Anna: Louis! Louis!
Louis: Ja Anna?
Anna, wijzend naar de schuif met bestek: lepeltje da
Louis: Ja Anna, daar zijn lepeltjes
Anna fronst de wenkbrauwen en doet een geluid als ‘miieuuw’
Louis: Moet ik een lepeltje nemen?
Anna knikt en glimlacht.
Anna: Louis! Louis!
Louis: Ja Anna?
Anna, wijzend naar de schuif met bestek: lepeltje da
Louis: Ja Anna, daar zijn lepeltjes
Anna fronst de wenkbrauwen en doet een geluid als ‘miieuuw’
Louis: Moet ik een lepeltje nemen?
Anna knikt en glimlacht.
Vorige week had Louis het zitten, deze week is het aan Zelie. Of eigenlijk niet volledig: vrijdag kon Louis weer naar school en is Zelie thuisgebleven wegens ziekte.
Nochtans is het niet hetzelfde dat ze hebben/hadden, of misschien wel maar is het bij Louis niet volledig doorgebroken? Louis is uiteindelijk twee dagen thuis geweest, woensdag en donderdag. De eerste dag koorts en lusteloos/zielig en niet willen eten. De tweede dag heeft hij ontbeten en ’s avonds gegeten en dat leek de goede kant op te gaan, maar hij had nog lichte koorts. Vrijdag blaakte hij weer van gezondheid en is hij naar school gegaan.
Maar die vrijdagochtend stond Zelie dan weer op met vreselijke buikpijn en ook hoofd- en keelpijn. Die buikpijn, daar had ze de dag voordien eigenlijk ook al over geklaagd. We moesten bij de NKO-arts langs voor controle van haar buisjes (alles tip top in orde) en daarna was ze nog geen sikkepit beter. Dan maar thuis gebleven. Zaterdag bij de huisarts langs en bleek dat ze een keelontsteking heeft. Zondag was het nog hetzelfde: klagen over hoofd-, buik- en keelpijn en vandaag was het nog niet beter. Het verslechtert niet, maar verbetering zie ik er voorlopig ook nog niet in.
Vandaag dus voor de verandering nog maar eens met Zelie naar mijn werk om werk af te halen en thuis te kunnen werken. Nog een geluk dat ze daar zo soepel zijn op dat vlak, maar hopelijk is ze vlug weer beter.
Toen ik gisteren Louis afhaalde van school klaagde hij over hoofd- en buikpijn. Tegen dat we thuis waren was hij al goed warm en heb ik hem gezegd maar boven in de zetel te gaan liggen, waar hij een kort dutje heeft gedaan.
Hij is samen met zijn broer gaan slapen om 19u. Normaal is dat zeker een half uur later en hij was er niet echt mee akkoord, maar, legde ik hem uit, het is geen straf om vroeg in uw bed te kruipen als ge u niet goed voelt. Uiteindelijk is hij zonder verder protest gaan slapen. Ik denk dat hij wel voelde dat het toch het beste was.
Deze ochtend ging ik de kinderen wakker maken. Eerst bij de meisjes en Jan moet iets gehoord hebben want hij stond plots aan de deur. Dan maar naar Louis gaan kijken en hij was ook al wakker en stond naast zijn bed in het donker. Ik moest er maar aankomen en ik wist al dat hij koorts had, dus heb ik hem gezegd terug in bed te kruipen en nog wat te slapen nadat hij siroop had gekregen: hij mocht vandaag thuisblijven bij papa.
Twee zieken thuis vandaag. Gelukkig is Michel zijn been toch al (marginaal) beter en uiteindelijk zal Louis wel doen wat hij het liefst doet: TV kijken. Zoveel problemen zal Michel er dus niet mee hebben en anders ben ik maar een telefoontje (en een kleine 50 km) verwijderd.
