Soldaatje

Jan zingt: ‘Groot soldaatje, klein soldaatje, laat ons flink marcheren. En de trommels slaan en de fluiten gaan en mijn papa is soldaat, kameraad’. Terwijl Jan zingt, zingt Anna halvelings mee.

Het liedje is gedaan en Anna wil het nog eens zingen/horen. ‘Jan, ga jij dat liedje nog eens zingen want ik weet het niet’. Jan heeft duidelijk geen zin en zegt ‘ik weet dat ook niet meer’, waarop Anna alleen probeert:

‘Stom soldaatje’

Een gedachte over “Soldaatje”

Geef een reactie