Trouwens, dit al gezien?
Indien je het gemist had, nu niet meer. Wij gaan (de kaartjes zijn besteld en betaald) en van wat ik er al van gezien heb in try-out zal het wreed wijs worden.
Nu jij nog.
Anna en ik zitten in de auto. Dan wijs ik: Kijk Anna! Een kraan!
Op ‘zijtgedaarweer’toon: Ja, een machine
Ik zucht inwendig en zeg: Ja, een kraan-machine
Antwoord op ‘ikhaddattochgezegd’toon: Een kraan is een machine
Schuldgevoel, dat is iets dat ik niet zo gauw heb. Vraag maar aan den anderen: hij doet wel wreed zijn best om er mij af en toe een aan te praten, maar dat lukt hem niet zo goed. Ik kan nogal goed rationaliseren.
Maar kijk zie: nu heb ik er toch een. Eentje voor iets waar ik op zich niet echt iets aan kan doen. Maar het betreft één van mijn kinderen en dan is het toch moeilijker om dingen weg te rationaliseren. Nochtans, de ratio is er, maar het schuldgevoel blijft.
Het zit namelijk zo: ik ben ongeloofelijk gevoelig ‘in’ mijn mond. Net zoals Bruno regelmatig last heeft van aften, het ik last van ‘muilplaag’. Een schoon woord nietwaar? Wat het juist is, weet ik niet. De naam heb ik van mijn vader die er ook gevoelig aan was (is?). Maar het resultaat is dat mijn tong (en in zeer erge gevallen mijn kaken ook) vol komt te staan met kleine blaasjes. Pijnlijk, het heeft geen naam. Het brandt en prikt en voelt alsof uw tong uit rauw vlees bestaat. Eten is een marteling en als tiener was dit dé gelegenheid om af te vallen (niet dat ik dat toen nodig had: ik was zo’n graatmagere tiener) want het enige dat ik toen kon eten was yoghurt. Als het zeer erg is praat ik alsof ik teveel gedronken heb. Het extra nadeel aan de toestand is ook dat de helft van de smaak weg is, mede door het spoelen met ontsmettende mondwaters.
Tijdens mijn zwangerschappen was ik er blijkbaar extra gevoelig aan: weken aan een stuk liep ik ermee rond. Het moet één van de enige nadelen geweest zijn toen ik zwanger was. Gelukkig at ik toen sowieso veel yoghurt en met de nodige behandelingen (vooral spoelen) kon ik de pijn genoeg onderdrukken om normaal te functioneren en vooral: te eten.
In al die jaren dat ik samen ben met Michel heb ik hem nooit besmet en ook de kinderen hebben er nog nooit last van gehad, tot vorige vrijdag.
Een goede week geleden kreeg ik weer een opflakkering. Vrijdag kwam Jan thuis en toen we gingen eten begon hij te huilen: zijn tong deed heel veel pijn en hij kon niet eten. Mijn hart sloeg een paar slagen over en ik hoopte dat het iets anders zou zijn en dat het tegen zaterdag zou voorbij zijn. Geen geluk. Zaterdagnamiddag begon hij weer te klagen en tegen de avond was hij bijna onophoudelijk aan het wenen van de pijn. Toen we thuiskwamen heb ik hem laten spoelen en heb ik hem een zuigtabletje gegeven dat verdovend werkt. Zondag was het hetzelfde scenario: in het begin van de dag geen vuiltje aan de lucht, maar naarmate de dag vorderde begon hij meer en meer pijn te krijgen.
Ik dacht nog even om te wachten om naar de dokter te gaan tot vanavond, maar toen hij deze ochtend al begon te klagen over pijn, heb ik maar direct mijn baas gemaild dat ik later zou zijn: dat doktersbezoek was dringender.
De dokter heeft bij Jan gekeken en ook bij mij en bevestigd wat ik al wist: gans zijn mond is ontstoken. Geen blaasjes bij hem, maar rood rondom: tong, kaken, verhemelte. Bij mij is het alleen mijn tong, in verhouding dus niets. Voortdoen zoals ik bezig was met bijkomend advies: hem ook iets pijnstillends geven (en mijzelf ook). Stom kieken dat ik ben was ik dat kleine detail volledig uit het oog verloren.