Toch geen leuke manier om het nieuwe jaar in te luiden. Ik hoop dat het een resultaat is van oververmoeidheid na de drukke vakantie en het opnieuw aanpassen aan het vroege opstaan om naar school te gaan. We zien wel vanavond.
Louis en ik waren nog als laatsten in de badkamer nadat ik de vier kinderen in bad gestoken had, en ik was een beetje met hem aan het dollen.
Hij moest zeer hard lachen en toen ik naar de deur ging om even in een andere kamer iets te halen, terwijl hij zich afdroogde, zei hij:
‘Maar mama toch. Gij zijt soms zo boos, soms zo lief en soms zo zot!’ en ik vond dat nu zo mooi.
Eén van mijn voornemens om tijdens de vakantie te doen, was met de kinderen naar Brugge gaan om naar het ijssculpturenfestival te gaan kijken.
Eerst zag het er naar uit dat het niet ging lukken. Voordat Michel ziek werd waren we immers van plan om gisteren naar Plopsaland te gaan en dus zag ik geen gaatje meer in onze vakantie om er naartoe te gaan. Maar ‘gelukkig’ werd Michel dus ziek en kwam gisteren vrij.
Kwestie om Michel toch wat rust te gunnen heb ik dus gisterenvoormiddag de kinderen opgepakt om een combinatie van uitstap/solden te doen. Ah ja, want Zelie had nog steeds geen schoenen, dus moesten we dat ook nog doen.
Het was een dagje zonder auto. Eerst te voet naar de tramhalte, halverwege de tramrit afgestapt om een schoenenwinkel voor Zelie binnen te gaan (en gelukkig heeft ze haar zin gevonden anders hadden we in Brugge mogen op zoek gaan), dan terug naar de tramhalte om de rit naar het station verder te zetten.
Met de trein naar Brugge en in Brugge eerst een hapje gegeten in de Panos (broodjes dus) en dan ticketjes kopen om naar het ijs te gaan kijken.
We zijn al eens gaan kijken, vorig jaar, en ik heb daar altijd een dubbel gevoel bij. Enerzijds is het gewoonweg prachtig wat die mensen daar gedaan hebben. Het detail van de kunstwerkjes, de aandacht die besteed wordt aan het creëren van de omgeving, het scheppen van de sfeer, … Ik sta daar vol bewondering en verwondering naar te kijken. Ik doe niet liever dan de kinderen te vragen of ze dit wel gezien hebben of dat daar! en kijk eens hier! en amai dat daar!
Anderzijds is het toch veel geld voor een wandelinkske van minder dan een uur en om uw tenen te laten bevriezen.
Maar de kinderen vinden het ook fantastisch om zien en ze vonden Plop en de pinguins vreselijk wijs natuurlijk. Maar hét belangrijkste natuurlijk voor hen: er is een ijsglijbaan en daar zouden ze absoluut afgaan. In tegenstelling tot ons vorig bezoek hadden ze de glijbaan op het einde van de expositie gezet wat ik een fantastisch idee vond. Zelie, Louis en Jan gingen naar boven om te gaan glijden en ik zou met Anna beneden wachten. Plots stond Jan weer naast mij: hij durfde niet en was met geen stokken te overtuigen dat het hetzelfde was als een gewone glijbaan.
We moesten even wachten voordat Zelie en Louis er (eindelijk) afkwamen en omdat ze zooo enthousiast waren begon Jan te twijfelen of hij toch niet zou gaan. Anna dan maar uit de buggy gepakt en samen met haar en Jan naar boven gegaan om toch te glijden. Jan zijn gezichtje glunderde … tot het moment dat hij zich op mijn schoot moest zetten om samen naar beneden te glijden. Opeens wou hij niet meer en begon van schrik te wenen.
Met de massa mensen die stonden te wachten was het zo goed als onmogelijk om nog terug te keren en ik wou dat ook niet omdat ik wist dat Jan dat toch wel zeer wijs zou vinden. Na een paar minuutjes proberen op hem inpraten heb ik hem dan maar gewoon op mijnen schoot gepakt, Anna op zijnen schoot gezet en zijn we samen naar beneden gegleden.
