Emoties

Ik had er al eens iets over geschreven, over vriendschappen en dat daar aan gewerkt moet worden en hoe het leven daar soms tussen komt.

Vrijdagavond, op het feestje van het Project, zat ik dus aan de kassa bonnetjes te verkopen toen er plots iemand binnen kwam die ik al niet meer gezien had sinds drie dagen voor de geboorte van Anna.

En blij dat ik was. Ik kreeg er zowaar tranen van in mijn ogen. Nooit beseft dat ik die mensen zo erg gemist was.

Maar we hebben goede voornemens gemaakt en dat niet alleen: we hebben al een afspraak gemaakt om nog eens samen te komen, mét kinderen en alles.

Ik kijk daar nu al zo ongelooflijk naar uit, ge hebt geen idee.

Feesteken

Der was gisteren een heel leuk feesteken waar ik naartoe zou gaan. Niet dat er veel opties waren hoor want hoedanook zou ik erbij zijn. Moest ik erbij zijn. We hadden een babysit gevraagd en ik had beloofd een lasagne te maken, en ik vind het niet leuk om beloftes niet na te komen.

Soms is er overmacht en zo en dat kan dat wel eens als excuus dienen, maar gisteren was er dat niet. Wat er wel was, was ongelooflijk veel zeer. Pijn dus. Op mijn heupen. Ontstoken zenuwen heet dat. Niet leuk. ‘k Heb er wel pillen voor, ontstekingsremmers, maar ik ben zo’n slechte in dingen regelmatig nemen, dus veel helpt dat niet. Eigen schuld dikke bult en al.

Pijn dus. En ook wel wreed moe wegens slecht slapen van de zeer. Het plan was dus: eten, klapke slaan en vroeg naar huis. Dansen zat er sowieso niet in en ik doe dat wreed graag en van drinken ben ik al een paar jaar afgestapt. Niet dat ik ooit een zuipschuit was, maar met zwanger worden en kindjes krijgen is dat herleid tot zo goed als nihil. Dus vroeg naar huis en proberen slapen.

De avond begon zoals gepland: lekker gegeten, leuke babbels en wreed lekkere taart erna. Vanaf ongeveer half tien ging de zaal open voor het grote publiek. Ik was als een van de eerste klaar met eten en zo en dus ging ik maar als eerste achter ons mini kassa zitten om drankbonnekes te verkopen … en ik ben daar gewoon blijven zitten.

Want die plaats had alleen maar voordelen: ik zag gewoon iedereen, ik zat daar geen seconde alleen: de mensen kwamen mij opzoeken en dus moest ik niets van moeite doen én doordat ik zat deed mijn heup veel minder pijn.

En zo moest ik plots vaststellen dat het half twee was. Iiiiieeee!!! De tijd was voorbij gevlogen. Het was een vreselijk leuke avond geweest en hij was nog niet gedaan want ik voelde mij helemaal niet meer moe of ambetant.

Rond die tijd kwamen de mensen van de zaal ons immers meedelen dat ze toch graag hadden dat het om 2u zou gedaan zijn en dus verkochten we ons laatste bonnetjes om 1u59. Uiteindelijk werden we om kwart voor drie nog eens vriendelijk (maar veel kordater) verzocht om weg te gaan, dat ze nu echt wel wouden sluiten.

Ik ben wijselijk niet meer ingegaan op het voorstel om het feest verder te zetten in andere gelegenheden zodat ik om 3u thuis was en onze babysit wakker maakte zodat ze ook (eindelijk) naar huis kon.

Dus als u ons feestje heeft gemist heeft u brute pech gehad want het was echt wel goed.

Gestart

Na de aanvang van het schooljaar is het nieuwe jaar voor de oudervereniging vanavond ook ingezet.

Eerst de algemene vergadering met als einde de verkiezing van de leden van de Raad van Bestuur: wij hebben mandaten van twee jaar en dus elk jaar zijn er wel een paar mensen die moeten herverkozen worden. Dit jaar waren er twee mensen die hun mandaat niet wensten te hernieuwen én we hadden twee nieuwe kandidaten, dus geen verkiezing nodig wegens net genoeg mensen voor de mandaten.

Daarna een toespraak van Luc Devoldere: ‘De school als vrijplaats’. De mensen die er niet waren hebben een zeer interessante toespraak gemist. Over hoe de druk op de scholen verhoogt en dus ook op de kinderen, over hoe een ideale school zou moeten kunnen zijn, over hoe ouders zich niet zouden mogen mengen in het schoolleven, dat de school eigenlijk een ‘vrijstaat’, een vluchtoord zou moeten zijn voor de kinderen en over nog veel meer.