Kwa schuldgevoel kan het dus tellen. Sowieso ben ik verantwoordelijk want die gevoeligheid heeft hij duidelijk van mij en misschien heb ik hem deze keer wel gewoon besmet. Ik probeer er altijd extra op te letten als ik een aanval heb dat de kinderen toch niet van iets eten of drinken dat ik eerder heb vastgehad. Misschien heb ik deze keer gewoon niet goed genoeg opgelet.
Bummer dus. Jan ziet af en wie weet hoe lang het nog zal duren en het is allemaal mijn fout.
Er was vanalles te doen vandaag in Gent. Er was monumentendag, waar ik vorig jaar mijn voeten voor vanonder mijn lijf gelopen heb. Er was Gent Fietst, waar wij vorig jaar ook bij waren, al was het maar om op het plein rond te hangen.
Dit jaar was ik, en met mij dus ook de kinderen, afwezig. Geen monumentendag en geen Gent Fietst. Ergens had het wel mogelijk geweest, zeker om naar minstens één ding van Open Monumentendag te gaan, maar ik heb voor de kalme optie gekozen.
Gisteren zijn we naar Planckendael geweest (foto’s op de gewone plaats dus). We hadden afgesproken met mijn papa en mijn broer en zijn gezin en aangezien we pas om half twee hadden afgesproken konden de kinderen nog gaan turnen in de voormiddag. Vlak na het turnen vertrokken en mooi op tijd aangekomen. Het leek droog te zullen blijven, maar na een half uurtje werd onze hoop de bodem in geslagen, maar alhoewel we wel regen hebben gehad, bleef het eigenlijk grotendeels droog. Het was niet koud en dus was het al bij al een leuke dag. Vele dieren hadden zich wel teruggetrokken in hun binnenhokken, maar we zagen er toch nog genoeg. Uiteindelijk was het belangrijkste dat de kinderen zich amuseerden, elkaar nog eens zagen en met elkaar konden spelen.
Daarna nog met zijn allen gaan eten en mijn vader merkte al lachend nog op dat het uiteindelijk misschien maar goed was dat mijn zus en haar gezin er niet bij konden zijn: we waren met elf en met mijn zus erbij zouden we met 16 geweest zijn. Niet altijd gemakkelijk om zo’n bende te accomoderen.
Dat eten is dus een beetje uitgelopen. ’t Was lekker, maar het duurde toch een uur voor het op tafel stond. Pas tegen tien uur thuis dus en daarom ervoor gekozen om het vandaag minstens in de voormiddag kalm te houden en niet te beginnen rondhotsen.
Want in de namiddag mocht Jan naar een verjaardagsfeestje en aangezien het feestvarken ook een grote broer heeft die bevriend is met Louis, mocht Louis ook blijven. Anna sliep en dus zijn Zelie en ik dan maar gaan zwemmen. Gewoon wij tweetjes wat wreed wijs is want dan kan ik ook eens in het diep.
Er vanavond dan voor gezorgd dat alle kinderen mooi op tijd in bed lagen en aan de stilte te horen was het nodig.
Het is beter vandaag. Minder watten en een fractie minder snot. Geen brandende ogen meer. Dus het is beter.
Daarvoor mag ik mijzelf eigenlijk wel een pluim geven: het was gisteren vergadering en in plaats van achteraf nog enen te gaan drinken ben ik met gruwelijk veel spijt in het hart, maar toch met veel vastberandendheid huiswaarts gekeerd, met als resultaat dus dat ik mij vandaag niet zo mottig voel.
Een geluk ook want het was vandaag druk in huis: de keukenmens was er om allerlei dingen te doen én de aannemer kwam vandaag om het stuk muur in te smijten voor de nieuwe trap en samen met de aannemer kwam de architect ook regelmatig binnenwandelen. Ik heb heel even met de gedachte gespeeld om samen met Anna een middagdutje te doen maar toen ik de drilboor hoorde heb ik daar maar vlug van af gezien.
Gelukkig is vrijdag een korte schooldag zodat ik om iets na half drie al het huis kon verlaten en eens terug thuis met de kinderen onmiddellijk weer vertrokken ben om allerlei boodschappen te doen.
