Ramp

Mijn badkamer ziet eruit alsof er een tornado gepasseerd is. Twee weken niet kunnen wassen doet wat met de hoop was die zich opstapelt. Mijn wasmand kan al dat wasgoed al lang niet meer slikken, en dus eindigt alles op de grond, naast de mand.

Morgenavond ga ik dus alles in mijnen auto zwieren, een boekske pakken en/of mijnen-computer-met-series-op en mij gedurende een paar uur installeren in een wassalon.

Iemand die tips heeft van een goed wassalon prijs/kwaliteitsgewijs en eventueel ook gezelligheid (alhoewel dat zeer relatief is, dat weet ik ook wel)?

Verdict

By the way: ondertussen is het definitief. Mijn wasmachine heeft compleet de geest gegeven. Geen herstellen meer aan. Ze werd onderzocht, er werd gepookt, er werd gezocht en gekeken en besloten dat ze met haar 13 jaar beter naar het wasmachinekerkhof kan gaan.

Mijn droogkast, die is niet kapot maar ik moet toch een nieuwe kopen. Die machine heeft namelijk een open uitlaat voor de warme lucht uit te laten komen en nu ze in een kast staat kan ik kiezen: of een nieuwe machine, of mijn nieuwe kast naar de vaantjes laten gaan. Ze is ook 13 jaar oud. Gelijk met mijn wasmachine gekocht, dus ik denk dat het geen verloren uitgave zal zijn.

En als top of the bill begint mijn afwasmachine nu ook zijn tekenen van ouderdom te vertonen: mijn aan/uitknopje gaat niet meer uit. Of wel, het gaat nog uit en springt dan vanzelf weer aan. Ook al 10 jaar oud, dus niet verwonderlijk, maar toch.

Twee machines die moeten vervangen worden, één machine die eventueel moet vervangen worden. Ik zal mijn komende vrije dagen bij veel electrohandelaars doorbrengen om eens te horen welke ‘deals’ ze mij kunnen maken. De eerste offerte is ondertussen al binnen. En ik weet ook al waar mijn eindejaarspremie naartoe zal gaan dit jaar 🙁

Ikke ikke ikke

Net wat Ivan zegt. Onze kinderen zitten in de ‘ik-wil-het-zelf-doen-en-zelf-kiezen-en-het-moet-op-mijn-manier’-fase, ook gekend als Terrible Two’s, en soms is het meer dan hatelijk.

De laatste weken (of is het al langer?) zijn het constant argumenten met Anna die niet (altijd) wil luisteren en de sirène opendraait als ze haar goesting niet krijgt: ‘IK wil de auto opendoen’ nadat ik hem bijvoorbeeld net opengedaan heb. Absoluut haar botinnen willen aandoen terwijl ik haar net haar lage schoenen heb aangedaan. Zelf kleren aan en uitdoen, zelf tafel willen zetten (terwijl ze de schuiven nog niet zelf kan opendoen). Ge zegt het, zij wil het doen.

Vanavond nog zo’n voorval. We stonden op vertrekken bij de scouts en ik wou Anna op de fiets krijgen. Dus moest ze haar handschoenen aandoen en haar helm opzetten en op de fiets zelf geraken, en op alle vlakken was het worstelen en overtuigingskracht gebruiken tot en met. Een vader stond ernaar te kijken en zei iets in de trant van ‘ja, dat hebt ge op die leeftijd’ en ik bevestigde dus, want ‘dat weet ik’ zei ik, ‘het is mijn vierde’.

En gelukkig dat het onze vierde is want ondertussen weten we hoe het aan te pakken. Nu ‘weten’ is een groot woord. Uiteindelijk is elk kind anders en pakken we Anna niet op dezelfde manier aan als Zelie, Louis of Jan. Maar als het puntje bij paaltje komt pas ik de regel toe die mij is aangeleerd toen Zelie die leeftijd had: ‘pick your battles’ of met andere woorden: ze zullen over alles in de clinch gaan met u, dus maak als ouder uit welk gevecht voor u belangrijk genoeg is om te ‘winnen’ en welk argument het kind mag ‘winnen’.