Zeer boeiend en begeesterd verteld en iedereen zat ingespannen te luisteren met groot applaus na afloop.

Daarna een receptie waar ik niet te lang gebleven ben. Voor de vergadering niet al te veel gegeten en dus was ik razend van de honger. Een andere mama ook en dus zijn we het samen afgetrapt en zijn we een rosbief broodje gaan eten in de Martino. Niet dat we wisten dat we dat daar gingen eten, maar we zijn dus naar de Martino gegaan, hebben de kaart bekeken en hebben er het broodje ‘double roastbeef’ besteld. ‘double’ dat klopt dus niet hé: er lagen toch wel zeker vijf schellekes rosbief op, geen twee. Zeer lekker broodje dus.

Tegen half elf thuisgekomen, beetje mails ingehaald en blogs gelezen en nu tijd om naar bed te gaan.

Binnen twee weken is het dan de eerste vergadering van dit schooljaar van de oudervereniging. Het schooljaar is nu wel echt begonnen.

Appreciatie

Zo leert ge een buitenlandse collega eens kennis maken met een heerlijk stukje Belgische chocolade en dan krijg je deze conversatie (met als titel van de mail ‘OMG!!!’):

  • ‘IT WAS SO SO SO GOOD!!! YOU ARE A PRO!!! THANK YOU SO MUCH!!!!
  • I know, I know. I also know my chocolate 🙂
  • Indeed you do, indeed you do!!

Zo is mijnen dag ook gemaakt voor vandaag.

Ziekjes?

Ha neen! Voor het eerst in twee weken voel ik me weer goed. Normaal.

Het snotteren is voorbij (allez, voor zover het snotteren ooit ophoudt bij mij), ik ben niet meer doodmoe, geen koppijn of sufheid. Sinds de apotheose van donderdag voel ik mij elke dag een beetje beter.

Mens, dat doet deugd. Gelukkig ook want volgende week belooft weer ongelooflijk druk te worden: twee vergaderingen, over en weer rennen naar Oudenaarde om papa te bezoeken, feestje van het Project (komen hé!!), start nieuw scoutsjaar (Zelie gaat over dit jaar) en dat allemaal bovenop de gebruikelijke kinderactiviteiten én het werk natuurlijk.

En nu ik mij beter voel kan ik eindelijk ook eens Janne gaan bezoeken, maar aan de lijst hierboven te zien zal ik dat (jammer genoeg) nog een weekje moeten uitstellen. Het is alleszins iets waar ik ongelooflijk naar uitkijk.

‘k Ga dus (eindelijk) in bed kruipen want ik ga mijn energie nog kunnen gebruiken.

Druk

Na  bijna twee jaar is de druk van ons warm water terug. Gewoon zalig! Ge hebt geen idee! (of misschien juist wel)

Twee jaar geleden verdween de druk op het warm water in ons (hoofd)huis langzaam maar zeker. Toen ik daarvoor in december 2005 een afspraak maakte met de installateur van onze CV installatie, stuurde deze een groentje die geen oplossing kon bieden. Hij zou zijn baas waarschuwen om iemand te sturen die er iets meer van kent.

Nu, ge kunt het al raden: niemand meer gezien. Wel een factuur gekregen voor niet gedane werken, nl. ‘herstel druk warm water’. Dus een telefoontje naar het bedrijf: mannen, ik wil gerust betalen àls dat nu zou gebeurd zijn. Maar er zou iemand anders komen en ik wacht nog altijd.

‘Aha, mevrouwtje, zit dat zo? Awel, geef eens uw nummer en dan bellen we terug voor een afspraak te maken’, wat ik dus deed. Uiteraard niemand meer gehoord, wat dacht u. Wél een herinneringsbrief gekregen voor de factuur.

Tiens, dacht ik. Dat telefoontje zal wel niet genoteerd zijn, dus nog eentje gepleegd. U raadt het al, identiek hetzelfde gesprek gehad. En u kan het alweer raden: niemand meer gehoord of gezien.

Geen herinneringsbrief meer gekregen, maar vanaf dan pleegde ik zo per maand toch wel een telefoontje.

