Start

Met al die miserie rond Anna zoudt ge bijna vergeten dat er nog drie kinderen rondlopen. Niet echt natuurlijk, maar blogsgewijs is daar de laatste tijd toch niet al te veel meer over gezegd. Bij deze dus even proberen dit een beetje recht te trekken.

1 september is ondertussen al een week voorbij maar dit jaar hebben we dus drie kinderen in ‘de grote school’ (3e kleuter + lagere school)  en eentje in ‘de kleine’ (1e en 2e kleuter), wat het traject toch wel iets verrapt (zo heb ik deze ochtend gemerkt).

Jan zit nu in de derde kleuterklas. De hele zomer heeft hij zitten aftellen naar 1 september. Ik overdrijf dus echt niet als ik zeg dat hij op 5 juli al vroeg ‘hoeveel keer nog slapen voor we naar school gaan?’. Hij stond te popelen. Hij gaat sowieso (nog?) graag naar school, maar het vooruitzicht dat hij nu naar ‘de grote school’ mocht, dat vond hij gewoon fantastisch.

Fier als een gieter stapte hij die eerste schooldag dan ook de schoolpoorten door. Bravoure tot we op de speelplaats boven kwamen en toen bleef hij aan mijn benen plakken. De massa kinderen is een enorme verandering tegenover het aantal in het schooltje waar de eerste en tweede kleuterklas gevestigd zijn, dus hij was toch lichtjes overrompeld. Ik heb hem even kunnen overtuigen om te spelen met zijn vriendjes, maar na een paar minuten was hij toch al terug.

Eens de bel ging was alle angst verdwenen: zo vlug als tel liet hij mij los, amper tijd om nog een kus te geven en hij vloog naar de rij van zijn klas. Stralen deed hij.

Zolang ik de kinderen met de auto afzette aan de schoolpoort (tot maandag dus, toen Anna eindelijk naar huis mocht) eiste hij dat ik mee naar binnen ging tot op de speelplaats en dan nog liet hij mijn hand moeilijk los. Het is toch wel even wennen als kleintje tussen al dat groot geweld. Maar gisteren zijn we voor het eerst weer met de fiets naar school gegaan en heb ik hem, met broer en zus, gewoon achtergelaten aan de garage waar ze hun fietsen parkeren, en hij maakte er geen enkel probleem van.

Hij voelt zich duidelijk zeer goed daar op ‘de grote school’ en de juf kennende, zal dat alleen maar verbeteren. Vorige week was het infoavond en de juf zei ook dat hij het goed zag zitten.

Louis is dit jaar in het derde leerjaar begonnen en hij was ook blij op de eerste schooldag toen hij de lijst met de klasindeling zag. Niet alleen zat hij bij ‘de meester’ (zijn eerste mannelijke leraar in zijn schoolcarrière), hij was ook content met zijn klasgenootjes.

Gisteren was er dan infoavond voor zijn klas en toen ik deze morgen opmerkte dat hij dus vooraan zat, bijna tegen de bureau van de meester, blonk hij: hij vindt het duidelijk een fantastische plaats om te zitten. Ze hebben zelf mogen kiezen en het is duidelijk dat hij die plaats gekozen heeft, niet dat dat de plaats was die ‘overbleef’.

Louis is een kind van weinig woorden en weinig onthullingen. Veel hebben we dus nog niet gehoord van hem, maar de meester zei dat hij het (tot nu toch 🙂 ) goed deed in de klas. Hij maakt elke dag mooi zijn huiswerk en ik kan er wel van genieten om hem zo geconcentreerd bezig te zien, aan de keukentafel met zijn hoofd gebogen en zijn tong tussen zijn tanden.

