Zorgen 2

Mijn papa sukkelt nu al enkele maanden af en aan. Hij heeft een resem onderzoeken ondergaan en op geen enkel ervan was ook maar iets te vinden. Dus sukkelt hij voort.

Een tijdje gaat het beter en opeens herbegint het. Hij neemt dan een tijdje zware medicijnen, het gaat beter, hij bouwt af, het blijft beter … om dan na enkele weken/maanden volledig te hervallen.

En nog vinden ze niets. Zeer frustrerend en zorgwekkend.

Dat er ‘iets’ is bewijst gisteren: hij heeft een soort epilepsie-achtige aanval gehad. Beginnen roepen, volledig verkrampen en stokstijf op de grond gevallen en ‘van de wereld weg’ maar met zijn ogen open. Hij reageerde niet meer en herkende niemand meer. ‘Gelukkig’ gebeurde dit toen hij net een café binnenkwam waar ze hem goed kennen: ze hebben direct de ambulance gebeld én mijn zus. En gelukkig gebeurde dit geen twee minuten vroeger toen hij nog in zijn wagen zat.

Hij herinnert er zich niets van, heeft zich niet echt pijn gedaan behalve dat hij is moeten genaaid worden in zijn tong van erop te bijten, en eens in de ambulance begon hij al weer bij ‘dezijnen’ te komen en herkende hij mijn zus opnieuw (die meereed in de ambulance).

In het ziekenhuis hebben ze hem onder de scan gelegd en aan zijn hersenen is niets te zien. Gelukkig. Vandaag mag hij weer een hele batterij van andere onderzoeken ondergaan om de oorzaak te proberen achterhalen.

Maar ik ben er niet gerust in. Niet in de onderzoeken in de zin dat ze iets slechts zullen vinden. Integendeel. Ik ben juist ongerust dat ze niets zullen vinden, net als een paar maanden geleden, en dan staan we nog altijd even ver: mijn vader is niet goed en we weten niet waarom of wat er tegen te doen.

Girlpower

‘k Loop een beetje achter met het verspreiden van het goede nieuws, maar dit weekend is de meisjesbevolking weer aangegroeid met twee lieve schatjes.

In tegenstelling tot de tweede baby heeft zij niet al te lang op zich laten wachten. Vrijdag is Lily geboren en via deze weg wens ik haar fantastische ouders X. (mijn directe baas trouwens) en A. al het beste toe: congratulations! Enjoy the baby and your time together.

Na 10 extra dagen besloot Janne gisteren dan ook eindelijk om de warmte van de baarmoeder te verlaten en deze in te ruilen voor de fysieke warmte van haar ongeduldige ouders Lien en Peter. Via deze, nog eens van harte proficiat aan de ouders (ik had al een sms-je gestuurd, waar).

En aan de babys: lieve meisjes, wees ongelooflijk welgekomen.

Socializing

Aan vriendschap moet je werken, wordt wel eens gezegd. Nu, niet zo verwonderlijk want uiteindelijk moet je aan elke relatie werken, dus waarom zou vriendschap anders zijn.

Het probleem is soms dat het leven ertussen komt. Vooral eens je kinderen hebt. Dan komt het er niet echt meer van om zomaar eventjes af te spreken of bij elkaar binnen te springen. Kinderen vragen planning en organisatie en babysitters.

En nu ik eraan denk, ik denk dat de laatste keer, dat ik bij iemand ben ‘binnengesprongen’ toch moet dateren van mijn studententijd. Toen wist je dat ‘het enige’ wat die ander te doen had, studeren was en zolang het geen examens waren, who cares? Of zelfs tijdens de examens. Even binnenspringen om de zinnen te verzetten.

Maar nadien, eens het ‘echte’ leven begon met werk en regelmaat en zo, denk ik niet dat ik nog zomaar eens bij iemand ben binnengesprongen. Alhoewel de gedachte mij ongelooflijk aanspreekt: zomaar, als ik zin krijg, mij oppakken en onverwacht aanbellen en de hele nacht blijven plakken en kletsen.