En zo kwam het dat we tegen 18u eindelijk thuis kwamen en de muur eruit lag … en ons hele huis onder een laag stof zat. De nadelen van verbouwingen dus. Het rare aan dat stof eigenlijk: er was veel meer stof in onze living dan in de keuken. Misschien ergens logisch want de living ligt bovenaan de trap, maar toch. De aannemer heeft het grootste deel van de vuiligheid opgeruimd en is zelfs gepasseerd met zijn stofzuiger. Terwijl hij beneden bezig was ben ik boven beginnen stofzuigen en afstoffen. Eens de aannemer vertrokken was heb ik dan maar de benedenverdieping eens goed gedweild, anders zou het werk boven voor niets geweest zijn. Niet dat het nu kraaknet ligt, maar het is tenminste weer leefbaar en we gaan geen kilo’s (bouw)stof meer over en weer verhuizen.
Bijna genezen dus en ook geen rug meer. Morgen naar Planckendael met mijn papa en broer (én partners en kinderen en al). Ik hoop dat ik nog, of beter ‘weer’, op mijn benen kan staan dan.
Na het snot hebben zich nu ook watten in mijn hoofd genesteld, mijn keel voelt aan alsof ik de hele nacht heb lopen roepen en tieren en mijn ogen branden.
This is so not going in the right direction.
Vorig jaar is Zelie met glans geslaagd voor haar eerste jaar notenleer en dus mocht ze dit jaar een instrument kiezen. Na heel wat twijfel tussen dwarsfluit, cornet en saxofoon is het dan uiteindelijk het laatste geworden.
Eind vorig jaar werd ze al ingeschreven en vorige week zijn we dan langs de muziekschool geweest om nog de laatste details vast te leggen: uren van de les, huren van een instrument, waar het lokaal zal zijn, …
Vandaag was het dan eindelijk zo ver: Zelie heeft haar eerste saxofoonles. Gisterenmorgen vroeg ze zich nog af of ze al haar intrument naar school mocht meenemen, want nu ze een instrument zal leren bespelen, mag ze nu al in het schoolorkest, ook al kan ze nog geen noot spelen. ‘k Heb haar dat toch maar afgeraden, temeer daar er nog geen riet zit in haar saxofoon: de leraar ging dat vandaag met haar bekijken welk riet juist het best voor haar zou zijn.
Na alle commotie van gisteren kwam ik deze ochtend toe op mijn werk en realiseerde mij dat Zelie deze ochtend haar saxofoon thuis vergeten was. De les begint onmiddellijk na de schooluren, dus tijd om terug naar huis te gaan tussendoor is er niet. Er is trouwens toch niemand thuis, dus zou het sowieso niet veel nut hebben om eerst nog langs ons huis te passeren.
Noodplan dan maar ingeschakeld: bellen naar onze goede keukenmaker en vragen of hij vannamiddag, als hij zijn kinderen van school haalt, Zelie’s sax zou kunnen meenemen en aan haar geven. Instructies gegeven van waar hij zou kunnen liggen en vanmiddag kreeg ik dan een SMS dat het in orde kwam. Oef!
Zelie zal ondertussen op naalden zitten en meer dan ongerust zijn. Ik denk dat ze doodopgelucht zal zijn als ze straks haar sax zal zien. Hopelijk zal ze hiermee haar lesje geleerd hebben voor de toekomst.
Ofwel heb ik recent een allergie ontwikkeld, ofwel zit ik met een serieuse snotvalling en als ik mijzelf ken, dan zal het wel het laatste zijn.
Atshoe! *ook gezondheid voor u* Snif. Snotter.
Vandaag zijn de eerste buitenschoolse activiteiten begonnen. Nu, eigenlijk mag dat in het enkelvoud hoor: de turnles is opnieuw begonnen.
Dit jaar een verandering ten goede: Zelie haar lesuren zijn opgeschoven van 9u naar 10u30. Dubbel joepie, want niet alleen is dat dus later en moeten we ons op zaterdagmorgen niet meer opjagen. Bovendien valt dat samen met de aanvang van het kleuterturnen (voor de kleintjes van 3 en 4 jaar) en nu moet ik dus maar één keer rijden voor drie kinderen.
Dit jaar zijn er dus drie kinderen die turnen. Zelie doet voort met ritmisch turnen. Jongeren dit jaar. Jan doet zijn tweede jaar kleuterturnen en Anna is ook begonnen aan haar eerste jaar. In principe is het maar vanaf 3 jaar, maar Anna is een ferme en toen ik er de organisatie vorig jaar over sprak, of ze nu al mocht beginnen, zeiden ze dat ze kon proberen en als het goed ging, dat ze mocht blijven.