En Zelie is ook content. Na het afschuwelijke jaar van vorig jaar had ik serieus schrik dit jaar in welke klas ze zou terechtkomen. Zijzelf stond ook een beetje te treuzelen de eerste schooldag en is lange tijd bij ons en haar broers gebleven op de andere speelplaats. Maar de bel ging en toen moest ze zich wel in de rij zetten en zo stond ze er een beetje verloren bij helemaal alleen op het einde. Niet dat ze geen kinderen kende, maar ik denk dat ze schrik had voor de reacties na vorig jaar. Ze zit helemaal gescheiden van haar klas van vorig jaar, of tenminste, van de kinderen waar ze het vorig jaar niet (meer) mee kon vinden, dus daar was ze wel blij om, maar aangezien ze na vorig jaar geen enkel echt vriendinnetje meer had, wist ze dus niet goed waar draaien.

Maar ’s avonds kwam ze helemaal blij thuis. Dat ze in een zeer leuke klas zat met allerlei soorten kinderen en dat ze een zeer leuke meester had. Tegen het einde van de week was ze nog contenter: ze vindt het vijfde leerjaar fantastisch en is zeer gelukkig in haar klas, een verademing na vorig jaar dus.

Een van de meisjes is nieuw en blijkbaar klikt het wel (‘het is ook een rare’ dixit onze ‘rare’). Met een ander meisje was ze tot en met het eerste leerjaar zeer goed bevriend, maar daarna zaten ze in een andere klas en was de vriendschap een beetje ‘gekoeld’. Nu ze weer samen zitten blijkt het weer zeer goed te klikken en Zelie ziet het dit jaar volledig zitten.

Vandaag doet Anna haar eerste schooldag in het tweede kleuterklasje. Eens zien deze middag wat dat gegeven heeft.

Nieuws

We zijn al zo ver: doktersbezoek vandaag.

Stand van zaken: vandaag kreeg Anna haar laatste antibiotica en wat de dienst pediatrie/virologie betreft mag ze naar huis. Ze is volledig genezen verklaard, alleen nog een beetje zwak en het komt er nu op aan haar krachten weer op te bouwen, maar met de sprongen die we haar dagelijks zien maken, komt dat goed in orde.

Hand. Vandaag is de plastisch chirurg (eindelijk) langs geweest. Ik kan niet zeggen dat dat ik die dokter(s?) gezien heb want ze waren onooglijk vroeg voor hun doen (8u ’s ochtends; de pediater-assistente zei zelf dat ze dat nog nooit meegemaakt had). Gezien het vandaag de eerste schooldag was en Anna normaal gezien slaapt tot 9u was ik even over en weer naar huis-en-school om de andere kinderen op hun eerste schooldag te begeleiden. En zo heb ik dus de dokters gemist en weet ik alleen wat ze verteld hebben aan de verpleegsters en de assistente.

Anna gaat de volgende dagen een behandeling krijgen met UV licht en donderdag én vrijdag zal iemand langskomen om de evolutie te bekijken. Vrijdag zouden we dan eindelijk een soort uitsluitsel moeten krijgen: operatie of niet. En vrijdag weten we dan waarschijnlijk ook of Anna naar huis mag of of het beter is dat ze hier blijft om haar behandeling voort te zetten.

Ondertussen heeft Anna deze ochtend ‘les’ gekregen van de ziekenhuisjuf en mocht ze deze namiddag mee voor revalidatie van haar handje. Haar komende dagen hier zullen dus meer gevuld zijn en zullen dus rapper voorbijgaan.

Voor mij zullen het hectische ochtenden/dagen worden deze week met wekker vroeg zetten, naar huis rijden, Zelie, Louis en Jan naar school brengen en terug naar het ziekenhuis bij Anna en dan in de namiddag kinderen weer afhalen. Gelukkig kunnen broers en zus hier beneden terecht tot ze ’s avonds naar huis gaan.

Aan mijne rekker

Zoals Michel zegt: vanaf nu zijn wij officieel ‘voetbalouders’ want Jan mag sinds vandaag voetballen. Voor hem ‘eindelijk’. Wij zijn geen voetbalfans, ik heb er zelfs een grondige hekel aan, maar ik moet toegeven: uwen kleinen zo zien rondlopen en hem amuseren is fantastisch.