Een gevecht over haar schoenen, dat ga ik niet aangaan met Anna. Voor mijn part loopt ze rond op haar pantoffels. Als haar voeten koud/nat worden, zal ze het wel merken en andere schoenen aandoen. Niet dat ik haar niet zal proberen overtuigen, maar als ze voet bij stuk houdt laat ik haar doen. Daarentegen een gevecht over warm aangekleed zijn op dit moment als we met de fiets weg gaan, dat zal ik hoedanook winnen. No way in hell dat ik haar niet warm ingeduffeld op de fiets ga meenemen.

Het krijsen als ze haar goesting niet krijgt wordt dan kordaat aangepakt. Ze krijgt drie waarschuwingen en als ze dan nog niet luistert gaat ze twee minuten in haar kamer. Daarna mag ze eruit als ze belooft braaf te zijn en haar excuses aanbiedt. De kamertruuk heb ik nog maar twee keer moeten toepassen, ze weet dat ik het meen als ik zeg dat ze moet ophouden.

Och ja. Nog een goed jaar en die fase zal dan ook weer voorbij zijn. Het is de eerste keer dat ze echt rebelleren en het zal alleszins niet de laatste keer zijn en in vergelijking met de vorige kinderen is ze eigenlijk zo mak als een lammetje. Dat of wij zijn veel toegeeflijker geworden 🙂

Dus Ivan en Nele: veel geduld en succes toegewenst!

Leeg

Zware discussies gehad met de oudste dochter vanavond. Dingen die op school gebeurd zijn die absoluut niet door de beugel kunnen. Dingen waarvan ze blijkbaar niet volledig beseft dat ze ze gedaan heeft, laat staan welke gevolgen ze hebben.

Zij wenen, ik wenen. Praten en luisteren. Argumenten bovenhalen en gevolgen trekken. Proberen naar oplossingen zoeken. Het heeft veel met dit te maken, als niet alles, maar dan met een ander kind.

Wat er ook gebeurd is, het was sowieso niet haar bedoeling om de gevolgen te krijgen die er nu zijn, maar ze zijn er en ik ben er fysiek slecht van. Nu proberen dingen recht te zetten.

Fietsevaluatie

Drie weken en een half zijn we dus met de fiets naar school gegaan. Elke maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag.

Ik moet toegeven dat ik er serieus tegenop zag. Zo elke ochtend de kou in. Fietsen met één kind op mijn fiets en drie kinderen die apart fietsen waar ik op moet letten. Zorgen dat alles goed gaat. Dat er niemand onder een auto rijdt. We deden het al sinds het begin van het schooljaar op vrijdag en dat verliep zeer goed, dus had ik er wel vertrouwen in, maar toch.

Al mijn vrees is ongegrond gebleken. In die drie en een halve week hebben we amper regen gehad en eens het (nog) kouder werd, merkte ik het eigenlijk alleen aan mijn handen en oren. Het fietsen maakte dat ik het voor de rest warm had. De kinderen hebben ook nooit geklaagd over koude. Voor zover ik weet hadden ze het zelfs nog warmer dan ik. Elk gezaag over jassen dicht doen en mutsen aan doen enzo werd altijd op diep gezucht onthaald.

De kinderen doen het voor de rest ook zeer goed. Jan krijgt complimenten langs alle kanten en Zelie en Louis luisteren zeer goed. Ze weten het eigenlijk ook wel, dat ze zeer goed moeten luisteren op straat. Zo met vier op een rij is uiteindelijk geen echt korte rij. Er wordt afwisselend voorop gereden door Zelie en Louis (afwisselend als in ‘de ene dag Louis en de andere dag Zelie’ niet afwisselend als in ‘100m door Zelie en 100m door Louis enz.’) en in het autoloze centrum rijdt Jan soms voorop om het tempo te bepalen: zijn fietsje is toch wel een pak kleiner dan die van Zelie en Louis en hij moet soms serieus trappen om bij te blijven.

