Stank

Zelie, Louis en ik zaten gezellig in de living dingen te doen en te babbelen en zo. Michel zat in de slaapkamer of de badkamer, enfin, ook ergens boven dus.

Toen was er stank. En rook. En meer stank en meer rook.

Wij schroefden onze neus op en de dekentjes werden afgegooid. Michel kwam op hetzelfde moment de living in en we besloten eensgezind: er brand ergens iets (aan?).

Dus keken we rond en plots viel Zelie haar frank: ‘t Is dat dingske, allez, ge weet wel, dat dingske’ tegelijkertijd nogal wild springend om haar argument bij te zetten.

‘Dat dingske’, dat begrepen we niet goed, maar Michel en ik liepen ondertussen al naar beneden om de bron van de stank en de rook op te sporen (we hadden al vastgesteld dat de bron niet boven lag). Mijn hart bonsde inmiddels nogal van anticipatie en ik had al scenarios in mijn hoofd van uitslaand vuur en emmers water die zouden leeggegoten moeten worden.

Al bij al viel het nog mee. Het bleek effectief ‘dat dingske’ te zijn: een mini warmwaterflesje om in de handschoenen te steken, dat, om hergebruikt te kunnen worden, in kokend water moet gelegd worden. Mijn fout dus, want ik had het in het water gelegd én de pot op het vuur gezet om te laten koken, maar was die dan volledig uit het oog verloren.

Resultaat: de deur in de keuken wagenwijd open, alle ramen in de living wagenwijd open en een pan om op het stort te smijten.

Het kon (veel) erger.

Geef een reactie