Hieperdepiep! Hoera!
Kleine kindjes worden (veel te rap) groot.
Vandaag voor het eerst les moeten geven. Gelukkig dat het in deklas was waar ik zelf les volg en dus tegenover mijn medestudenten, want het ging niet zo goed.
Enfin, ‘niet zo goed’ is nog braaf uitgedrukt. Ik ging volledig den bos in.
Nochtans was het materiaal er. En de (les)voorbereiding. De leerlingenbundel had ik zelf geschreven en die zat ook goed ineen. En het onderwerp kende ik. En ik moest maar 10 Ã 15min les geven. Hoe moeilijk kon dat zijn?
Tot ge begint en ge uwen draad kwijt geraakt doordat de ‘leerlingen’ vragen beginnen stellen en ge in paniek geraakt en zo heel uwen structuur naar de vaantjes gaat. En ook: het materiaal dat ik voorzien had voor een kwartuur, daar was ik dus na een half uur nog niet door, mede door al die vragen.
Het was niet allemaal negatief. Tegen het einde had ik het weer door en kreeg ik de zaken weer redelijk onder controle en kwam de structuur terug. Het kwam ook tenminste over dat ik wist waarover ik sprak, en dat vond ik wel fijn. En het is juist daarom dat ik de cursus volg, nietwaar, om te leren les geven.
Nog twee keer een lesmoment te geven tijdens dit semester. Het kan alleen maar beter gaan zeker?
Dan zijt ge een verhaaltje voor het slapengaan aan het voorlezen. Vier kinderen zitten – voor een keer, niet – geboeid te luisteren. Zelie zit beneden en komt plots boven ‘er is brand bij de buren’. Ik vraag ongerust ‘welke’ en dan zegt ze dat ze het eigenlijk niet weet, maar dat de brandweer buiten staat.
Dus haal ik het bedgaand kind maar uit bed, want als het bij de buren is, kan brand overslaan en dan liggen er best geen kinderen in bed. Alle kinderen moeten hun schoenen aandoen en we gaan naar buiten, kijken en vragen hoe het zit.
Op straat staan drie brandweerwagens. Vooraan de wagen met de grote ladder, volledig uitgerokken en ronddraaiend boven de daken op zoek naar de brandhaard. Tevergeefs.
Ik vraag de brandweermannen op de grond wat er nu aan de hand is. Er werd getelefoneerd dat iemand een sterke brandgeur geroken had, en dus waren ze maar uitgerokken. In vol ornaat.
20 minuten later ruimen ze weer alles op: niets gevonden. Ik stuur de kinderen terug naar binnen en nu is het effectief tijd om in bed te kruipen.
Ze schrikken maat.
Den anderen is weg op vakantie en dus heb ik mij de luxe veroorloofd om toch ook een beetje vakantie te nemen. Niet dat ik altijd veel keus had: zo een extra paar (volwassen)handen om alles geregeld te krijgen met de kinderen komt goed van pas en als die er niet zijn, lukt het mij niet altijd om alles te bolwerken.
Zo bijvoorbeeld vrijdag. Normaal gezien voorzie ik eten, of tenminste toch de ingrediënten. Over de middag probeer ik naar huis te komen (tussen de lestijden door) om al wat voorbereidingen te doen en ’s avonds ook tussen het voeren door. Michel zorgt er dan voor dat er een effectieve maaltijd geproduceerd wordt.
Deze vrijdag was het niet mogelijk geweest om even tussendoor naar huis te komen want de lesgeefster had wat langer les gegeven dan voorzien. Geen voorbereidingen dus. En ook in de namiddag had ze gretig gebruik gemaakt van al de haar toegewezen minuten, dus werd het koersen om op tijd thuis te zijn en op de voetbal te geraken.
20 minuten te laat op de voetbal, wil ook zeggen: 20 minuten minder tijd om over en weer naar huis te gaan en het avondeten te maken (of toch stukken voor te bereiden) met als resultaat dat er om 18.00u nog steeds niets te eten was.
Dan maar de gemakkelijkheidsoplossing: we zijn met zijn allen Jan van zijn training gaan afhalen en we zijn heel gezond naar de Quick gaan eten. Iedereen content, want mama had geen stress en de kinderen hadden frietjes.
Zaterdag heb ik, ondanks de tegenslag ’s avonds met Zelie, toch nog gekookt. Niet al te ingewikkeld, maar toch.
Voor vandaag wist ik al dat ik niet ging koken, kwestie om weer wat stress te vermijden. Zelie en Anna moesten om 14.00u in Oudenaarde staan voor hun repetitie voor ballet, ik slaap graag een beetje uit op zondag, er was gevraagd geweest om nog eens Chinees te gaan eten en dus was de beslissing rap genomen. Het plan was om tegen 12.00u in het restaurant te zijn om dan ten laatste tegen 13.15u te kunnen vertrekken zodat de meisjes mooi op tijd zouden zijn.
