Wie niet horen wil…

Onze kinderen doen niet liever dan in zetels springen, of de leuningen zitten, lopen en staan, op bedden springen, … Kortom, alles wat eigenlijk niet mag en gevaarlijk is of kan zijn. Niet anders dan wij vroeger zeker?

Ik herinner me mijn eigen toeren, of toch één ervan. Mijn zus moet een jaar of twee, maximaal drie, geweest zijn en sliep nog in een spijlenbedje. Ik dus twee jaar ouder en mijn broer nog een jaar ouder. Wij sliepen met ons gedrieën in dezelfde kamer. Ter amusement van mijn zus klommen mijn broer en ik de kamer rond zonder de grond te mogen aanraken.

Ik probeer een beeld te schetsen: een kamer van ongeveer 6m op 6m, twee bedden van 90cm/200cm, een kast of twee, mijn zus haar spijlenbedje, een schouw met tablet, twee vensters met vensterbanken. Hét probleem: de deur, want daar konden we niet over. Maar voor de rest, geen probleem: van bed naar bed, rap over de vloer langs de deur op de kleerkast, over mijn zus haar bedje, op de schouw, op de bureaukast, één vensterbank, grijpend langs de muur naar de volgende vensterbank en terug op een bed. Ik zie mijn ouders nog binnenkomen terwijl ik bovenop de bureaukast zat en mijn broer op een vensterbank zat. Niet goed 🙁 Maar ik moet zeggen: mijn zus was aan het gieren van het lachen, dus we waren geslaagd in dat departement.

Waarom ik hierover begin: wij herhalen ad nauseum dat de onze niet over de zetels mogen lopen, niet mogen in de zetels of op het bed springen, enz. want nu we zelf ouders zijn weten we uiteraard waarom het eigenlijk niet zo’n goed idee is. Maar luisteren ze? Absoluut niet.

Louis heeft deze namiddag evenwel de gevolgen ondervonden van zijn ongehoorzaamheid. Ze waren in de tuin aan het spelen en voor zover ik zag (ik stond aan de afwasbak voor het raam en stond te kijken) deden ze niets gevaarlijk. Op een bepaald moment zat Louis in de klapzetel en toen draaide ik me om om iets
anders te doen.

Plots een enorm hard gegil en direct erop volgend enorm gehuil. Dat gevolgd door een tweede gekrijs. Het eerste kwam van Louis. Jan volgde onmiddellijk. Ik in allerijl naar buiten om te kijken wat er gebeurd was.

Volgens een ooggetuige (Zelie dus) was Louis aan de stoel gaan hangen, deze was gekanteld en hij is op zeer rare wijze achteruit gevlogen en met zijn kuitbeen op de drempel van de deur van het achterhuisje terechtgekomen. Een kleine kap was het resultaat maar op een kuitbeen moet dat énorm zeer doen.

En Jan? Niets aan de hand. Gewoon enorm verschoten door het gekrijs van Louis zodat hij spontaan was mee beginnen huilen (ook sympathiehuilen genoemd).

Ik heb Louis dus maar binnen op een stoel gezet met een doek met ijs op zijn been. De kap toonde een beetje bloed maar bloedde niet. Later heb ik er dan een pleister op geplakt, alhoewel dat meer symbolisch is dan dat het wat uitmaakt.

Net zoals Jan die uit zijn bed gevallen was, vraag ik mij opnieuw af: hoe lang zal het duren vooraleer Louis dit incident vergeten is?

Of Jan het al vergeten is? Niet echt want als hij probeert uit zijn bedje te komen dan wijs ik er hem op dat hij nog wel eens zou kunnen vallen en zijn neusje pijndoen en dan trekt hij onmiddellijk zijn beentje weer binnen 🙂 Zelf refereert hij er wel niet meer naar.

Einde

Zaterdag mochten we ons kindjes terughalen van hun kamp aan zee.

We waren een beetje laat (toegekomen om 12u in plaats van 11u) en de kinderen waren wreed content om ons te zien: ze vlogen ons om de benen en niet alleen omdat we laat waren hoor 🙂

Maar na de eerste blijdschap kreeg ik van Zelie te horen dat ze eigenlijk niet naar huis wou: ze wou nog wat blijven. En eigenlijk vind ik dat niet zo erg: ik had dat ook en zo weet ik tenminste dat ze écht graag gaat, dat ze een leuke vakantie heeft gehad en haar goed geamseerd heeft.

Louis heeft wel niet gezegd dat hij nog wou blijven maar wel dat hij volgend jaar wil teruggaan, wat dus ook zeer positief is.

En wat ik ooh wel heel positief vond: de monitoren hadden alleen positieve dingen te vertellen over onze kinderen. Hoe lief Louis wel was en hoe vrolijk en behulpzaam Zelie was.
Zaterdag waren er dus twee gelukkige kindjes maar ook twee gelukkige ouders: zij zijn weer thuis.

