Ritme

Tot vorige week had Anna geen vast slaapritme: de ene keer sliep ze in de voormiddag en/of de namiddag een half uur, de andere keer drie uur, de andere keer ergens iets ertussen.

Anna in de auto

Ze kon ook geen vast ritme ontwikkelen wegens nooit thuis zijn op het gemak: met drie andere kinderen die hier rondlopen was er altijd wel een plaats waar we naartoe gingen en Anna werd dus meegenomen. En zo sliep ze dan eens even in de buggy of de auto en als ze in haar bedje lag werd dat tekort dan soms ferm ingehaald door marathondutjes te doen.

Deze week is ze dus voor het eerst naar de onthaalmoeder. Maandag blijkbaar veel geweend, dinsdag was het al beter en vanaf woensdag alles in orde. Op de vier dagen dat ze er is heeft ze nu eindelijk een vast slaapritme kunnen opbouwen en vandaag hou ik mij daar zo goed mogelijk aan: deze voormiddag mooi in bedje gelegd en heeft ze een uurtje geslapen en nu is ze sinds 12u50 bezig aan haar namiddagdutje.

Ik heb zo de indruk met haar nieuwe, vaste dagritme, dat er nu ook beterschap zit in haar nachtritme: ze komt gelijk toch iets minder wakker en als ze wakker komt krijg ik haar, zonder te voeden, rapper terug in slaap.

Het is eigenlijk algemeen geweten dat kinderen zo veel mogelijk heel vaste routines nodig hebben, dat ze daar het best bij varen, en alhoewel ik dat al wist, wordt ik er nu nog maar eens met mijn neus opgedrukt.

En nu zit ik hier dus ook mijn vingers te kruisen dat ze binnenkort (eindelijk) ganse nachten zal beginnen doorslapen.

Een kinderhand …

is gauw gevuld, wordt gezegd en soms klopt het ook.

Op de ouderinfoavond had juffrouw Riet haar beloningssysteem uitgelegd: flinke kindjes, kindjes die een moeilijke vraag toch wisten (er was bv. een kindje dat wist wie Einstein was, allez, dienen mens herkende van een foto hé), kindjes die iets speciaals deden, … konden voor één dag beloond worden met een kaboutertje. Dat kaboutertje mocht mee naar huis tot de volgende dag.

Kindjes die een ganse week flink waren geweest krijgen op het einde van de week een ‘flinkerdje’: een klein ‘pruts’kadootje dat ze mogen kiezen uit een mand én ook mogen houden.

Gisteren kwam Zelie thuis. Hoe was het op school? Goed? Wat heb je allemaal gedaan? Dit en dat. Enfin, niets speciaals. Business as usual: eten, beetje buiten spelen en dan weer binnen om zich klaar te maken voor naar bed te gaan en nog eens het huiswerk te overlopen.

Ik moest haar nog iets meegeven voor op school en toonde het haar en zei dat ik het in haar boekentas zou steken. Zo gezegd, zo gedaan en wat vond ik toen ik het kleine zakje opendeed? Inderdaad, een kaboutertje.

“Zelie, wat heb ik hier gezien?” vroeg ik met een brede glimlach. Eerst een diepe frons van het nadenken en plots herinnerde zij het zich weer: ze had een kaboutertje verdiend, met het oplossen van een ‘moeilijke’ vraag. Glunderen dat ze deed.

Ze heeft de kabouter direct naar boven gebracht, vol fierheid aan papa getoond (die er uiteraard foto’s van moest nemen) De kabouter van Zelie en heeft hem meegenomen naar boven als ze ging slapen want “kabouters worden ’s nachts levend hoor”.

Deze morgen was ze ervan overtuigd dat de kabouter niet meer op dezelfde plaats stond als waar ze hem gisterenavond gezet had. Prachtig toch, nietwaar? 😀

Vandaag is de kabouter terug naar school. Benieuwd wanneer de volgende toekomt.