Jan voetbalt!

Hij moet nog veel leren, maar daarom net gaat hij dus naar een club. Ik heb veel goede dingen van de club gehoord en op het eerste zich lijken ze allemaal al te kloppen, dus ik zie het eigenlijk wel zitten om af en toe naar een training te gaan. Meer dan af en toe zal toch niet lukken wegens werk enderzijds en andere kinderen ook met activiteiten anderzijds.

Maar gelukkig dat Jan was én is, ge hebt er geen idee van. Hij vraagt dat dus al jaren en ik had hem gezegd, pas als je 5 bent. Toen hij in februari 5 was geworden stond dat voor hem gelijk met het feit dat hij dus eindelijk naar een voetbalclub kon. Gelukkig had ik hem altijd gewaarschuwd dat hij zou moeten wachten tot het nieuwe seizoen, maar ik stuurde wel onmiddellijk een mail naar de club om te weten wanneer dat seizoen juist zou beginnen. Ze gingen mij terugmailen met de nodige details.

Jan voetbalt!

Eind juli kreeg ik dan de mail dat de trainingen op 12 augustus zouden starten. Jan kan al deftig optellen, maar de laatste twee weken heeft hij zich toch goed bezig gehouden met aftellen.

Shopping gone wrong

Deze voormiddag was het tijd om de winkels te doen. Dringend tijd. Want Jan, die al toch drie jaar zaagt om naar de voetbalclub te mogen gaan, mocht deze namiddag eindelijk gaan. En om te voetballen, heb je minstens een paar voetbalschoenen nodig, niet iets dat we standaard in huis hebben.

Eerst richting Sint-Niklaasstraat, maar daar doen ze van uitverkoop-wegens-verbouwing en deden ze geen voetbalschoenen meer. Dus verder naar de Zonnestraat en daar konden we alles vinden wat we (voorlopig) nodig hadden: een paar schoenen, scheenbeschermers en kousen. De rest zou wel volgen als we wisten of er een uniform moest zijn of niet.

Terug via de Veldstraat en de H&M binnen om te kijken voor een training. Een paar leuke spullen gezien voor Zelie en die mocht ze gaan passen. Zelie vertrok en even later volgde ik met de drie anderen om te kijken hoe het stond.

Ik ging de gang van de kleedkamers binnen, Jan zag ik vanuit mijn ooghoek 2 seconden later ook binnenkomen. Ondertussen stond ik bij Zelie en vroeg haar om buiten te komen en op dat moment hoorden we een enorm luid gekrijs, in stereo. Het waren onmiskenbaar Louis en Anna die de hele winkel op stelten zetten en zo rap ik kon liep ik richting van het gekrijs.

Louis stond aan de roltrap volledig over zijn toeren te huilen en te roepen en te kijken naar Anna die op haar hurken bij de (ondertussen stilstaande) roltrap zat te krijsen … met haar handje verdwenen in de opening waar de rubberen band van de leuning in verdwijnt.

Ik ging er onmiddellijk naartoe en voelde hoe het juist zat, maar haar arm zat rotsvast. De hysterische dingen die ik toen geroepen heb zal ik jullie maar besparen, wees het gewoon gezegd dat er op een bepaald moment toch wel vier mensen aan alle kanten van de trap aan het trekken waren om toch maar te proberen dat open te trekken zonder extra druk op Anna haar arm uit te oefenen.

Ondertussen was de politie, de brandweer én de ziekenwagen gebeld, maar uiteindelijk hebben we haar armpje kunnen losmaken voordat één van hen was toegekomen. Er werd ijs gebracht en met Anna op mijn knieën en haar armpje tussen twee ijslagen bleef ik zo zitten tot de ambulance kwam. Terwijl we wachtten zag ik al dat Anna haar vingers nog kon bewegen, dus de hysterie verdween toch al een groot deel.