Wachten

Ik zit hier met een knoop in mijn maag te wachten op een telefoontje.

Ze hadden namelijk gezegd dat ze zelf zouden bellen en dus wacht ik. Maar als ze niet gebeld hebben tegen 11u30 dan doe ik het zelf: het telefoonnummer ligt hier klaar. Ik moet het toch weten hé, en hoe vroeger hoe beter.

Wat ik moet weten?

Awel, of Louis nu op kamp blijft of niet. Indien niet moet ik hem vanamiddag gaan halen.

Dus ondertussen zit ik hier te wachten …

En als hij blijft: nog 5 keer slapen, nog 5 keer slapen, …

Update: ze gaan vannamiddag rond 15u bellen na bespreking van gans de groep. We blijven wachten…

Update 2: hij blijft. Hij amuseert zich en wil nog niet naar huis. Dus allemaal doen!

Weg!

Ze zijn weg. Zelie en Louis.

Traantjes, of toch bijna. Niet van de kinderen. Helemaal niet. Die waren blij. Echt blij. Zelie nam zich zelf niet eens de moeite om salut te zeggen. De ‘hoofd’monitor was klaar met zijn speechken en zij was al weg naar de monitor van haar groep.

Weg. Zonder boe of bah. Genen kus, genen knuffel. Niets.

Louis heeft zich tenminste nog de moeite getroost om ons uitgebreid te kussen en knuffelen maar dan was hij ook met veel enthousiasme weg. Geen schrik. Geen verdriet. Niets.

Uiteindelijk is het beter zo natuurlijk. Liever twee enthousiast kinderen dan een drama te moeten achterlaten. Maar toch…

Op de terugweg een paar keer hard moeten slikken om toch maar niet te beginnen wenen (niet zo goed hé als ge aan het rijden zijt).

Enfin, we kunnen beginnen aftellen: nog 8 keer slapen en we mogen ze terug gaan halen. Of nog 2 keer slapen moest blijken dat Louis toch eigenlijk liever niet mee was gegaan, achteraf bekeken dan. Ik hoop evenwel voor hem van niet want ik zou het nog erger vinden als nu zou blijken dat hij het eigenlijk helemaal niet leuk vind.

Nog acht keer slapen, nog acht keer slapen, nog acht keer slapen, …

Mandje

Louis komt boven zeggend dat hij een mandje (van de doopsuiker) heeft ‘gevonden’.

Ik frons mijn wenkbrauwen als hij het me toont want het is leeg. Eerste gedachte: het zal wel uit de zak gevallen zijn.

Dan kijk ik naar zijn mond en hij heeft een rode vlek op zijn bovenlip. Eerste gedachte: hij bloed, tot mijn euro valt: hij heeft de snoep van het mandje opgegeten.

Vandaar de vlek, vandaar het leeg mandje.

Den deugniet 🙂

Mopje

Louis wil mij een mop vertellen:

  • mag ik je de mop van kippevel vertellen? (just zijn moeder: eerst de clou vertellen)
  • ja, doe maar
  • euh … ik weet de naam niet meer (naam van het kindje uit de mop dus) … ik ga eens denken

Twee minuten later

  • Louietje! Hij noemt Louietje (met grote glimlach)

Vraag

Dinsdagavond, 21u17.

Michel hoort nog lawaai in de kamer van Zelie en Louis. Of ik eens iets wil zeggen (hij had al twee keer gereclameerd). Ik sluip heel stilletjes de trap op om te zien wie er feest aan het houden is, kwestie van de juiste persoon te straffen.

Ik zie Louis relatief stilletjes tegen zijn knuffels praten. Als ik om de hoek kijk zie ik een heel klein stukje Zelie dat doodstil in bed ligt.

Alles in orde, meld ik Michel, ’t is maar Louis die tegen zijn knuffels bezig is. Ze zijn niet aan het spelen.

21u20, zelfde avond.

Louis komt op de trap staan en vraagt waar Zelie is. Ik kijk verbaasd naar Michel en hij naar mij: wij hebben Zelie niet zien of horen uit haar bed komen. Antwoord dus: in haar bed? Maar ik zie haar niet, zegt Louis met een klein piepstemmetje. Misschien is ze op het toilet. 2 seconden later: daar is ze ook niet, met nu al meer angst in de stem.

Ik dus naar boven, lichtjes ongerust, want waar kan Zelie in godsnaam naartoe gaan? Louis vliegt als de weerga in zijn bed als hij mij hoort afkomen. Eens boven werp ik één blik op Zelie’s bed: zij ligt daar rustig te snurken.

Louis er met zijn neus op gedrukt (niet letterlijk natuurlijk). Hij gerustgesteld en alles werd heel stil … eindelijk.

One small step …

Louis is nog een beetje bang in het water. Vandaar dat hij nog geen zwemlessen krijgt.

