste helft doodsbenauwd. Die oogjes en vingers, ik denk dat ze het een beetje te beangstigend vond om die ‘apart’ te zien, zonder lichaam eraan. Toen er ongeveer halverwege een soort vogel opdook die dan opera begon te zingen, is Anna bijgedraaid. Toen werd kreeg haar nieuwsgierigheid en liefde voor muziek de overhand op haar angst en is ze ervan beginnen genieten. Er kwamen nog momenten waarop ze zich naar mij draaide en zich probeerde weg te steken, maar die duurden amper een paar seconden en toen kreeg de nieuwsgierigheid weer de overhand. Dan toch nog een geslaagd einde van de avond (en zeker dan dat klapke achteraf).

Zwaaien en waaien

De schilder moest langskomen om een productje op de muur te doen tegen het één of ander, en wanneer dat kon? Want het best zou zijn dat we dan de hele dag niet thuis waren wegens dat dat productje wel serieus stonk.

Vandaag moest Louis op kamp vertrekken. We moesten deze morgen om half elf aan het station zijn en dus, om onszelf te troosten dat we nu maar met drie meer waren (overdag toch), had ik Jan en Anna een dagje zee beloofd: op die manier was iedereen de hele dag de deur uit.

We waren op tijd aan het station om Louis af te zetten en uit te wuiven. Eigenlijk kon ik mij de moeite gespaard hebben, want binnen de twee minuten van toegekomen te zijn was Louis al zo opgeslorpt in de groep en met zijn vriendjes, dat hij al niet meer wist dat wij daar nog stonden. Maar onze trein vertrok later dan zijn trein, dus wat doet een mens dan? Wachten hé en hem effectief uitwuiven toen ze eindelijk naar het perron vertrokken. De wachttijd trouwens nog nuttig ingevuld door met een andere mama te babbelen en direct een lift te versieren voor Louis om naar huis te komen.

Eens Louis weg was, was het dus tijd om mijn ticket te kopen en dan ook te vertrekken en aanvankelijk had ik er nog goede hoop in. In het weer dan. Eens op het perron bleek het overtrokken te zijn, maar droog en uiteindelijk is dat het belangrijkst. Het bleef droog tot ongeveer twee minuten voor de trein binnenreed, en toen begon het te druppelen en eens we op de trein geïnstalleerd waren begon het te gieten … en het heeft niet meer opgehouden.

In plaats van te gaan uitwaaien aan zee, zijn we gaan uitregenen maar ondanks het kl*te weer was het toch een fijne dag. We hebben een aangenaam kleine pizzeria gevonden met lekker eten, daarna zijn we een kijkje gaan nemen op de Mercator. Vandaar naar de vismarkt gewandeld maar wegens dat het slecht weer was was er geen enkele boot uitgevaren en was er dus ook geen verse vis. Niet getreurd: we zijn dan naar de zee gegaan om daar pootje te baden … in onze rubberen laarzen (ik was zo slim geweest om ons die aan te doen). Als kers op de taart zijn we dan nog een ijsje (de kinderen)/pannenkoek (ik) gaan eten vooraleer op het gemak terug naar huis te keren.

Om half zes waren we terug thuis, de jassen volledig doorweekt maar al bij al nog warm en we hebben een goede dag gehad. Vijf minuten later hadden we alledrie onze pyjama, kamerjas en pantoffels aan en konden we ons volledig opwarmen.

Eens Anna in bed lag heb ik mijn kleren weer aangetrokken: even uit het oog verloren dat ik nog een vergadering had, maar tegen dan kon ik er weer tegen en had ik er geen probleem mee om het vuile weer nog eens te trotseren, met de fiets deze keer. Gelukkig was het eindelijk droog toen ik terug naar huis keerde.

Avondzoen

Vanavond stak ik Louis in bed, zoals gewoonlijk, en gaf hem nog een dikkere nachtzoen en -knuffel dan anders. Morgen vertrekt hij ook op kamp en dan zal ik hem vijf avonden niet meer slaapwel kunnen zeggen.

Toen ik er hem op wees, dat het nu de laatste keer was en dan opnieuw binnen vijf avonden, zei hij met een diepe zucht: ‘Ik weet het. En ik kan niet slapen zonder kus’. Ik stelde hem voor dat ik het wel aan iemand van zijn leiding wou vragen, om hem dus een kusje te geven, en vroeg wie ik het zou moeten vragen. Louis dacht na en zei toen ‘Aan niemand. Ik ga het zelf wel vragen’ en dat vond ik nu zo goed van hem.

