Het gaat niet goed
voor de rest gaat het goed.
Het leek beter te gaan, maar gisteren is Zelie in tranen thuisgekomen van haar repetitie. Hetzelfde liedje als voordien: ze mag niet meedoen met de andere kinderen. Of ze gaan in een groepje staan en als ze haar zien afkomen gaan ze verder staan. Of ze spelen een spelletje dat zij niet kent en dus mag ze niet meedoen omdat ze het niet kent. Of ze laten haar meedoen, maar niet echt om te spelen. Ze mag bijvoorbeeld meedoen met touwtjespringen zolang ze blijft draaien. Als het haar beurt is zeggen ‘ze’ dat het niet zo is en ook niet de volgende keer of die daarna … Bij tikkertje mag ze de tikker zijn, maar de andere kinderen hebben dan zoveel mogelijkheden om zichzelf veilig te stellen dat ze niemand kan/mag tikken. Enfin, you get the picture. Het gebeurd meer wel dan niet dat ze met niemand kan of mag spelen en dat ze dus moederziel alleen is tijdens de speeltijden.
Vandaag vroeg mij een ander kindje hoe het nog met Zelie ging en ik ben beginnen wenen. ‘t Is allemaal veel en veel te bekend en gekend. Oude wonden en openrijten en zo. Behalve dat, was ik eigenlijk blij om met dat kind gesproken te hebben want zij bevestigde dat het waar was wat Zelie zei, dat ze het al zien gebeuren had.
We zullen dus nog maar eens spreken met de ouders én de kinderen én de school. Er moet op één of andere manier een einde aan komen. Het moet gewoon. Ik weiger mijn kinderen te laten doormaken wat ik heb doorgemaakt. Als het niet anders kan, dan vinden we een andere school en andere clubs en andere …
Desperate times call for desparate maesures.