De drie hulpdiensten kwamen ongeveer gelijktijdig toe. Eén brandweerman in volledige uitrusting (brandwerend pak, help, handschoenen, bijl – I kid you not) en nog een viertal collega’s, twee politieagenten en drie ambulanciers. Alleen de ambulanciers konden dus nog effectief iets doen.

Ik mocht Anna zelf bijhouden en zat met haar in de ziekenwagen. Daarna in de spoed waar er de verpleging onmiddellijk keek en dan was het wachten tot er foto’s konden getrokken worden. Na ongeveer een uur eindelijk foto’s kunnen laten nemen en dan was het nog een half uur wachten vooraleer de dokter langskwam om zelf nog eens te kijken.

Anna heeft geluk gehad (en wij dus ook): geen breuk, alleen het vel/de huid heeft het hard te verduren gekregen en zag er niet al te gezond uit, maar tegen we uit het ziekenhuis ontslagen werden zag ze al grotendeels weer mooi roze.

anna-handje

Anderhalf uur heeft ze gehuild, of beter, gekrijst. Ontroostbaar was ze. Pas na de foto’s was ze eindelijk uitgehuild en ging het blijkbaar al iets beter: combinatie waarschijnlijk van de schok die aan het uitwerken was en de Junifen die aan het werken was. Tegen dat het verband rond haar hand ging was ze al aan het kleuren en gebruikte ze haar gekneusde handje zonder ‘ai’ te zeggen: de vingertjes konden niet al te goed plooien wegens gezwollen, maar echt pijn leek ze niet meer te hebben.

Vrijdagnamiddag controle bij de dokter en dan gaan we zien hoe het met haar huid gesteld is. Ondertussen zijn haar vingertopjes vrij gebleven zodat we kunnen zien of haar vingertjes wel mooi roze blijven.

Het ergste is (hopelijk) voorbij en met een beetje geluk zal ze vrijdag al geen verband meer rond haar hand moeten.

Spelen van

De kinderen spelen een spelletje. Altijd leuk om naar te luisteren, want om de zoveel minuten wordt het spel onderbroken voor een woordje uitleg (‘Wacht, en dan doe ik dit en jij dat en zegt Jan dat en doet Anna zo’).

Nu spelen ze ‘bakkertje’ en Louis is de bakker, Jan is de hond van de bakker en Anna is de klant. Wat Zelie juist is weet ik niet want zij is pas onlangs beginnen meedoen, maar ik denk ook een klant. Eerst was het speelveld de living, ondertussen zijn ze naar boven verhuisd en hoor ik ze over en weer lopen tussen de kamers.

Daarnet ‘klaagde’ Zelie: wanneer de bakker nu eindelijk open ging, want Louis had zijn toog toch even gesloten (‘want ik ben nu een ongeduldige klant’, zei Zelie, ‘en ik ga dus klagen’). Het antwoord van Louis: ‘Jamaar, ik ben wel in jaarlijks verlof hé’.

Schitterend.

Profiteren

Alleen met vier kinderen naar een pretpark gaan, dat gaat niet. Onmogelijk. Niet te doen. De kinderen verschillen daarvoor teveel in leeftijd en er is altijd wel een attractie waar de ene(n) wel op wil(len) en de andere(n) niet. Voor sommige attracties is alleen gaan dan een optie, maar voor de meeste moet er begeleiding zijn en dus kan ik niet alleen gaan: er moet nog een volwassene mee.

Voor Michel is dat ongelooflijk lastig, zo naar een pretpark met zijn rug. Om niet te zeggen dat ‘lastig’ een serieus eufimisme is. Dus zoek ik meestal andere slachtoffers.

Donderdag had ik evenwel sjans: drie kinderen zaten op kamp. Eén kind thuis. ’s Avonds moest ik de drie oudsten van hun kamp afhalen en laat dat kamp zich nu net in De Panne bevinden. Wat is er in De Panne? Juist, Plopsaland.