Anderzijds verwondert mij dat niet. Louis is een stille jongen die soms volgzaam lijkt, maar dat is hij allesbehalve. Hij weet zeer goed wat hij wil en zal alles in het werk stellen om alleen te doen wat hij wil. Alleen doet hij het niet luidruchtig, tenminste, als hij niet emotioneel wordt.

Morgenvroeg vertrekt hij dus ook op kamp. Om half elf moeten we hem afzetten en om mijzelf en broer en zus een beetje af te leiden, gaan wij ook een daguitstapje doen, naar de zee. Een beetje uitwaaien, spelen in het zand, pannenkoek eten op de dijk en ’s avonds uitgewaaid terugkomen (en terwijl wij weg zijn zal hier een schilder aan het werk zijn om onze muur in de living, die beschadigd was door de werken naast de deur, weer in orde te stellen, joepie!).

Evaluatie na één nacht

Het was een rustige nacht. De nieuwe poes sliep bij ons op de kamer, met de deur dicht zodat Nephthys er niet bij kon. Ik vreesde voor een nachtconcert van Nephthys, omdat zij normaal gezien bij ons slaapt, maar ik heb niets gehoord.

Toen ik gisterenavond gind slapen lag de poes bij Michel, in zijn armen eigenlijk. Deze morgen lag ze nog steeds op het bed, maar nu gewoon tussen ons in, ergens in het midden. En ik heb ontdekt dat hij de kattenbak weet te gebruiken. Een pak van mijn hart.

Nu loopt hij rond in de living en is hij alles aan het onderzoeken. Dit nadat hij zijn ontbijt in de kamer heeft gehad terwijl Nephthys haar eten beneden kreeg (haar normale plaats). Kwestie van de blazen tot een minimum te beperken, want Nephthys was deze ochtend nog steeds niet beter gezind t.o.v. de nieuwe poes.

Een naam is er nog niet, daarvoor wachten we op de inspiratie van de heer des huizes, maar voorlopig heeft Anna hem tot ‘kleine Nephthys’ gedoopt: weet zij veel dat ‘Nephthys’ een naam is en niet een ander woord voor ‘poes’ 🙂

Softie

Dat ben ik dus, ten voete uit. Ik laat zo volledig over mij lopen. Het heeft genen naam.

Neem nu vanavond. Lig ik gezellig te niksen in de zetel en probeert den anderen mij te overtuigen om nog een kat in huis te nemen.

We hadden twee katten, en toen ging er een dood, en toen zei ik: één is meer dan genoeg. Al dat opkuisen en eten geven en aandacht geven en verzorgen. Der lopen hier ook nog vier kleine mensjes rond en dat heeft ook al aandacht en eten en liefde en al nodig (om nog niet te spreken van dienen groten die hier af en toe verblijft).

Maar er was een foto en een zielig verhaal en een smeekbede en de zoon werd er bij gehaald om te overtuigen (‘Kijk eens Louis, zo’n schoon katje. Zou dat niet hier mogen komen?’ – enfin, niet letterlijk, maar iets in dien aard) en dus ging ik door de knieën, deed ik mijn schoenen weer aan, nam zoonlief mee naar beneden en gingen we samen een nieuw katje halen.

Het beestje is hier nu en ’t blijkt een kater te zijn, wat ik al minder vind. Niet dat ik daar ervaring mee heb, maar de gedachte van een katin en een kater in één huis … mmm. Minder dus. Een afspraak met de dierenarts dringt zich op. Maar ’t is zo’n lieveke. Hij spint en flost en luistert en Nephthys blaast er naar dat het genen naam heeft … natuurlijk, maar dat zijn dingen die koelen zonder blazen.

Nu is het in spanning afwachten 1. of het zindelijk is (raad ‘nkeer wie daarvoor zal mogen opdraaien) en 2. met welke naam den anderen nu weer op de proppen zal komen.

Ongerust

Zelie wist niet aan wat voor kamp ze zou beginnen. Niet dat ze het thema niet kende. Wel dat ze absoluut geen idee had van wie wel en niet meeging op kamp.