Eens vertrokken was Jan één en al glimlach en lach. Hij krijste van de pret en eens beneden had hij van die fantastische pretlichtjes in zijn ogen waardoor ik wist dat ik mij absoluut niet vergist had. Anna vond het ook fantastisch trouwens.
Een tweede ronde zag ik niet meer zitten: mijn tenen vroren er ondertussen bijna af en ik was de massa lichtjes moe (het was er serieus druk, vooral dan aan de glijbaan die zeer strategisch vlak bij de bar was neergeplant zodat de ouders een plekje hadden om op het kroost te wachten). We hebben het laatste deeltje van de expositie bezocht en zijn dan naar buiten gegaan.
Er was nog een tentoonstelling verbonden aan het festival: de Polar Exhibition, over onderzoek in Antarctica, hoe het er vroeger uitzag en hoe het er in de toekomst kan/zal? uitzien en nog hopen gegevens. Ik heb ze niet in detail bekeken: de kinderen zijn nog een beetje te klein om zo’n dingen uitgebreid te kunnen bekijken en ook, ik had er zelf helemaal geen zin in.
Tegen 16u waren we terug in Gent en heb ik nog schoenen voor mijzelf kunnen kopen (oef! we zijn van de solden af) en daarna naar huis om het avondmaal klaar te maken: varkenshaasje met gestoofd witloof en of het gesmaakt heeft.
Waar ze vandaan komen weet ik niet, maar sinds een dag of twee, drie zijn ze terug. Of beter: ze waren terug.
De lieve ongewenste hoofdbezoekertjes. Die kleine kruipertjes die uw hoofd zo doen jeuken. Die rotbeesten.
De kinderen zijn de vakantie begonnen volledig vrij van het ongedierte. De laatste maanden van school wastte ik steeds hun haar met een overvloedige azijnspoeling nadien en ofwel heeft dat effectief zijn effect gehad, ofwel waren de beesten niet meer op school.
Het was vakantie dus heb ik de spoeling achterwege gelaten: ze spelen nu alleen thuis, geen kinderen in de buurt, wat zou het.
Gisteren zag ik Louis krabben en nog geen klein beetje ook. Dus tijd voor een controle en ja hoor, hij heeft het weer zitten. Of beter: had. Deze avond er alles uitgehaald, hoop ik toch, en ondertussen broer en zussen ook gecontroleerd. Het moet relatief recent gebeurd zijn want er zaten alleen grote beestjes, geen eitjes en de drie anderen hebben (gelukkig) niets.
Zondag nog eens grote controle, zien of ik iets gemist heb. Maar waar ze deze keer vandaan komen, ik heb er het raden naar. Smerige beesten!
PS: de cryptische omschrijving, dat is om ongewenste bezoekers op afstand te houden 🙂
Af en toe schiet ik wel eens in gang, maar volhouden doe ik het nooit. Als je iets niet graag doet dan lukt het niet zo om vol te houden.
Strijken. Oervervelend is dat en ik haat het. Of neen, ik haat het niet, zo erg vind ik het nu ook weer niet, maar plezant is anders. Nu en dan strijk ik eens een machine of twee, meestal net genoeg om , maar als je zo’n vier tot zes machines per week wast, is dat gelijk een druppel water op een hete plaat: je merkt er amper iets van.
Vorige week zaterdag was er het turnfeest van Zelie en ze had absoluut één bepaald T-shirt nodig. Met de berg strijk die hier ligt was het zoeken naar een naald in een hooiberg en dat was een beetje de druppel. Ik ben dus de strijk beginnen sorteren per kind.