Sinds een week of twee ga ik nu elke dinsdag en vrijdag na school gaan zwemmen met Zelie, Louis en Jan (Anna blijft nog vanop de zijlijn toekijken). We gaan samen met de vriendjes van school, of beter: een andere mama met ook drie kindjes  (meisjes) waarvan de twee oudste samen met respectievelijk Zelie en Louis in de klas zitten (en haar jongste volgend jaar bij Jan zal zitten :)).

Een goed iets blijkbaar want het vriendinnetje van Louis kan wel al zwemmen en dat geeft Louis iets om naar te streven. Vooral omdat hij met N. wil spelen en dat dat moeilijker is als zij in het diepere deel gaat van het kleine bad.

Vandaag konden de vriendjes niet. Jan zat nog op de peutertuin en gezien zijn recente ontmoeting met de windpokken vond ik het raadzamer dat hij nog niet mee ging zwemmen. Dus alleen naar het zwembad met Louis en Zelie.

Zelie begint ondertussen beter en beter te zwemmen dus daar moest ik niet erg op letten. Met Jan afwezig kon ik mij dus volledig bezighouden met Louis.

Louis begon trots met te tonen dat hij, met dichtgeknepen ogen en neus, zijn gezicht in het water durfde steken.

Ik daagde hem toen uit om met zijn hoofd onder water te gaan. We deden het heel geleidelijk: op de trapjes zitten en dan steeds een trapje lager gaan.

De eerste pogingen lukten maar half: de bovenkant van zijn hoofd bleef telkens boven water. Maar Louis gaf niet op en uiteindelijk is gans zijn hoofd onder geweest.

Een goede truc dus van mij, zeggen dat zijn hoofd onder moest, niet alleen zijn gezicht. Zo concentreerde hij zich volledig op het ondergaan van zijn hoofd zonder er teveel bij stil te staan dat hij ondertussen steeds maar weer kopje onder ging.

We zijn nu dus al zo ver. Volgende stap: van het ondiepe naar het “diepe” deel van het klein badje gaan. Daarna: in het zwembad springen zonder schrik dat zijn hoofd onder gaat.

Jawel, one small step …

Zwemmen

Met dat ik nu met Zelie ga zwemmen wou Louis ook. Ik heb hem dan maar gezegd dat Zelie en ik gaan zwemmen, écht zwemmen en dus niet spelen, en dat hij dat nog niet kon en dus niet meekon.

Ik beloofde hem wel dat ik zou informeren bij de badmeesters om hem eventueel te leren zwemmen en Louis was daar zeer blij om.

Na het zwemmen gisteren heb ik dus de badmeesters aangesproken en die hebben me een telefoonnummer gegeven van hun collega die les geeft en ik mocht nog gisterenavond bellen.

Dat heb ik dan ook gedaan.

Gezien het het einde van het jaar is kon Louis nog les krijgen, maar dan ging het zeer intensief moeten gebeuren: elke zaterdag én zondag én nog een dag in de week, telkens een half uur, en dit gedurende de komende vier weken.

De eerste afspraak was voor deze middag en ik heb dan maar Michel de opdracht gegeven om toezicht te houden: daar een half uur staan wachten met drie kleine kinderen, juist op het middaguur, vond ik niet aangeraden.

Louis heeft deze voormiddag zeker wel vijf keer gevraagd wanneer hij nu ging gaan zwemmen: doodenthousiast, dus toen het eindelijk tijd was kon hij niet rap genoeg omkleed geraken.

Ik ben nog een vijftal minuten blijven kijken om dan met de drie andere kinderen naar huis te gaan. Louis leek nog steeds volkomen in zijn element.

20 minuten later kwam Michel al aangereden met Louis achterop: de zwemles was blijkbaar geen succes geweest. Gezien Louis nog een beetje bang is in het water heeft de leraar ons aangeraden te wachten tot hij helemaal op zijn gemak is in het water.

Louis moet dus nog aan watergewenning doen.

Ik heb Zelie dan maar gevraagd of ze het erg zou vinden als Louis op vrijdag zou meegaan of dat ze liever had dat het gewoon wij tweeën zou zijn. Ze twijfelde geen seconde: Louis moest mee. Toch een heel klein beetje teleurgesteld (want ik dacht dat zij het leuk zou vinden iets onder de meisjes te doen) vroeg ik waarom en toen antwoordde ze dat ze dan niet alleen in het klein badje zou zitten.

Zelie, altijd de praktische 🙂

Dus vanaf volgende week zal Louis waarschijnlijk ook mee gaan zwemmen. Tenminste, als hij wil en dan ga ik proberen of ik hem kan helpen over zijn angst. Als blijkt dat hij het zelf toch niet leuk vindt kan hij nog altijd beslissen om bij papa te blijven en Sokaban te spelen.