Ge moogt zeggen van merchandising en zo wat ge wilt, maar als er één park leuk is voor zelfs de allerkleinsten, dan is het wel Plopsaland. We zijn er indertijd geweest toen Zelie en Louis nog heel klein waren en Jan er nog niet was, en toen was het voornamelijk op die hele kleintjes gericht. Het is eigenlijk pas de laatste jaren dat er meer attracties gekomen zijn voor de ‘groteren’.

Donderdag was ook de dag dat Zelie, Louis en Jan mét hun kamp ook naar Plopsaland gingen en dus heb ik er van geprofiteerd om met Anna alleen op zwier te gaan. Op vraag van madam eerst naar de zee zelf waar we lustig in de zee hebben gespeeld tot Anna bijna blauw zag van de kou (niet dat ze er toen uit wou, maar ik heb haar dan maar verplicht). Eens afgedroogd en opgewarmd en schelpjes geraapt ging het richting Plopsaland.

We hebben ons rotgeamuseerd. Toen Anna na de eerste attractie erop wou blijven zitten, en ik haar zei dat dat niet kon behalve als ze opnieuw zou aanschuiven, maar dat er nog heel veel molens te doen waren, keek ze mij nogal ongelovig aan, zo met een blik als om te zeggen: dat zegt ge alleen maar omdat ik eraf zou gaan zonder een scène te maken. Maar vijf minuten later merkte ze dat ik niet gelogen had en van dan af aan was het van het één naar het ander.

Ik heb mijn ogen open gehouden om te zien of ik Zelie, Louis en Jan toevallig niet zou zien en ik had geluk: toen we in het treintje zaten passeerden we Zelie die aan het aanschuiven was voor een attractie. Ik kon haar niet achterna gaan: we zaten nogal vast, maar mijn hart maakte toch een sprongetje van blijdschap.

Tegen 18u waren we rond. Niet dat we het hele park hadden doorlopen, maar toch het grootste deel en we waren terug aan het beginpunt. De zon blakerde en de fontein liep vol kinderen, letterlijk dan. Dus heb ik Anna maar in haar onderbroek gezet en haar ook laten lopen. Binnen de vijf minuten was ze doorweekt, maar plezier dat ze had. Een half uur later heb ik er haar vanonder gehaald. Ze was niet zeer blij, maar langs de andere kant liet ze zich nogal rap overtuigen: het feit dat ze klappertande zal er wel mee te maken hebben gehad. We hebben nog een warme hap gegeten en daarna is ze toch nog eens vijf minuten onder de fontein geweest.

Uiteindelijk zijn we rond half acht op het kampterrein toegekomen, moe maar voldaan. Zelie, Louis en Jan waren dat duidelijk ook. Ze glunderden nog na van hun dag in Plopsaland en waren niet echt enthousiast om mee naar huis te gaan. Maar eenmaal thuis in hun bed hadden ze geen energie meer om nog gelijk wat te zeggen of doen.

Ten einde

Het was teveel voor Jan. Veel te veel. Onze ‘sterke’ man, de man die alles kan, is gestuikt. Kapot. Dat hebt ge dan als het een druk weekend is. En als ze dan ’s avonds nog niet op tijd in bed kunnen.

Vrijdagnamiddag hebben we een uur naar Zelie gekeken: het was toonmoment van ballet en het is altijd leuk om dan eens te zien wat ze zo het afgelopen jaar geleerd hebben. Maar het betekent voor de drie anderen ook een uur stilzitten, en dat is al veel lastiger. Tegen dat we erna thuis waren, gegeten hadden, … Laten we het erop houden dat het later was dan het normale uur. Gisteren er dan het feestje bij mijn zus. Bedtijd: bijna half elf.

Dat zou allemaal nog wel meevallen, ware het niet dat Jan een vroege opstaander is. Zelfs een zeer vroege. Gezien hij er tijdens de week om half zeven uit moet, staat zijn biologische klok daar vast op ingesteld, en dus, laat of niet de vorige avond, ten laatste tegen half zeven staat hij beneden, klaarwakker.

