Afgehandeld

Het was vandaag de laatste dag om uw belastingen on-line in te vullen en gelijk dat wij altijd goed voorbereid zijn voor zo’n dingen *kuch, hoest, proest, verslikt zich* ben ik deze voormiddag dan maar zo’n bakske gaan halen om dat on-line te kunnen doen.

Eens thuis gekomen hebben we eerst gegeten (want ja, het was ondertussen middag) en daarna de kinderen buiten gekuist om bij een vriendje te gaan spelen, want ik word daar dus ongelooflijk nerveus van, van belastingen invullen. Niet dat er reden toe is, maar het is nu eenmaal zo.

Kindjes buiten, mij geïnstalleerd aan de keukentafel en mij eraan gezet. Bakske ingeplugd en dan gaan kijken wat er nog meer moest gebeuren. Ik moest even weg en toen ik terugkwam was den anderen er en deed hij (gelukkig)voort. Software gedownload, identiteitskaart ingestoken en … ‘geef uw pin-code in’.

Pincode? Op een identiteitskaart? Valt nu achterom. Weet ik veel. Ik heb 2 codes gegeven waarvan ik dacht dat het die misschien konden zijn, maar noppes. Dus probeerde den anderen of het bij hem wel werkte terwijl ik naar de stadsdiensten belde om te weten hoe ik aan een nieuwe code kon geraken.

De belastingen zijn in orde voor de wederhelft. Mijn belastingen heb ik dan maar manueel, op papier (en dus te laat) ingevuld want zo’n nieuwe pincode, dat kan toch wel even duren.

Enfin. Het belangrijkste is dat ze weg zijn en we er weer eens vanaf zijn voor een jaartje. En dan ga ik nu een nieuwe pincode aanvragen aan Binnenlandse zaken … of wacht ik daar beter mee tot volgend jaar?

Onvrijwillige spasmen

Vandaag (nog een keer) van jobinterview gedaan, deel 2. Met voorbereiding en dan mondeling en alles en veel vragen te beantwoorden.

En naarmate het interview vorderde begon mijn stem meer en meer te trillen. Op een bepaald moment dacht ik echt dat ik ging beginnen piepen of blijten.

Wat dus zeer, zeer bizar is, want normaal gezien wordt ik dus minder zenuwachtig naarmate het inteview vordert. En ik voelde mij ook niet meer zenuwachtig, maar mijn stem zei duidelijk iets anders.

Ik heb het weer onder controle gekregen, daar niet van, maar leuk is anders. Het deed mij denken aan die keer dat ik lag te daveren en ik ook niet begreep waarom.

Komt dat tegen

Geloof het of niet, maar we zitten hier nu naar ‘den voetbal’ te kijken.

Tja, misschien de invloed van mijn broer die we deze namiddag zagen. Hij woont in Nederland en had (uiteraard) afgesproken om vanavond in gezelschap naar de WK finale Nederland-Spanje te kijken.

Of kwam het door Zelie die deze avond vroeg of wij ook gingen kijken?

Toeternietoe. Feit is dat de finale ook hier opstaat en ondanks de voetbalinteresse van onze jongste zoon en het feit dat ik het laatste jaar meer voetbal gezien heb dan in heel mijn voorbije 39 jaar, ik kan niet zeggen dat ik nu wreed geïnteresseerd ben.

Maar wacht maar tot Jan daar staat. Ik zal dan nog altijd de match niet volgen op TV. In het stadium zelf zitten daarentegen en mij schor schreeuwen … 🙂

Terug voltallig

Deze namiddag is Zelie terug thuis gekomen van haar kamp. Jan, Anna en ik gingen haar ophalen aan het station en ze zag er stralend uit. Smerig, maar zeer gelukkig.

Het was blijkbaar een fantastisch leuk kamp en ze heeft zich zeer goed geamuseerd en meer moet dat niet zijn nietwaar.

Na het laatste aantreden mochten we hen dan meenemen naar huis en voor Zelie was het echt het laatste aantreden bij de Wouters: volgend jaar mag ze overgaan naar de jonggivers.