Wat allemaal niet wil zeggen dat ik nu ’s ochtends graag op de fiets stap. Die eerste minuten blijf ik het hatelijk vinden want eigenlijk heb ik nooit graag gefietst. Maar dan draai ik de knop om in mijn hoofd en ga erdoor.

Tijdsgewijs zit het trouwens ook goed. ’s Morgens ben ik ongeveer even rap aan het station met de fiets als met de auto. Maar ’s avonds win ik met de fiets toch makkelijk 10 minuten.

Sinds de val met Anna hebben we niet meer gefietst. Dinsdagavond de kinderen met de auto afgehaald en woensdag en vandaag ook met de auto gegaan en morgen dus ook. Niet omdat we niet meer gaan fietsen naar school, maar omdat Anna haar helm kapot is en ze dus eerst een nieuwe helm nodig heeft voor ze weer op de fiets mag met mij. En ook: ik ben toch wel serieus geschrokken en ik wou mijzelf toch wat tijd geven om te bekomen. Maar als het goed zit wordt er morgen een nieuwe helm gekocht en vanaf maandag zitten we dan weer op de fiets.

Wat ik wel ga doen voor de rest van de winter, is beter kijken naar de weersvoorspellingen. Kwestie om toch wat beter voorbereid te zijn voor een volgende gladde ochtend.

Streep door de rekening

Dat komt er van als ge geen idee meer hebt van wat ge nu juist nodig hebt om wat te maken.

Zaterdag gepasseerd bij mamie om in haar voorraad wol te grasduinen naar wol voor de sjaal voor Anna én gevonden wat ik zocht. ’s Avonds begonnen en gisteren afgewerkt en aangezien ik vandaag dan toch thuis was opnieuw naar mamie getrokken om resterende bolletjes op te halen om aan de muts te beginnen.

Wat blijkt: de gele wol die ik mee had was alle gele wol in dát geel die ze had. En al het geel heb ik nu al in de sjaal gestoken. Er is niets van overschot, dus zelfs als ik met het bruin nog iets doe, zal er geen enkel accent zijn in geel.

Een muts zal het alleszins niet meer worden, daarvoor heb ik zelfs niet genoeg bruin meer. Misschien maak ik nog een haarband erbij, zodat ze die over haar oren kan doen. Op die manier zal ze ook warm hebben.

Maar een muts zit nog altijd in mijn hoofd. Ik moet en zal er een maken. Dus ga ik eens op zoek naar wol in een materiaal en kleur (en prijs) die mij aanstaat en dan herbegin ik van nul: sjaal, muts én wantjes, kwestie van toch volledig assortie te zijn hé.

De haakmicrobe heeft mij weer goed te pakken. ‘k Ga er maar van profiteren terwijl ze er is.

Onzichtbaar ijs

Deze ochtend naar school gefietst, net zoals we nu dus al drie weken doen. Straat uit, naar rechts, oversteken, naar rechts, rechtdoor de Vrijdagmarkt over en halverwege … lag Jan plots op de grond. Ik had het totaal niet zien gebeuren dus wou ik stoppen om te zien wat er gebeurd was en … pardoes lagen Anna en ik ook op de grond.

Dat vallen op zich, dat is niets. Schade aan de fiets of niet, dat heb ik eigenlijk nog steeds niet bekeken, maar hij rijdt nog. De klap daarentegen die het gaf toen Anna met haar hoofd op de grond belandde liet mijn hart stilstaan. Ik was ervan overtuigd dat de schade niet te schatten was.

Gekrijs was uiteraard het resultaat en toen ik de fiets wou rechtzetten merkte ik pas wat ons doen vallen had: een ijsplek in het midden van de markt. Want mijn fiets rechtkrijgen, mét kind er nog op was geen sinecure, om niet te zeggen zo goed als onmogelijk om alleen te doen. Een voorbijganger zag mij sukkelen (of had hij eerder Anna gehoord, het gehuil was oorverdovend genoeg) en vroeg ‘Gaat het mevrouw?’ ‘Neen, het gaat niet’ zei ik over mijn toeren en toen pas hielp hij om mijn fiets recht te krijgen.