Deze ochtend dus met de kinderen naar de turnles. Toen ik gisteren tegen Anna zei dat de lessen vandaag zouden beginnen was ze zeer enthousiast: ze was het nog niet vergeten dat zij ook mocht gaan turnen. Toen ik haar deze ochtend afzette keek ze zelfs niet meer om: direct mooi op de bank en mama bestond niet meer. Ze heeft het hele uur flink meegedaan en vond het fantastisch. Zelfs een kleine valpartij heeft haar niet ontmoedigd. Ze doet zeer goed mee en mag dus blijven.
De kleutergroep is opgedeeld in de 3-jarigen (Anna nu dus) en de 4-jarigen en dus mocht Jan nu bij de ‘grote’ kleuters turnen in de grote zaal. Hij had het een beetje moeilijker om mijn rok los te laten, maar na een paar minuten is dat dan ook gelukt. Samen met Louis heb ik mij dan in de cafetaria gezet om naar hem te kijken en eens de les begonnen was, voelde hij zich weer als een vis in het water.
Een uur na aanvang mocht ik de twee kleinsten aankleden. Nog een half uur later was Zelie er ook klaar voor. Drie enthousiaste kinderen op hun eerste dag buitenschoolse activiteiten. Het schooljaar is nu wel echt begonnen.
Nu bijna zeven jaar geleden (specifiek op 17 december 2001) had ik een perte totale met onze toenmalig auto. De auto was om zeep, ik kwam er van af met een paar builen en sneden. Sneden in mijn hoofd en gezicht die moesten genaaid worden en dus enorm gebloed hadden, maar al bij al had ik dus niets.
Toen reed ik met de auto naar het werk. Tot een paar maand voor het ongeval kon dat niet anders omdat ik ook nog in Knesselare werkte en het openbaar vervoer nemen tussen Gent-Knesselare-Brugge is niet echt aan te raden. In juli was ik gestopt in Knesselare en dus was het enkel Gent-Brugge, maar ik was die autorit gewoon en had nog niet naar alternatieven gekeken. Tot die noodlottige dag. Toen werd ik wel verplicht een alternatief vervoermiddel te vinden.
Er werd een treinabonnement aangeschaft, met in het achterhoofd dat, eens de nieuwe wagen er was, ik wel weer met de auto zou gaan. Maar toen bleek dat ik even rap was op het werk met de trein als met de auto én dat met de trein reizen zo veel ontspannender was. Ik heb dan dat abonnement blijven verlengen, ook toen de nieuwe wagen er was. Sinds januari 2002 ga ik dus met de trein naar het werk.
Van het station naar mijn werk is toch wel een wandeling van een 25min en toen ik hoorde dat mijn werkgever fietsen staan had voor haar personeel, heb ik er mij eentje toegeëigend (met toestemming uiteraard). Dat was in september 2002. De afstand werd zo ingekort tot 10 minuten én bovendien kreeg ik er nog wat extra oefening bij. Mooi meegenomen dus.
Die fiets, dat was niet veel om naar huis over te schrijven. Een oud bakske, verroest langs alle kanten, geen vitessen, maar het reed en deed wat het moest doen en het allerbelangrijkste: blijkbaar was hij het stelen niet waard. Menig collega heeft er al ettelijke fietsen opzitten, wegens de vorige gestolen. Ik dus niet.
Deze ochtend, toen ik bijna op het werk was, heeft mijn trouwe metgezel er de brui aan gegeven. Bovenop één van de brugjes hier voelde ik mijn stuur scheefzakken en iemand die iets van fietsen kent weet dat dat geen goed teken is. Afgestapt om te kijken wat het probleem was en toen ik er iets harder op duwde bleek ik het stuur in mijn handen te hebben: de stang was volledig doorgeroest. Een groot geluk dus dat het in twee stappen gebeurd is, anders had ik mij waarschijnlijk wreed lelijk bezeerd.
Met veel moeite (ah ja, want een voorwiel dat niet bestuurd kan worden is nogal onhandig) ben ik nog bij de fietsenmaker geraakt, maar hij raadde mij aan om geen geld meer te steken in de reparatie: ik moest afscheid nemen van mijn trouwe ros.
Een nieuw tweedehands ros is besteld en wordt in orde gemaakt terwijl ik dit schrijf. Straks, tegen 16u, mag ik het gaan afhalen. Hopelijk zal het mij even goed dienen als het vorige.