En het is gelukt. Lekker tot 10.00u kunnen slapen. Kinderen en mijzelf gewassen in bad. Mooi op tijd vertrokken naar het restaurant. Tijdig bediend en effectief om 13.15u kunnen vertrekken en zo waren de meisjes om 20 minuten voor hun uur al ter plekke. Geen moment moeten stressen.
Voor de rest van de dag moest ik mij ook niet meer opjagen. Samen met de jongens mocht ik bij mijn zus wachten tot de meisjes gedaan hadden (leve familie in een andere stad) en daarna met de meisjes ook bij zuslief. Daar ook avond gegeten en voor één keer waren we op tijd thuis om Anna en Jan op tijd in hun bed te kunnen steken (meestal lopen die bezoekjes een beetje uit).
Zie, je moet niet altijd weg gaan om toch een beetje vakantie te nemen, al is het maar uit de dagelijkse sleur.
Ge kent dat zo, van die situaties waarbij iemand telefoneert en dat de kinderen rond uw oren zo ongelooflijk veel lawaai maken dat ge er niets van kunt verstaan. Dan maakt ge u serieus kwaad en eist dat ze ergens anders gaan ruziemaken, maar dat weigeren ze. Maar ze zitten daarna tenminste stil in de zetel.
Of dat dacht ge toch, want een beetje later is het weer van dattum en uit noodzaak moet ge het telefoongesprek afsluiten, maar gelukkig is het belangrijkste gezegd.
Ondertussen is het niet alleen ruzie, er is een botsing geweest waardoor één kind luid aan het huilen is en kwaad zegt ge dan ‘wrijft er een keer op en stop met wenen’.
Het ene gehuil is nog niet afgelopen en beneden gaat de deur open en Zelie, die terugkomt van de scouts, komt binnen al wenend. Ge zijt nog kwaad van een miliseconde ervoor en zegt ‘Allez ze, nog ene die weent. Wat is het nu weer?’, maar er komt geen antwoord en het huilen duurt voort en dan komt Zelie boven en beseft ge plots dat ze wel zeer veel pijn heeft en niet aan het ‘muiltrekken‘ is.
De boosheid is nog sneller verdwenen dan dat ze begonnen is en plots is er ongerustheid in de plaats gekomen: wat is er gebeurd? hoe is het gebeurd?
Blijkt dat haar pink tijdens de vergadering serieus verdraaid is geweest en dat ze het nu amper kan houden van de pijn.
Een zoektocht begint: naar het nummer van de dokter van wacht-dienst, naar het nummer van de leiding, naar waar te gaan en wat te doen. Iedereen is gelukkig onmiddellijk bereikbaar en alles gaat vlot. De nodige verzekeringsdocumenten kunnen gedownload en geprint worden en de wachtdienst heeft niet veel patiënten.
Alle kinderen moeten zich klaarmaken en we trekken naar de wachtdienst, die gelukkig achter de deur is. De papieren worden tijdens het wachten ingevuld en dan is de dokter daar. De drie jongsten blijven in de wachtzaal zitten terwijl Zelie en ik binnen gaan.
De dokter bekijkt en bevoelt de pink, draait hem links en rechts, onder en boven, drukt en duwt langs alle kanten om tot het besluit te komen dat de pink zeker gekneusd is, maar dat ze denkt dat hij toch niet gebroken is. Een dikke ‘oef’ ontsnapt de lippen. Voor de zekerheid geeft ze ons toch maar een doorverwijzing mee voor de spoed: als het morgen meer pijn doet, dan moeten we alsnog een foto laten nemen.
En zo kunt ge om 19.15u dan uiteindelijk toch nog beginnen aan het (zeer laat) avondeten en zitten de kinderen wat later in bed, maar zijn er toch geen (zwaar) gewonden.
Deze namiddag had ik al een sms-ke gehad ‘Toegekomen in Moskou!‘ en sindsdien niets meer. Maar wie zegt dat de verbinding daar wel goed is en wat meer is, dat kost wel stukken van mensen, zo telefoneren van Rusland naar hier *houdt ze zichzelf voor*
Dus hadden we afgesproken dat er altijd nog het internet was en dat we zo wel contact zouden houden. En dat doet hij ook. Alleen niet met mij, maar met iedereen.
Maar beggars can’t be choosers, n’est-ce pas?
Het nieuwe semester is begonnen en ik hou mijn hart vast. Er zijn de twee vakken uit het ‘modeltraject’ op vrijdag. Op woensdagavond en donderdagavond heb ik nu ook een cursus, onder de gedachte: het zal er niet gemakkelijker op worden, dus best die twee ‘kleine’ vakjes er gauw bijnemen.