En ondertussen is ons gezinnetje weer voltallig, joepie!

Afscheid

Deze morgen ben ik afscheid gaan nemen van Lien haar vader. Het was een zeer mooie dienst, met heel mooie teksten door zijn kinderen en zijn schoonzoon voorgelezen.

Het is een afscheid dat ik inmiddels ook al twee keer heb moeten nemen, eerst van mijn mama, daarna van mijn schoonvader.

Tijd heelt alle wonden, wordt wel gezegd, maar zo’n wonden helen nooit helemaal. Ouders, die staan je te nabij. Het zijn de mensen die je opgevoed hebben, al je kantjes door en door kennen, de goede én minder goede. Het zijn de mensen waarnaar je je blijft richten om raad, om een gesprek, om steun, om liefde.

Het verdriet lijkt te minderen, het lijkt of je er beter mee om kan na enige tijd en meestal is dat ook zo. Tot op momenten van vandaag. Dat je in de kerk zit en het verdriet weer van zo nabij meemaakt en al je eigen wonden opnieuw rauw worden.

Maar de wonden sluiten zich nu ook al weer iets rapper en al is het een magere troost, misschien is het toch een beetje een troost.

Lien en Peter: veel sterkte.

Brief van de dochter

Zelie, 11 jaar, momenteel op scoutskamp, schrijft een brief:

Beste Mama en papa,
(louis, jan en anna ook)

Ik mis jullie (echt niet)
Wij hebben zotcoole T-shirts gekregen met Navy erop. En andere (met airfors, army).
De ochtendgymnastiek is gewoon wa stappen! raaar
’t Is zotcool!

En dan een tekeningetje van een lachend gezichtje, geen naam (want dat is niet cool).

En wij maar aftellen tot ze terug is. Tsss.

Typisch

Voor de vakantie begon het Louis en Jan op hun heupen te werken. ‘Het’ zijnde dat ze hun speelgoed niet meer terugvonden en niet meer goed wisten wat waar zat. Dus gingen ze tijdens de vakantie de spullen op hun slaapkamer sorteren.

Tweede dag van de vakantie en ze begonnen er aan. Alles werd van zijn plaats gehaald en verzet. Dingen werden in dozen gestoken, andere er juist uit gehaald, … Dat duurde toch wel zo’n 2 uur, wat ik al behoorlijk lang vond.

Dag drie van de vakantie en er gebeurde … niets. We gingen zwemmen bij mamie en van opruimen kwam niets meer in huis.

Dag vier en Louis ging nog eens naar boven. Jan bleef beneden spelen. Ik hoorde gerommel en gesleur gedurende een uur of twee en dan was het weer afgelopen.

Sindsdien gebeurde er … juist, niets meer. De kamer is één en al rommel en je kan er amper meer door. Maar overmorgen komt de schoonmaakster en dan moet er iets gebeurd zijn.

Het plan is dus om morgenvroeg te proberen er weer wat orde in te krijgen. Morgenmiddag zijn we immers afgesproken met vrienden om de dag door te brengen. Dus hebben we in de voormiddag toch nog een paar uur om iets te doen.

‘We’ dus, niet ‘zij’, want ik vrees dat zonder mijn hulp, de kamer voor de rest van de vakantie een mesthoop zal blijven 🙂

Went het ooit?

Begin van de vakantie en dan is het weer zo ver: afscheid nemen. Maar voor even. Een week duurt niet lang, maar toch.

Want deze ochtend is Zelie weer op scoutskamp vertrokken. Samen met Anna bracht ik haar naar het station. Volgende zaterdagnamiddag mogen we haar daar ook weer ophalen.

Het was weer alsof het de eerste keer was. Of neen, toch niet exact. De tranen stonden mij niet nader dan het lachen. Maar het blijft toch raar doen, uw kind afgeven voor een week.

De komende week zal ook raar doen, zo met eentje minder. Maar kijk. De eerste dag is al bijna voorbij. Nog maar zes meer te gaan.