De praktische kant wil dus niet mee, en dan spreek ik niet alleen van mijn kant. Ik zie het niet echt zitten dat mijn vrienden, ondertussen ook met een job en (de meerderheid toch) kinderen, vreselijk opgetogen zouden zijn met zo’n spur of the moment bezoek, behalve als het weekend is misschien.

En daar hebt ge het al weer: behalve als het weekend is. Dat is al direct een domper op het spontaan binnenspringen hé. Dan zijt ge al direct beperkt hé. En dan moet ge nog sjans hebben ook. Want gezien we allemaal tijdens de week niets kunnen doen, zitten de weekends meestal vol met dingen die we willen doen zodat er uiteindelijk wreed weinig kans overblijft dat àls ik spontaan zou binnenspringen, dat er dan ook nog iemand thuis zou zijn.

Er zit tegenwoordig niets anders op dan te plannen. Liefst lang op voorhand. Toch een paar maanden. Kwestie dat tegen beide partijen ergens een gaatje vinden. En uiteindelijk heeft ook dàt zijn charme: ge weet naar wat uit te kijken 🙂

Verchillen-gelijkenissen

’t Is soms heel bizar dat vier verschillende kinderen eigenlijk niet altijd zo verschillend zijn. Naarmate dat de één of ander ouder wordt merk je dat die soms identiek hetzelfde doet als zijn/haar oudere broer of zus.

Neem nu bijvoorbeeld hoe de drie oudsten alle drie reageerden op veranderde situaties. Veranderingen in de zin van verhuis van onthaalmoeder naar peutertuin, en daarna van peutertuin naar school.

De eerste week was altijd positief. In de peutertuin kon ik hen zonder problemen afzetten en eens ze naar school gingen konden ze niet rap genoeg van mij weg zijn. Afzetten, met moeite een kus en rap rap weg om te gaan spelen.

Dat duurde zo’n week, soms twee en toen sloeg de stemming om. Het nieuwe was er af en ze begonnen blijkbaar te beseffen dat de nieuwe situatie ook een blijvende situatie was. En dan begon het. Niets meer gemakkelijk afzetten en vrolijk weglopen. In tegendeel: vastklampen aan mijn benen, hartverscheurend huilen en ’s avonds niet meer willen gaan slapen.

Zo was het nu ook weer met Anna. Na twee maanden thuis met mama en papa was het twee weken geleden weer tijd om terug naar de onthaalmoeder te gaan. Die eerste week gaf dat geen enkel probleem: afzetten, een kus, geen drama’s, ’s avonds een leuke glimlach als ik haar kwam halen en zonder problemen kon ik haar in bed steken.

Vorige maandag sloeg de stemming om. Huilen op het moment dat ik haar afzette en vertrok, als ik haar ging halen was ze wel blij maar nu niet overdreven (ze zit daar wel goed, dat weet ik) maar om haar ’s avonds in bed te steken was het heel wat minder.

Op vrijdag is ze thuis bij mij en ’s middags was het nog een probleem om te gaan slapen, maar ’s avonds heeft ze geen kik gegeven. Dat kan er uiteindelijk mee te maken hebben dat we, voor het slapen gaan, nog gaan zwemmen zijn en ze dus uitgeput was. Of dat ze al een ganse dag bij mij was en dus die ‘verlatingsangst’ niet had. Gisteren was er ook geen enkel probleem om haar te laten slapen en ik vermoed dat het vandaag ook wel OK zal zijn.

Het zal dus pas morgen zijn dat ik zal merken of haar verlatingsangstperiode voorbij is of dat ze nu denkt dat ze niet meer naar de onthaalmoeder moet.

Als ik op de reacties van Jan, Louis en Zelie mag afgaan zou het ofwel gedaan zijn, ofwel nog maximaal een week duren. Afwachten dus.