Na eerste inspectie leek het al bij al mee te vallen. Jan had niets van schade. Op Anna haar linker jukbeen tekende zich een serieuse schaafwonde af en begon het blauw al boven te komen. Mijn kin en kaak voelden geschaafd, maar alleen mijn kin bleek een schaafwonde te hebben. Mijn kaak zal gewoon blauw worden. De ergste schok kreeg ik echter toen ik Anna haar helm zag: op de kant waarop ze gevallen was is hij gewoon kapotgebarsten. De luide klap kwam dus van het contact tussen helm en grond en (gelukkig) niet van het contact tussen hoofd en grond.

Het werk werd afgebeld, de dokter opgezocht en hij bevestigde gelukkig mijn vermoeden: de helm had Anna haar hoofd zeer goed beschermd. Behalve de schaafwonden lijkt er niets gebroken of geschud. De volgende 24u moet ik haar uiteraard in de gaten houden om zeker te zijn dat er geen verlate effecten zijn, maar voorlopig speelt ze weer alsof er niets gebeurd is.

Moet ik nog iemand overtuigen van het belang van een helm op de fiets?

Drie avonden

For (bad) english, scroll down

Zo lang is er nodig geweest om de sjaal voor Anna af te maken.

De basis is vier kleuren wol met als hoofdkleur een warm donkergeel. Accenten in twee soorten donkerbruin en beige. Materiaal: mohair. Note to self: als het een tijd geleden is dat ge nog gehaakt hebt, nooit meer met mohair herbeginnen.

Het patroon is nochtans zeer simpel. Een ketting van 26 lossen en daarop vasten tot je de lengte bekomt die je wil. Alleen in de rijen met bruinen heb ik andere steken gebruikt: halve stokjes, stokjes en dubbele stokjes, kwestie van een beetje variatie te hebben. Niet zozeer variatie in uitzicht, maar variatie in haken. Voor mijzelf dus. De sjaal zelf op twee avonden gehaakt, telkens gedurende zo’n vier uur. Vanavond afgewerkt met floshkes in de vier kleuren.

Maar door de keuze van het materiaal zit er meer dan één foutje in: regelmatig steken overgeslaan omdat ik gewoon de steken niet zag tussen al dat ‘haar’. Probleem bij mohair is ook dat je het werk niet kan uittrekken. De hele boel plakt gewoon aan elkaar en is onmiddellijk verstrengeld. Dus als ik dan toch een fout opmerkte moest ik maar zien om dat later te proberen herstellen.

Al bij al vind ik het resultaat zeer geslaagd. Juist dat wat ik voor ogen had toen ik besloot zelf aan de slag te gaan. Anna heeft de sjaal vandaag al gedragen, zonder floshkes dus en ze vond hem heel mooi én warm. Al één iemand die gelukkig is dus. Of neen: twee dus. Het patroon voor haar muts zit ondertussen volledig in mijn hoofd. Het uitwerken zelf zal voor later zijn.

Sjaal

It took three evenings to finish the scarf for Anna, my two year old.

It’s made of four colours. The main colour is a warm dark yellow. The accents are in two dark brown tones and one beige. The material: mohair. Note to self: when it has been a while since you did some crochet, do not pick it up again using mohair.

The pattern is really simple though. A chain of 26 with row after row single crochet stitches until you get the length you aim for. Only when using the browns, I made a variation with half double crochets, double crochets and two double crochets in one stitch. Not because I necessarily wanted some variation in the pattern, but more because I wanted some variation when making the scarf. The scarf was basically finished in two evenings, each evening I crocheted about four hours. Tonight I put the finishing touch on it.