De drie kinderen werden in een halve cirkel uitgespreid en als ik hun naam riep, moesten ze hun kleren vangen en op één hoopje leggen (Zelie kreeg de hare én die van haar zus). Zaterdag hadden we niet genoeg tijd en het T-shirt had ik niet gevonden (heb er ’s avonds dan maar een nieuwe gekocht), maar zondag hebben we deftig voortgedaan en tegen de middag lagen hier vier hopen kleren in het midden van de living (een vijfde, met mijn en Michel zijn kleren, lagen in een hoek).
Sindsdien heb ik mijzelf tot doel gesteld de kleren te strijken en ik ben begonnen met Louis zijn kleren. Vandaag zat ik door zijn hoop. Gelukkig hebben wij hopen kleren van vrienden gekregen en zo, zodat ik er eigenlijk, ondanks de berg strijk, altijd voldoende had, maar nu merk ik pas weer hoeveel kleren we wel hebben: zijn kasten geraken nog met moeite dicht.
Nu aan Jan zijn kleren begonnen, daarna Anna en dan Zelie (en als ik nog moed heb, de onze). Ik denk dat ik er deze keer misschien zal geraken: ik laat de kleren gewoon op de hoopjes in de living liggen en zo wordt ik er telkens mee geconfronteerd. Hard maar noodzakelijk.
Allez ju paard! Voortdoen!
Voor het Project schreef ik een artikeltje over de familiedag vandaag in het MSK. Toen ik dat aan het schrijven was zag ik dat er ook workshops gegeven werden en gezien Louis en Zelie toch wel graag knutselen dacht ik: ik schrijf ons in en dat zullen ze wel wijs vinden.
Mailke naar het MSK, antwoord terug zodat ze de namen en geboortedata van de kinderen zouden weten, toen mijn frank viel dat Zelie vandaag op scoutskamp zou zijn. Mailke terug dus met de mededeling dat ik met één kind zou komen ipv twee en dus Louis zijn gegevens doorgespeeld.
Vertellen aan Louis: hé Louis, wijs hé? Euh, neen. Ik vind dat niet zo leuk. Ik heb daar geen goesting in.
Lap! Dan maar over een andere boeg gegooid: maar Louis, ’t is gewoon met mij alleen. Gij en ik. Geen Jan, geen Anna, geen Zelie. Gewoon iets dat wij met ons tweetjes gaan doen. En toen klaarde zijn gezichtje helemaal op en begon hij te stralen van blijdschap: joepie! samen met mama! gans alleen!
Enfin, er is al over gesproken geweest de laatste dagen en ook afgeteld en deze middag stond hij (nogal letterlijk) te popelen om te vertrekken. Even gedacht dat ik met Jan een beetje problemen zou hebben, maar al bij al viel dat wreed mee (Jan begint er meer en meer gewoon aan te worden dat hij niet vastzit aan mij en af en toe bij papa moet blijven).
De workshop viel tegen, voor mij dan toch, maar voor Louis eigenlijk al veel minder. Hij heeft zich goed geamuseerd en we hebben het leuk gehad en uiteindelijk is dat het belangrijkste.
Michel ging deze namiddag kadootjes kopen en dus ben ik na de workshop Anna en Jan eerst komen halen om dan terug te keren naar het MSK. Uiteindelijk was het een familiedag en die workshop was maar één deeltje van een hele organisatie.
’t Was een zeer leuke namiddag die absoluut niet tegenviel. Bovendien waren we in zeer goed gezelschap (met zoon) zodat ik er ook niet volledig alleen voorstond en ook nog wat ‘klap’ had.
De kinderen waren goed moe deze avond, wat veel zegt, en vooral Anna dan: de sukkel had geen middagdutje gedaan en toen ik haar vanavond in bed stak protesteerde ze wel (dat doet ze de laatste weken eigenlijk altijd) maar er zat geen overtuiging meer in.