Voor DCp-Didactiek oefenpraktijk op vrijdag (6 uur) en MBCo-Onderwijs en maatschappij op donderdag hebben we geen examen. Dat is het goede nieuws. Het ‘slechte’ nieuws is dat het zeer hard werken wordt. Of zoals onze leerkracht DCp zegt: als je elke week iets doet, dan geraak je er wel. Slik dus. DCp is wekelijks, MBCo is gecombineerd, wat inhoudt dat er 4 contact/lesmomenten zijn en dat we tussendoor zelf moeten leren en werken.
De twee laatste uren op vrijdag zijn dan POCp-Begeleiding. Wel examen, deel open boek en deel gesloten boek en een groepswerk en opnieuw mensen zoeken om het groepswerk te kunnen maken, maar het lijkt wel een leuk vak te worden. Vooral de lerares is zeer goed. Het is dezelfde eigenlijk als voor DCp en in onze eerste les DCp heeft ze ons al meer geleerd over DCa (didactiek van vorig semester, vak dat ik niet al te goed begreep met tijden) dan onze vorige lerares op een gans semester. Maar soit.
Het vierde vak is MBCL-Leerkracht en verantwoordelijkheid. Begint na de paasvakantie en zal dan zeven woensdagavonden intensief les zijn. De eerste les heb ik al gehad en het zullen lange woensdagavonden worden, maar het lijkt een goede leeraar en het zal denk ik leuk worden. Van wat ik gehoord heb zal het een lastig examen worden: open boek en alles moeten kunnen toepassen, maar dat is uiteindelijk één van de redenen dat ik deze vorm van opleiding gekozen heb.
Een semester goed op mijn tanden bijten, en dan kan ik ‘gewoon’ het modeltraject volgen met telkens nog 2 vakken per semester. Moet lukken, niet?
Toen ik mij deze namiddag voor mijn laptop installeerde merkte ik dat ik één brok zenuwen was. Gans mijn maag in de knoop en ik begreep het niet goed.
Dat duurde even tot ik twee dingen weer besefte: vriendin Murphy werd geopereerd vandaag en den anderen vertrekt naar Rusland morgen. De zenuwen waren opeens verklaarbaar.
Vanavond al toch één relatief goed nieuws gehad: dochter M. deelt mee ‘terug op de kamer en helemaal groggy. Maar het is gepasseerd en voor zover ik weet is alles tot nu toe goed verlopen‘ en dat was een opluchting.
Den anderen is zonet vertrokken richting Brussel om dan morgen om 7.30u (’s ochtends) te vertrekken en daar ben ik helemaal niet gerust in. Hij is al een grote jongen, maar gelijk dat ze – niet – georganiseerd zijn en dat het daar momenteel blijkbaar toch -15 °C is en God mag weten hoe ze waar geraken en of ze er zelfs wel zullen geraken…
Dat het maar gauw weer maandag is … of zondagnacht. En dat hij kan zien dat hij regelmatig probeert te telefoneren.
Een vriendje van Jan van de voetbal doet mee met een wedstrijd en nu zou ik jullie willen oproepen om massaal te gaan stemmen. Niet alleen omdat het een vriendje is, maar vooral omdat ik het een zalige foto vind, en ook: ze hebben blijkbaar nog minstens 700 stemmen nodig om in de top 10 te geraken en zeker een 1.100 stemmen om de eersten voorbij te steken.
Dus doen, zou ik zo zeggen. Klik hier, vult uw e-mail adres in (een bestaand uiteraard) en bevestig uw stem via de mail dat ge terugkrijgt (vandaar dus: een bestaand adres gebruiken, anders kunt ge niet bevestigen en dus telt uw stem niet mee).
Een eens ge gestemd hebt, roept maar al uw vrienden, kennissen, familie, vijanden … op om ook te stemmen. OK?
Zelie haar keel is nog niet je dát. Ze gaat wel weer naar school, maar morgen zou ze moeten zwemmen en dat zag ze niet direct zitten. Haar ziektebriefje om niet te moeten zwemmen verviel eind vorige week dus belde ik de dokter of we een nieuw briefje mochten komen halen. Het was het einde van het spreekuur, dus we zouden net op tijd toekomen en dan het briefje kunnen meepakken om hem dan te laten afsluiten.
Maar de dokter had het te druk om tussendoor een briefje te schrijven en bij aankomst lag er dus niets klaar. Dan maar even wachten in de wachtzaal. En nog een geluk ook, want eigenlijk voelde ik mij niet al te best en hoe later het werd, hoe mottiger ik mij voelde.
We moesten niet lang wachten. De dokter had nog even tijd om mij erbij te nemen en de diagnose verwonderde mij niet: lichte keelontsteking en sinusitus.
Enfin. Het is allemaal meer dan draaglijk. Ik voel mij wel wat mottig, maar niet echt ziek, dus gaan werken lukt wel, en op het werk doen we nu niet echt dingen waardoor ik een keelontsteking zou kunnen doorgeven 🙂