Tot ik zo’n acht maanden later eindelijk gecontacteerd werd door het bedrijf. ‘Oef’ dacht ik, ‘eindelijk gaat dat opgelost geraken’, maar neen hoor. Het was de boekhouding, ‘of ik die achterstallige factuur zou willen betalen?’. Nog eens de situatie uitgelegd en opnieuw hetzelfde antwoord: ze zouden mij terugbellen voor een afspraak en of ik mijn telefoonnummer wou achterlaten?

Ondertussen konden ze waarschijnlijk al een telefoonboek maken met mijn telefoonnummer alleen in, maar enfin: ik geloof in de goedheid van de mensen en dat mensen wel eens verstrooid zouden kunnen zijn en dat nummer (constant) misleggen, dus geef ik het nog maar eens.

Verrassing, verrassing: niets meer gehoord. Tot twee maanden nadien: een herinneringsbrief. Nog een keer. Nu, ze hadden zich vergist hoor: er stond ‘eerste herinnering’ op, maar toch.

Toegegeven, ik was een beetje kwaad. Ik ben in een ver verleden nog wel eens advocaat geweest en zo een telefoontje waarin ik zeg dat ik niet akkoord ben met een factuur voor werken die niet uitgevoerd zijn, dat valt, dacht ik, onder ‘protesteren van een factuur’. Zo een paar telefoontjes (een tiental, but who’s counting), zou toch zo hetzelfde effect moeten hebben. En dus deed ik niets. Want, ook in dat ver verleden, ik had ooit zo iets gelezen dat als een individu (geen handelspersoon dus) niet reageert op een factuur of op een aanmaning, dat als stilzwijgend protest gold (niet dat mijn protest tot dan zo stilzwijgend was geweest, maar enfin, zo was ik toch dubbel gedekt).

Twee weken later kreeg ik dan mijn ’tweede herinnering’ (derde dus, maar dat daar ergens iets mis was met hun geheugen, dat was al vastgesteld) en deze keer heb ik mij niet op de achtergrond gehouden: een aangetekend schrijven was mijn antwoord. Met alle feiten op een rijtje en een ultimatum: één maand en ze sturen (eindelijk) iemand om de werken te doen of ze mochten de factuur op hun buik schrijven.

En raar maar waar, sindsdien heb ik nooit meer iets van hen gehoord. Maar ondertussen zat ik al een jaar zonder druk op mijn warm water.

Het is raar hoe een mens zich kan gewennen aan iets, zelfs aan iets dat ongelooflijk vervelend is. Want uiteindelijk hadden we wel warm water, het kwam gewoon heel erg traag. De verwarming werkte en een mens past zich aan.

Ook toegegeven, ik ben soms niet de meest initiatiefnemende persoon en dus liet ik de boel de boel.

Tot een tijdje geleden: ik was de lekkende kranen in ons huis grondig beu en een toffe mens/vriend heeft mij uit de brand geholpen om ze te vervangen.

Eens in actie geschoten heb ik de telefoon opgenomen om dan maar de installateur van onze CV van het achterhuis te bellen voor een afspraak voor onderhoud (hij was al eens langsgeweest voor een klein probleempje én hij had dat in no time verholpen én hij had daarvoor niets aangerekend: ongelooflijk sympatiek mens dus) én hem direct gevraagd of hij deze in het hoofdhuis ook kon doen. ‘Geen probleem’ zei hij, dus vertelde ik hem direct ook maar van ons warmwaterdrukprobleem en daar zou hij ook naar kijken.

Vrijdag was dé grote dag: de CV-man zou langskomen en hij deed dat ook. Hij is hier een klein anderhalfuur geweest en heeft in die tijd de installatie vanachter een onderhoudsbeurt gegeven en weer in gang gestoken (de pomp zat blijkbaar geblokkeerd), de installatie vanvoren een goede onderhoudsbeurt gegeven, de warmwaterdruk hersteld (blijkbaar een probleem van reactie tussen ijzeren boilerketel en koperen buizen en bijgevolg roest) én de verwarming op de jongens hun kamer hersteld (Louis was eens op de vensterbank gekropen en had daarbij de knop van de verwarming afgebroken). Onze nieuwe bad/douchekop kon hij niet in orde brengen wegens buizen die op de verkeerde plaats zitten, dus douchen zal niet lukken (eigen schuld eigenlijk: had ik maar op voorhand moeten kijken welke kant warm of koud moest zijn) maar een bad nemen wel: eerst warm water laten lopen en dan koud, dus geen probleem.