Vooruitgang

In de verbouwplannen. Er zit schot in.

Ik had al eens geschreven dat ik vertrouwen had in onze ontwerpers en dat ik er zeker van was dat er iets goeds uit de bus zou vallen, en ik heb nog gelijk gekregen ook.

Toegegeven, toen ik de verschillende plannen zag kreeg ik shock na shock. De plannen waren zo anders dan dat ik ooit had kunnen denken dat ik echt heb moeten bekomen.

En dat is dus helemaal niet negatief bedoeld, maar als je daar zelf geen zicht in hebt en al ‘k weet niet hoe lang op een bepaalde manier van een ruimte gebruik maakt, en als dat dan eigenlijk plots volledig op zijn kop gezet wordt, is dat wel een schok.

Maar zo aangenaam verrast dat ik was. Drie verschillende indelingen van de ruimte en op die drie indelingen, telkens nog twee varianten.

Zes plannen dus. Ge zoudt dus denken dat we daar onze gading dan wel in vinden, maar neen hoor: wij hebben gewoon eigenlijk één plan genomen maar met de trap anders gestoken … zodat dus een aantal elementen van de ene plan ook moeten gewijzigd worden.

Neen. Ik zie het zo ongelooflijk goed zitten, ge kunt het u niet inbeelden.

Volgende fase: details uittekenen en materialen kiezen. Die details, daar maak ik mij ook geen zorgen over. Die mensen weten echt wel waarover ze praten en wat een goed idee is of niet.

Materialen kiezen. Hmm. Daar ben ik minder gerust in. Niet dat Michel en ik niet overeen komen op dat vlak. Griezelig genoeg hebben we op dat vlak identieke smaak (en dat kan je van ons niet veel zeggen). Maar het kan zo twee richtingen uitgaan … of misschien toch een combinatie van de twee?

Er zal nog mogen nagedacht worden en goed gekeken worden naar wat we nu echt het allerleukst vinden en als we dat toch niet vinden, sowieso een beslissing nemen en er mee leven want vanaf moet het vooruit gaan 🙂

Red de frietkoten! (of toch één)

Ik vind dat jammer ze, persoonlijk, dat ‘het frietkot’ uit ons straatbeeld aan het verdwijnen is. België is, dacht ik, het enige land die dat heeft (en als er ergens anders zijn, awel, het zijn na-apers maar toch leuk dat er daar dan ook zijn).

In Oudenaarde is het frietkot op de markt een paar jaar geleden moeten verdwijnen wegens ’te lelijk’ om zo midden op de markt te hebben. En het frietkot dat aan de kerk stond is zo ook eerst verhuisd naar een zijpleintje om dan volledig verwijderd te zijn uit het centrum.

Er zijn uiteraard nog friet’dingen’ in Oudenaarde. ‘Dingen’ zeg ik want dat zijn geen frietkoten meer: het zijn restaurants/snackbars/brasserieën of hoe je het ook wil noemen, ook al verkopen ze daar hetzelfde als in een frietkot. Want ze zijn nu gevestigd in een huis, een gebouw, en dus zijn het geen ‘koten’ meer.

In Gent zijn er zo ook al een aantal verdwenen. ‘Het blauw kot’ bijvoorbeeld is ook weg en nu is er ‘Het blauw kotje’ (de naam alleen al), een etablissement (van dezelfde mensen, daar niet van) op de hoek van het plein waar het voormalig frietkraam stond. Doodjammer. En het zal wel niet het enige zijn dat (al) verdwenen is.

Persoonlijk vind ik dat absoluut niet leuk. Nul komma nul gezelligheid want het is daar te warm en het stinkt. Dus hoe ‘gezellig’ ze het ook inrichten, liefst van al zet ik daar geen voet binnen.

De charme van zo’n frietkot gaat dus verloren.

