Engeltjes

Dan staat ge daar voor het rood licht aan de Heuvelpoort. Een auto komt tot stilstand naast u en de bestuurster gebaart naar u alsof ze iets wil zeggen. Dus doet ge uw raam open.

‘Mevrouw, u weet toch dat uw rechterachterband plat staat?’ Huh? Plat? Bah neent gij, hoe zou ik dat weten. Ik bedank de vrouw vriendelijk, rij voorzichtig verder want ik was op weg om de kinderen van school te halen, en als ik stop voor de school van Jan en Anna bekijk ik de band. Juist dus, plat. Niet volledig, ik vermoed dat ik dat wel zou gemerkt hebben, maar toch een goed stuk.

Andere kinderen opgehaald en dan allemaal samen onmiddellijk naar de garage. Er zijn veel plannen voor het weekend, vooral plannen waarbij de auto nodig zijn, dus met een platte band rondrijden was geen optie. De garage kon ons niet helpen dus werden we doorverwezen naar de bandencentrale hier vlaktbij. Twee en een half uur na de initiële mededeling had ik twee nieuwe achterbanden (de tweede leek ook op niet veel meer) en nu ben ik weer veilig voor een hele tijd.

De hele toestand doet er mij aan denken dat ik toch een serieuse beschermengel moet hebben als ik in de auto zit. Zo was er die keer toen ik met de Kangoo in de gracht belandde van de E40 na een slippartij op ijs. Auto volledig naar de zak maar ik kwam er vanaf met twee sneden in mijn hoofd en vier oppervlakkige sneetjes in mijn gezicht. Genaaid en nooit meer iets van gemerkt. Zelfs geen littekens aan overgehouden.

Of die keer dat ik naar Brussel reed en mijn wagen plots, zonder merkbare aanleiding, begon te vertragen en vertragen. Ik kreeg hem nog net op de parking van een wegrestaurant waar hij volledig stilviel. Even wachten, nog tot Brussel kunnen rijden én later op de avond terug naar Gent. De volgende dag naar de garage. ‘Maar madammeke, prijs u gelukkig dat ge nog leeft’: serieus erge problemen met de remmen en remleidingen en zo en gans de boel had kunnen blokkeren – had dat eigenlijk al moeten doen – waardoor het een kleine ramp zou geworden zijn: overkop gaan op een drukke autostrade, niet aan te raden zou ik zo denken.

Of die keer dat ik van de autostrade kwam en een ‘toenktoenk’ geluid hoorde aan de auto. Eens in het stad was dat al veel minder en de volgende dag niets meer. Maar een paar dagen later toch nog eens bij de garage binnengesprongen om te vragen of zij een idee hadden? De mechaniciens kwamen kijken maar vonden niets, tot de secretaresse het hoorde. Zij naar de auto, bekeek de banden en zag direct dat er in één band al een gaatje zat en er een paar plekken tot op de draad versleten waren en dat de andere band ook een paar rotversleten plekken had. Net geen klapband(en) dus.

Of die keer … grapje. Ik denk dat dat voorlopig alles was. Ik hoop alleen dat die beschermengel nog een tijdje bij mij blijft.

Een gedachte over “Engeltjes”

Geef een reactie