Yippie Yee! We hebben weer druk op ons warm water 😀

Batterijzieken

Gisteren was Anna niet goed. Toen ik haar uit haar bedje haalde ’s ochtends had ze overgegeven. Gelukkig had ik een dagje vrij genomen zodat ik haar kon thuishouden en nog meer geluk dat ik dat ook gedaan heb: al hetgeen ze in de voormiddag binnenkreeg kwam er gegarandeerd weer uit.

Voor we Zelie en Michel van het ziekenhuis te hebben afgehaald had ik haar al een half uurtje laten slapen en eens we terug waren heb ik haar onmiddellijk, zonder eten, in bed gestoken. Ik denk dat ze toch wel een goede vier uur zal geslapen hebben. Na haar dutje was het voorbij: ze at weer en dronk weer en het bleef zitten. Deze morgen ging ze dus terug naar de onthaalmoeder.

Deze namiddag begon ik mij nog slechter te voelen dan ik al was en ik wist onmiddellijk dat de vraag niet was ‘of’ ik zou overgeven, maar wel ‘wanneer’ ik dat zou doen.

Na het werk dan de kinderen opgehaald en ik stond toch niet te vast op mijn benen. Een geluk dat zitten geen probleem was of ik zou niet in de auto durven kruipen zijn. Eerst Jan, daarna met Jan Louis en Zelie gaan afhalen. Jan liep iets voorop en toen ik op school aankwam stond hij ongelooflijk te wenen: hij was tegen de deur gebotst en had blijkbaar zeer veel pijn. Uiteindelijk is het huilen gestopt, maar de pijn niet echt.

Toen we Louis en Zelie zagen begon Louis ook te klagen: hij had buikpijn en Zelie had pijn aan haar oren, wat logisch is vermoed ik, zo de eerste dag(en?) na de ingreep.

Anna gaan afhalen en zij was gelukkig wel in orde: niet zeer goed gegeten maar voldoende, een ganse dag vrolijk geweest en goed geslapen.

Thuis gekomen was het etenstijd en zowel Louis als Jan wouden niet eten. Ze hebben dan maar iets gedronken en zo kon ik hen wel op tijd in bed steken. Jan direct al om 19u en Zelie en Louis een half uurtje later. Louis lag nog geen vijf minuten in bed of hij was er al weer uit, ging braaf over het toilet hangen en begon heel zijn maaginhoud in het WC uit te kieperen. Zielig! en proper! Maar eens alles eruit lag voelde hij zich eindelijk een pak beter, is hij in bed gekropen en als een blok in slaap gevallen.

Voor één keer kon ik er ook op tijd in: om 20u lag ik in bed. Jammer genoeg niet om te slapen, al hoopte ik het wel, maar de laatste uren was ik mij steeds slechter gaan voelen en eigenlijk lag ik in bed te wachten tot het onvermijdelijke ging gebeuren. Tot het moment ging komen dat ik moest overgeven.

Vijftien minuten later was het zover en mocht ik naar boven spurten en terwijl ik zo over het toilet hing hoorde ik hoe Jan wakker werd en ook aan het overgeven was. Klein concertje dus. Zo ongelooflijk zielig want het is nu niet alsof je even de kraan kan dichtdraaien terwijl je overgeeft om daarna weer verder te doen. Jan bleef dus even alleen.

Toen ik eindelijk bij Jan was was de ravage nogal groot: gans zijn hoofdeinde lag onder en hij was er op één of andere manier zelfs in geslaagd om op de muren over te geven. Jan uit bed en bij toilet geparkeerd in vuile pijyama, bed afgetrokken, Jan uitgekleed en in de badkamer gestoken om te wassen, vuile was naar beneden, naar boven en muren afgekuist, bed opgemaakt en dan naar Jan om hem te wassen.

Een kind dat zich slecht voelt in bad steken, dat is hetzelfde als hem martelen dus. Hoe warm het water ook mag zijn, het blijft altijd te koud, en dus zat Jan een ganse sessie te huilen. Toen hij eruit was en ik hem aan het afdrogen was kwam er al een volgende lading overgeefsel. Rap over het bad gehouden en de schade kunnen beperken tot een vuile handdoek.