Naast Oudenaarde en Gent (waar ik weet van heb, het zullen er dus wel ongelooflijk veel meer zijn) willen ze nu ook in Eeklo het frietkot wegdoen en blijkbaar zijn de mensen daar niet mee akkoord. En die ‘de mensen’, dat ben ik ook.

Deze keer kunnen we er (misschien toch) iets tegen doen. Er is een comité (http://www.studiomuscle.com/blog/2007/09/12/save-the-frietkoten/) dat er zijn schouders onder zet en er is een petitie (http://www.petitiononline.com/frietkot/petition.html) opgestart. Dus, doe uw duit in het zakje en teken die petitie want hoe lelijk sommige frietkoten ook mogen zijn, het is een deel van onze bekendheid als Belgen en we moeten ons erfgoed beschermen.

Mijn handtekening staat er al onder. Nu nog de uwe. Tekenen! Doen!

Snif, snotter, snuit

Bovenop de vermoeidheid is er een snotvalling bijgekomen. Een snotvalling, dat is niet ziek zijn. Ik weiger daar het etiket ‘ziek’ op te plakken.

OK. ‘Denderen’ is nu niet het woord dat ik zou gebruiken om te antwoorden op de vraag ‘Hoe gaat het?’. Dan zou ik eerder aan ‘slecht’ denken, maar ‘slecht’ is niet ‘ziek’. Want als ge ziek zijt, dan blijft ge thuis. In uw bed. Veel slapen en wachten tot het beter gaat. Eventueel zelfs medicijnen nemen en zo.

En ik ben niet ziek.

Gisteren ben ik (alleen voor de zekerheid hoor, niet omdat ik ziek ben) toch maar om 21u in bed gekropen en vandaag voel ik mij (marginaal) beter. Dus ga ik dat vanavond ook maar eens doen.

Want gisteren en vandaag zijn de enige twee avonden dat ik thuis ben deze week, of anders wel thuis ben maar dingen te doen heb ’s avonds, en dan profiteer ik er maar beter van. Allez, juist voor het geval hé. De ‘ge kunt nooit weten’ en zo. ‘Better safe then sorry’ en al.

Want ik ben niet ziek hé.

Hoor! Afspraken

Maandag moest ik met Zelie bij de NKO-arts zijn. Een vriendelijke man die mij ook al geholpen heeft toen ik met een constante bloedneus zat en hij mij daar zonder veel poespas vanaf geholpen heeft (plaatselijk verdoven, poliep wegsnijden; peuleschil).

Zelie mocht op ‘de stoel’ zitten en toen hij in haar oren keek bleek er dus vocht te zitten. ‘Een vermindering in het gehoor van minstens 30 decibel’ zei de dokter en alhoewel ik niet weet wat dat is in percentages, laag lijkt het me toch niet.

Daarna zijn haar oren getest geweest: ze moest in zo’n speciaal kotje waar ze een koptelefoon mocht opzetten en telkens ze een toon hoorde moest ze een oor aanduiden. Alhoewel ze dus thuis maar klaagde over één oor, is er vermindering in de twee oren en in het linkse dus het meest.

De dokter heeft de keuze gelaten: we konden afwachten en zien hoe het evolueerde. Met een beetje geluk zou alles vanzelf oplossen binnen dit en twee maanden. Het probleem is dan natuurlijk dat ze nog (misschien) twee maanden niet goed zou horen in de klas met alle negatieve problemen vandien. De andere optie was dus buisjes steken.