Because of the material, there is more than one mistake in the scarf: stitches were missed simply because I couldn’t see them through the ‘hair’. Another problem with mohair is that the stiches can’t be undone. Everything immediately sticks together and gets tangled. So when I did notice a mistake, I had to try and fix it later on.

All in all, I really like the result. It’s just what I had in my head when I decided to make the scarf myself. Anna already wore the scarf today, be it without the finishing touches, and she really liked it and said it was really warm. One happy person. No, make that two. I have the pattern for a matching bonnet in my head, but that will be for later.

Verslaving

Vorig jaar maakte ik mijzelf lid van Ravelry. Een nieuwe site voor handwerk en zo. De achterliggende gedachte zijnde dat ik dan misschien eindelijk weer uit mijn krammen zou schieten en zou beginnen aan mijn handwerk. Ik haak en quilt namelijk redelijk wreed goed, al zeg ik het zelf, en ik vind dat zalig om doen, maar het was eigenlijk al jaren geleden dat ik er iets mee gedaan had.

Het was een beetje valse hoop. De inschrijving gebeurde, de uitnodiging kwam er en dus ben ik nu lid, maar het handwerk bleef liggen. Er ligt hier een zeer mooie quilt op afwerking te wachten. Een quilt die ik, denk ik, begonnen ben toen ik zwanger was van Zelie en gemaakt heb om op haar bed te leggen. Met in het achterhoofd de gedachte dat ik minstens twee jaar had vooraleer ze in een groot bed zou slapen, zou dit ruim voldoende tijd moeten zijn. Het patchwork was geen probleem, maar eenmaal aan het quilten begonnen is alles stil gevallen. In de loop der jaren heb ik hier en daar stukjes gedaan zodat er nu eindelijk alleen nog de boord rest om af te werken, maar die boord is juist zo intensief veel werk dat het dus ook niet vooruit gaat.

Ik was ook ergens, als Zelie een jaar of twee was, een truitje begonnen voor haar. Ik had een boek op de kop getikt met allerlei soorten steken en er zat een bloemetje in dat prachtig was en dus ging ik in dat bloemetje een truitje haken. Twee rijen heb ik gedaan toen ik het neerlegde en nooit meer opgepakt heb. Het was vermoedelijk mijn laatste poging om echt iets te maken.

Maar toen kwam mijn vriendin een drietal weken geleden met een paar kleren voor Anna. Er zat daar een prachtig mooi manteltje bij in bruine tinten met een okergele voering. Een week voordien had ik net een nieuwe sjaal en muts voor Anna gekocht, in vele kleurtjes zodat het paar haar jas zou passen, maar die vele kleurtjes passen absoluut niet bij de nieuwe mantel. Ik had dus de mogelijkheid om ofwel de dingen te combineren zoals ze waren, ofwel een nieuwe sjaal te halen ofwel zelf één maken. In mijn hoofd zat al direct het kleur die de sjaal zou moeten hebben en ik dacht dat het teveel moeite zou zijn om daar op zoek naar te gaan, dus was het besluit rap genomen: ik zou zelf een sjaal haken.

Gisteren dus begonnen met de sjaal te haken voor Anna en ik was vergeten hoe verslavend het was. Dat automatisme, hoe het vooruit gaat, hoe je het ‘ding’ dat je aan het maken bent een vorm ziet aannemen en worden wat je wilt dat het wordt.

Gisteren meer dan vier uur gehaakt. Mijn hele hand was verkrampt. Deze avond weer herbegonnen. Het voordeel is natuurlijk dat het serieus vooruit gaat want gisteren zat ik al halverwege en dus zal de sjaal vandaag wel af geraken. Een muts zal nog even moeten wachten want, omdat ik al heel lang niet meer gehaakt had had ik absoluut geen idee meer van hoeveel wol ik nu zou nodig hebben.

De steek is de gewone vaste geworden en er zitten drie andere kleuren in, met ergens nog één rijtje in stokjes. Foto’s volgen ooit wel, vooral als het af gaat zijn.