Tijdens die tweede sessie dacht ik bloed te zien in het overgeefsel en terwijl Jan de inhoud van zijn maag verder uitkieperde belde ik in paniek naar Michel zodat hij naar huis zou komen. Eens dat gedaan terug naar Jan waar ik merkte dat ik misschien over reageerde. Er was wel bloed, maar het zat duidelijk in snotslijm die er langs zijn mond was uitgekomen en dat was niet te verwonderen want bij zijn eerste sessie had hij ook een bloedneus gehad.

Tegen dat Michel hier was is hij mogen terugkeren naar waar hij vandaan kwam en heb ik Jan weer in bed gestoken. Erna heb ik mij even in de zetel gezet om te bekomen: dat draaien op mijn benen van de namiddag was er immers niet op verbeterd.

Nog geen vijf minuten later was het opnieuw van dattum bij Jan. Rap naar boven dus en deze keer de schade relatief kunnen beperken. Ik had nl. een handdoek én een kussensloop onder Jan zijn hoofd gelegd en hij had zich beperkt om op de kussensloop over te geven en een beetje op zijn pijyamavest en in zijn haar.

Ik wou het die jongen echt niet meer aandoen om hem nog eens in bad te steken zodat ik zijn haar kon wassen, dus heb ik mijn best gedaan met vochtige doekjes en een washandje. Morgen is vroeg genoeg om hem dan nog eens goed te wassen.

Terwijl ik hem nog eens stond aan te kleden kwam het bij mij weer op. In zeven haasten Jan een propere pijyamavest over zijn hoofd getrokken en naar het toilet gerend. Net op tijd en van deze keer was het niet om over te geven maar kwam het langs de andere kant. Ik moet er geen tekeningetje bij maken.

Daarna heb ik nog een kwartier gewacht vooraleer hem opnieuw naar bed te laten gaan en nog een geluk ook: hij heeft nog een derde maal overgegeven, ditmaal mooi boven het toilet. Niet dat er nog veel uitkwam, alleen slijm, maar toch.

Hij zit sinds 15 minuten opnieuw in bed en mijn voornemen om om 20u te gaan slapen is dus compleet mislukt. OK, ik kon al een kwartier in bed zitten, maar nadat Jan in zijn bed zat wist ik niet of ik niet zelf onmiddellijk het toilet weer nodig zou hebben, en dus heb ik mij nu even gezet om te zien wat mijn lijf mij verteld. Na 15 minuten klinkt het relatief goed.

Poging nummer twee om te slapen ga ik dan nu aanvangen. Hopelijk niet ‘wordt vervolgd’. Slaapwel.

Update: Ik had de post nog niet goed en wel gesaved of ik ben weer naar boven mogen lopen voor Jan. Veel kokhalzen en weinig dat eruit komt, maar ondertussen blijft het toch duren. Het zal geen plezante nacht worden, heb ik zo de indruk.

Een eerste keer

Met dat papa nu in het ziekenhuis ligt (het gaat beter trouwens en er is een diagnose die enerzijds meevalt en anderzijds nog eens lastige periodes zou kunnen opleveren, maar soit) is mijn broer gisteren dan eens afgekomen uit Nederland, waar hij woont dus, om een bezoekje te brengen.

Gisterenavond moest ik dan bij mijn zus zijn voor mijnen rug en toen ik onderweg belde naar mijn papa om te vragen hoe het ermee was, zei hij mij dat mijn broer en zus iets zouden gaan eten. Dat vond ik uiteraard veel  interessanter dan gemarteld te worden (want hoeveel deugd het achteraf ook doet, de behandeling zelf is geen sinecure) en dus sprak ik met zus en broer af om de behandeling te wisselen voor een etentje.

We zaten dus met zijn drieën op restaurant en beseften plots dat dit de allereerste keer is dat wij dat ooit hebben gedaan. Niet dat we nog nooit samen op restaurant zouden gezeten hebben. Dat wel. Maar dan zaten daar ook andere mensen bij: papa, partners, kinderen, …, nooit zo alleen met ons drietjes.

Het was zeer gezellig en toen we afscheid namen reden we elk weg in onze respectievelijke auto’s.

Mijn broer heeft nog bijna de hele weg naar Gent voor mij gereden en soms naast mij. Aan het laatste ronde punt voor de autostrade waren er plots twee auto’s tussen ons en tegen dat ik het rond punt af was zag ik nog net de achterlichten van mijn broer zijn auto verdwijnen in de bocht van de oprit.

Mijn broer reed precies mijn leven uit en ik werd er zowaar een beetje triest van. Alsof Nederland nu zo ver weg is.