Gezien ik weet hoe frustrerend het is om te weten dat je alles een paar keer moet herhalen vooraleer Zelie soms reageert heb ik maar toegezegd om buisjes te steken. Misschien ook een gemakkelijkheidsoplossing voor ons, maar het zal haar ook ten goede komen als ze opnieuw normaal hoort (vooral dan in de klas) en het zal ook beter zijn voor de juffrouw: ze heeft 25 kinderen in de klas en we moeten haar taak nu niet nog lastiger maken dan dat ze al is 🙂

De ingreep kon gisteren al gebeuren, maar op zo’n korte tijd kon ik mij toch niet organiseren en dus worden de buisjes nu volgende week woensdag geplaatst. Michel neemt daarvoor de tijd om met haar naar het ziekenhuis te gaan (ze moet daar al om 7u zijn) en bij haar te blijven, terwijl ik mijn ‘gewone’ routine dan aanhoudt van de andere kinderen klaar te maken en naar school te brengen.

Vervolg dus volgende week.

Eindelijk

’t Is tegen mijzelf dat ik dat zeg hoor: eindelijk! Domme kalle en alles en zo.

Op 18 november zal het twee jaar geleden zijn dat ik ons inschreef bij het dienstencheques systeem. Twee jaar geleden dus dat wij geen kuisvrouw meer hebben of enige andere hulp in het huishouden (behalve de hulpvaardigheid van mijn schoonmoeder al meer dan één keer, waarvoor eeuwige dank). Twee jaar dus dat ik het zelf doe en gezien ik het toch een beetje druk heb (kwa understatement kan dat tellen) dat ik dat niet zo vaak doe. Ons huis is niet het toonbeeld van netheid, kan je wel stellen.

Maar vandaag eindelijk de knoop doorgehakt, de site bezocht, een firma gezocht, de telefoon opgepakt en mij aangemeld. Voila! Het is gebeurd: we zijn ingeschreven. En nu is het wachten geblazen en zien wat ze onze richting uitsturen.

En ik ben eerlijk geweest, want het zou de eerste keer niet zijn dat een poetshulp moedeloos wordt en het aftrapt. Dus gezegd dat we iemand met sterk karakter nodig hebben en die van aanpakken weet.

We zullen zien wat de toekomst brengt.

En nu vrijdag eens binnestappen bij Die Swaene om de hoek met de strijk: nog iets dat al lang geleden moest gebeurd zijn.

Na de keuken, nu de opkuis. Ons (praktisch) leven valt langzaam maar zeker in zijn plooi.

Pffff

Ik ben lichtjes vermoeid, misschien zelfs oververmoeid.

Alles vraagt een dubbele of driedubbele inspanning, mijn geduld met de kinderen is zo goed als onbestaande en dus telkens ze mij iets willen vragen moet ik eerst diep ademhalen om dan een glimlach boven te halen en te antwoorden.

De dingen zien er ook niet wreed rooskleurig uit als ge zo moe zijt en alles steekt veel te rap tegen en ge zegt dan al eens rapper iets wat ge niet mocht zeggen of toch tenminste beter anders gezegd had.

Nochtans ziet te toekomst er goed uit: de kinderen amuseren zich op school, ja, zelfs Louis na zijn initiële valse start en Anna is content bij de onthaalmoeder. We gaan een keuken zetten en de ontwerpster is blijkbaar in haar nopjes met haar ideeën en ik heb alle vertrouwen in haar: al hetgeen ik al gezien heb valt meer dan in de smaak. Er komen overal kasten in ons huis zodat opruimen eindelijk ook zal lukken. Er zijn een aantal feestjes in aantocht die beloven zeer leuk te worden, te beginnen volgend weekend bij mijn broer. Het schooljaar is weer begonnen en dus ook de Oudervereniging en dat zijn altijd productieve en leuke (na)vergaderingen.

Maar ik heb nu even een dipje.

Vroeg naar bed vanavond en morgen zal alles er al veel beter uitzien. Moet wel want we hebben een ongelooflijk drukke week voor de boeg (monumentendag, infoavond school, vergadering, dokters- en tandartsbezoek, nog vergadering, kinderactiviteiten, Gentblogtactiviteiten, feestje verjaardag broer en schoonzus) en als ik niet niet op tijd uitgerust geraak zal het een ongelooflijk zware week worden.