De laatste scoutsvergadering dateert immers al van eind april en de kampinformatie verliep niet al te vlot. Van drie goede vriendinnetjes wist ze al dat die niet meegingen. Van de andere meisjes wist ze het niet. Eén groot vraagteken dus: ging er wel iemand mee met wie zij overeenkwam?

Toen we deze namiddag aan het lokaal kwamen zag ze geen enkele van haar (andere) vriendinnen en hoe dichter we kwamen, hoe meer ze achter mij aan kroop en hoe harder ze mij vasthield. Eens ter plekke had ze zich niet miskeken. Uiteraard kent ze haar mede Wouters wel, maar haar vriendinnen waren er niet. Ik zei haar dat het nog niet te laat was om haar te bedenken: ze mocht gerust terug naar huis mee, maar of ze niet eerst aan de leiding zou vragen wie er nog verwacht werd?

Ik gaf haar een klein duwtje richting leiding, maar ze kroop alleen nog meer achter mij, dus vroeg ik het maar. Een geluk: zeker nog drie andere vriendinnen waren ingeschreven.

Maar dan kwam het aantreden en werden de namen afgeroepen en begonnen de kinderen met de ouders weg te gaan en ik zag zo de paniek op haar gezicht verschijnen: haar vriendinnen waren er nog altijd niet. ‘k Heb haar proberen geruststellen door te zeggen dat ze waarschijnlijk rechtstreeks naar de kampplaats zouden gaan, maar dat had geen echt effect. En ondertussen verdwenen meer en meer kinderen en ouders en wou haar lift ook vertrekken.

Gelukkig merkte iemand van de leiding haar ongerustheid op en ik zei dus wat het probleem was. Gelukkig kon hij bevestigen dat haar vriendinnen effectief direct naar de kampplaats zouden rijden.

De glimlach op haar gezicht van dat moment af, onbeschrijflijk. Ze moest haar valies nog uit de auto halen en ze huppelde, neen, liep naar de auto. Haar kamphumeur was volledig hersteld en ze kon niet wachten om te vertrekken … uiteraard pas na nog een paar dikke knuffels en kussen.

Ze is weg

Vandaag was dan dé dag: om 14u moesten we aan het scoutslokaal zijn klaar voor vertrek. De hele voormiddag was ik al nerveus. Voormiddag? Wat zeg ik. Sinds gisterenavond zat ik al met zenuwen in mijn buik. Niet dat er een reden voor was: we waren 100% klaar met alle voorbereidingen.

De voormiddag is rustig verlopen. Laat ontbeten, ik sliep nog wat terwijl Michel zich met de kinderen bezighield. Eens wakker de kinderen op het gemak in bad gestoken terwijl Michel voor het middageten zorgde. ’s Middags mooi op tijd aan tafel gekunnen zodat ik Anna ruim op tijd in bed kon steken en we ons niet moesten opjagen.

Om kwart voor vertrokken naar het lokaal. De jongens ook bij papa gelaten want ik was er volledig op ingesteld dat ik een paar gastjes zou meenemen naar Nederland en ik zou toch gemakkelijk vier uur weg zijn: (een kleine) twee uur rijden en dan dus ook terugkeren. Niet dat ik er naar uitkeek, maar zolang iemand Zelie volgende zondag mee naar huis wou brengen, had ik er geen probleem mee nu te rijden.

Mooi op tijd aangekomen en staan wachten en babbelen met de andere ouders. Dan was er het aantreden, het afroepen van alle namen om te zien of alle Wouters al aanwezig waren en toen verdeelden alle kinderen zich over de auto’s om te carpoolen. Bleek dat er zo veel ouders echt wel zelf wouden rijden, dat mijn vier extra plaatsen onbemand zouden blijven. Bovendien was er in verschillende auto’s nog plaats en uiteindelijk is Zelie dus meegereden met iemand anders. Geen probleem, want ik had sowieso al voor een lift gezorgd voor de terugtocht.

Nog een dikke knuffel en een paar kusjes, en weg was ze. De valies werd gedragen door één van de ouders met wie ze meereed en ik kon nog net een traan inslikken.

Ik had dus geluk: in plaats van mijn namiddag door te brengen in de auto, mocht ik terug naar huis. Een alternatief was rap gevonden. Ik heb Anna uit haar bed gehaald en ben dan met de (rest van de) kinderen naar de Big Jump geweest.

Een namiddag op de kaai in de zon in goed gezelschap naar mensen zitten kijken die in koud water springen: een aanrader.