Morgen naar zee … misschien. Eerst Zelie gaan halen en zien hoe zij zich voelt na twee nachten kamp. Normaal gezien wordt daar niet al te veel geslapen dus als ze omvalt van vermoeidheid denk ik niet dat ik haar nog een dag ga meesleuren.
Gisteren zijn Zelie en Louis met hun eerste trimesterieel rapport thuisgekomen en ze hebben dat zeer goed gedaan.
Van Zelie wist ik het al: zij krijgt wekelijks haar toetsen mee naar huis zodat je daar toch al een indicatie in ziet en daarnaast vertelt zij honderduit over de dingen op school. Ze zit dit jaar in een sterke klas en, naar ik heb gehoord, zitten er toch een vijftal kindjes die graag ‘eerste’ zouden zijn van de klas. Het is er dus competitief, maar niet jaloers competitief: al die kindjes zijn ook vriendjes en aangezien ze het van elkaar weten lijkt hen dat alleen maar in positieve zin aan te moedigen.
Er zijn bij dit rapport twee kindjes met meer dan 90% en blijkt dat het andere kindje haar beste vriendin is: zij is eerste, Zelie is tweede met een verschil van één tiende van een percent. Ze vinden het alletwee fantastisch en Zelie is zeer blij voor Y. maar het zou mij niet verwonderen dat ze nu in de tweede trimester nog een tandje zal bijsteken 🙂
Louis heeft ook een zeer goed rapport met meer dan 90%. Ik ga hier niet onnozel doen en zeggen dat ik het niet verwacht had, of beter: gehoopt had. Deze trimester had ik immers nog maar één keer een ‘hoop’ toetsen gezien van Louis (toetsen die stuk voor stuk zeer goed waren) en eigenlijk viel ik toen een beetje uit de lucht: Ah, jullie maken ook toetsen?
Louis is nogal het tegenovergestelde van zijn zus op vertelvlak. Het heeft ook een week geduurd vooraleer ik bijvoorbeeld wist dat hij huiswerk moest maken. Hij zegt daar niets van, hij doet gewoon zijn ding en daarmee is het gedaan. Toen een mama mij iets vroeg over het huiswerk dat zijn klas moest maken viel ik dus uit de lucht: huiswerk? Louis? en wanneer moet dat dan gegeven zijn? Elke dag, zei die mama.
Ik zal dus ook een mooi figuur geslagen hebben en ’s avonds vroeg ik er Louis naar en toen zei hij, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, dat hij dat in de studie maakte. Daarmee was de kous af.
In die vier maand hebben we uiteraard ook nog met de juffrouw gepraat en Louis doet het zeer goed, maar sinds die eerste ‘hoop’ toetsen hoorden we nooit veel meer over de school, toch niet op leervlak.
Dat hij een goed rapport zou hebben wist ik dus wel, maar hoe goed, dat was iets anders. Meer dan 90% dus, samen met nog 7 kindjes in zijn klas. Hij zit duidelijk dus ook in een zeer sterke klas.
Enfin: wij zijn (opnieuw) trotse ouders dus, dat hoeft niet gezegd. En nu genieten van twee weken vakantie, want daar is hier bij de drie oudsten ook hoge nood aan.
Hoe zit het hier ondertussen gezondheidswijs ten huize Vuijlsteke-Pattyn?
U weet nog wel, mijn verkoudheid? Wel, die is nu aan zijn vijfde week toe. Bijna vijf volle weken aan het hoesten en snotteren, and counting, want het is nog niet voorbij hé. Maar! Maar! Het is belange niet zo erg meer als toen. Oké, ik hoest wel nog, maar dubbel lig ik niet meer. In plaats dat het is alsof ik moet hoesten om de slijmen boven te laten komen, maar dat er niets gebeurd, komen ze nu wel degelijk naar boven bij het hoesten (vies zulle), maar het voelt beter aan. De hoestbuien zijn er ook niet meer. Het is nu gewoon af en toe eens hoesten al klinkt het nog altijd zwaar.