Twee te late avonden en te vroege ochtenden hebben hun tol geëist. Deze namiddag op bezoek bij mamie en grandpère geweest en tegen dat we naar huis gingen kon hij niet meer: huilen bij het minste, grote drama’s, koud, …

Thuis gekomen heeft hij dus rap gegeten om dan zo rap mogelijk naar bed te gaan: op een half uur tijd had hij gegeten, was hij gewassen, pyjama aan, tanden gepoetst en in bed. Bijna onmiddellijk lag hij te slapen.

Lang geleden dat ik zo een oververmoeid kind heb gehad.

Swim, swim, swim

Zelie, Louis en Jan gaan sinds een paar maanden zwemmen in de zwemclub, want zwemmen is belangrijk. Dat heb ik nog maar eens goed gemerkt toen we op vakantie waren en bleek dat, alhoewel Louis had leren zwemmen met school, hij eigenlijk nog helemaal niet kon zwemmen. Toch niet in de mate om hem alleen in een diep zwembad te laten.

Dus zitten ze in de zwemclub. Om techniek te leren en ook kracht. Om echt goed te leren zwemmen.

Zelie en Louis zijn samen begonnen. In de tweede groep. ‘Tweede’ in de zin van één stapje hoger dan de kindjes die dus voor de allereerste keer leren zwemmen, zoals Jan dus, die dus in de eerste groep zit. Want de zwemclub eist relatieve perfectie in techniek vooraleer ze in de volgende groep mogen.

Met dat Zelie ondertussen toch al vier jaar kan zwemmen mocht zij na enkele weken al over: haar techniek moest gewoon wat geperfectioneerd worden.

Om de zoveel weken, meestal na een reeks en voor een nieuwe reeks begint, worden ze dan geëvalueerd. Kijken naar de vorderingen en de techniek en dus kijken of ze klaar zijn om over te gaan naar de volgende groep.

Het einde van de reeks komt er weer aan en vorige zaterdag werden Zelie en Louis geëvalueerd. Louis had zijn evaluatie bijna gemist, maar gelukkig had hij zijn badmuts aan het zwembad vergeten zodat hij terug gegaan was en dus nog eens het zwembad in mocht. Zelie was ook al wat later dan gewoonlijk en uiteindelijk kwamen ze bijna gelijktijdig terug. Eerst Zelie bijna euforisch omdat ze over mocht: ze mag nu in het ‘grote’ zwembad. Een paar minuten later kwam Louis doodgelukkig terug: hij mocht ook over.

Vandaag was het dan aan Jan. Ik was nog net op tijd om zijn laatste 10 minuten les te volgen en dus zag ik het ook toen hij getest werd. Een eerste poging ging niet goed zodat het bijna leek of hij nog een reeks in de eerste groep zou moeten blijven. Maar zijn juffrouw zei dat hij het wel kon en dus mocht hij nog een tweede poging doen. Resultaat na poging twee: hij mag ook over gaan.

Drie dolgelukkige kindjes dus en een overtrotse mama.

’t Is kapot

Jan heeft een vriendje op school die blijkbaar nogal wreed into paarden is. Gisteren komt Jan dus met het nieuws thuis dat M. veel van paarden kent en dat een wit paard een schimmel is. Dat kon ik dus alleen beamen en ik zei hem er nog bij dat het paard van Sinterklaas ook een schimmel was.

Deze middag komt Jan thuis. Opnieuw met het nieuws dat M. veel van paarden weet.

‘En een wit paard is rot’, zegt hij vol overtuiging.

‘???’ Ik kijk hem nogal verbaasd aan. ‘Wat zei je, Jan?’

‘Een wit paard is rot’, herhaalt hij, en er verschijnt een grote glimlach op mijn gezicht. Geniaal gewoon.