Het gaat

Deze morgen aan de schoolpoort. Drie mama’s met de fiets die hun respectievelijke kinderen afzetten en ondertussen nog rap afspraken maken. Want zo gaat dat: maandag moet die naar daar en gaat dan met die mee, dinsdag is er dan een andere regeling met een andere mama enz.

Vandaag was het aan Louis om mee te rijden met mama 2: hij moet naar de muziekschool en haar dochter gaat ook, net als de dochter van mama 3, die dus ook meerijdt. In ruil neem ik de andere dochters van mama 2 en 3 mee, vriendinnetjes van Zelie.

Enfin, we stonden dus aan de schoolpoort om de namiddagregeling nog eens te overlopen en vroegen aan mama 2, wiens man vrijdagavond pas uit het ziekenhuis werd ontslaan, of het wel zou gaan? Of wij niets konden/moesten doen? en zij antwoorde: ‘Neen hoor, het gaat’ … en toen begon ik luidop te lachen. Mama 2 en 3 keken naar mij van ‘duh?’ en ik probeerde te stoppen met lachen om uitleg te geven: ‘Het gaat’ zei ik, ‘maar hebben wij ooit al een mama gehoord die zei dat het niet ging?’.

Ze konden niet anders dan ook beginnen lachen.

Een gedachte over “Het gaat”

  1. Da’s typisch. Menselijk. Weinig mensen zullen anderen om hulp vragen of toegeven dat “het niet gaat” (in het huishouden). Als ik er verder over nadenk, zijn mijn moeder en m’n man de enigen aan wie ik hulp zou vragen…

Geef een reactie