Met al dat hoesten kan ik wel nog steeds mijn griepprik niet laten zetten en aan dit tempo ziet het er niet naar uit dat het deze winter nog zal lukken. Enfin, het vaccin zit in de frigo en wie weet, wie weet, in de nabije toekomst. Hoop doet leven hé. Niet dat ik dat zo leuk vind om spuiten te krijgen, integendeel. Maar als ik die spuit kan zetten wil dat zeggen dat ik weer zo gezond als een vis ben, en daar is die hoop op gevestigd.
De kinderen dan. Anna was vorige week donderdag koorts beginnen maken. Vrijdag leek het beter, zaterdag weer slechter en zondag leek het gedaan. Tot ze maandag volledig hervallen was: hoge koorts en ongelooflijk hangerig en neuterig. Terug naar de dokter waar een dubbele oorontsteking werd vastgesteld en die is ondertussen volledig onder controle: er komt niets (meer) uit haar oortjes, niets geen koorts meer en ze is weer zo vrolijk als altijd. Ze is terug in de peutertuin en daar merken ze er ook niets meer aan. Haar antibiotica is nog niet uit, maar dat komt dus nog wel: tegen woensdag zal ze daar ook weer vanaf zijn.
Jan is niet ziek, maar hij loopt blijkbaar weer doodmoe. Toen ik hem vandaag ging halen was er niets goed en van het minste kreeg hij ongelooflijke huilbuien. Gelukkig kon ik de kinderen gewoon om 16u afhalen vandaag zodat we vroeg thuis waren en dus vroeg gegeten hadden en hij eindelijk eens op zijn uur (19u) effectief in bed zat. Hij zal er deugd van hebben.
Louis is, sinds zijn oorontsteking, nog steeds zo gezond als een visje. Gisteren naar de oogarts geweest op controle (met ouders die dioptriën hebben zoals wij is die jaarlijkse controle geen overbodige luxe) en zijn ogen zijn nog steeds perfect. Hij loopt niet moe of ambetant, hij is gewoon zijn (soms toch koppige maar oh zo) lieve zelve.
Zelie is thuis sinds gisteren en er direct de reden van dat ik vandaag de kinderen gewoon na afloop van de school kon afhalen. Ze klaagt over hoofd-, buik- en spierpijn en heeft een klein beetje koorts. Gisteren was het niet gelukt om bij een dokter te geraken want ’s ochtends naar Brugge om werk voor mij af te halen (zodat ik dus thuis kan werken), in de namiddag op de kinderen gelet zodat mijn schoonmoeder zonder zorgen naar mijn schoonvader kon, dan Zelie (ze wou absoluut gaan) en Louis naar de Franse les gebracht (laatste les van het semester en dus was er een beetje van een voorstellingske) en daarna recta linea doorgereden naar de oogarts in Oudenaarde.
Zelie haar controle bij de oogarts was eigenlijk geen gewone controle: ze klaagt er al enige tijd van dat ze minder goed ziet en dus werd het hoogtijd om dat te laten vaststellen. Zij heeft het dus zitten: -0,25 aan één oog, -1,25 aan het andere. Een brilletje. Gisterenavond opticienvriendin E. dan maar opgebeld om direct een afspraak te maken en deze morgen zijn we er naartoe getroond om te passen en te kiezen. Het is een leuk dingske geworden, een beetje streng maar het staat haar wel. Michel zal ter gepaste tijden (als de bril er is bijvoorbeeld) wel de nodige foto’s maken zodat iedereen haar zal kunnen bewonderen 🙂
Ik kan wel zeggen dat ik het nu wel gehad heb voor deze winter, maar dat zal wel ijdele hoop zijn. Nog één weekje school/werk en dan twee weken vakantie, tijd om te recupereren is mijn gedachte, zodat we gezond en fris aan het nieuwe jaar kunnen beginnen.