Ge houdt het niet voor mogelijk

Zaterdag zaten we op een trouwfeest. Familie, vrienden, wreed gezellig. Een aperitiefke of 2 binnen, want ja, het was nog vroeg op de avond, 21u, en de eerste uren gingen we toch niet naar huis. Bij het eten zou ik dan niets meer drinken, want ja, altijd Bob, nietwaar.

21.10: de nummerplaat van mijn wagen wordt afgeroepen in de zaal, en of de eigenaar naar buiten wou komen?

OK dan? Ik dacht na of ik toch niet verkeerd geparkeerd stond: ik had de laatste parkeerplaats recht tegenover de zaal ingenomen en voor zover ik gezien had mocht ik daar toch staan. Ik dus naar buiten. Daar stond de overbuurman van de zaal en een aantal mensen van de catering die net getuigen waren geweest van iemand die doodleuk achteruit tegen de auto had gereden en dan dus maar gewoon weg was gereden. Vluchtmisdrijf … terwijl er 3 mensen op stonden te kijken!

De overbuurman bleek van de lokale politie te zijn en hielp mij bij het aangeven van de feiten bij zijn collega’s. Hij had de auto en nummerplaat genoteerd en de aanrijding zien gebeuren. De 2 mensen van de catering hadden de bestuurder van de wagen goed gezien. Blij dat de politieman getuige was, want het woord van een politieagent weegt toch wel door. Maar, vroegen ze op het commissariaat: of ik naar daar kon rijden om aangifte te doen want ze hadden niet genoeg manschappen om tot bij mij te komen.

Euh, neen, zei ik: ik had net twee glazen cava op en alhoewel ik niet dronken was wist ik ook wel dat ik op dat moment niet achter het stuur moest kruipen: ze wisten namelijk dat ik op een trouwfeest was, dus, redeneerde ik, grote kans dat ikzelf ga moeten blazen. Geen probleem, zei de vriendelijke agente aan de andere kant: wacht gerust een uurke en kom dan af.

Een uur later dus naar het commissariaat gereden om verklaring af te leggen. De politieagent daar was een stuk botter, om niet ronduit vijandelijk-aggressief te zeggen. Soit, eens hij de aangifte van zijn collega terugvond werd de sfeer toch een beetje gemoedelijker, maar niet veel. Ik kwam aangifte doen van een aanrijding tegen mijn wagen, zonder dat ik zelfs maar in de buurt was, en ik voelde mij alsof ik de dader was. En ja hoor: uiteraard mocht ik blazen (negatief gelukkig).

Twee uur heeft dat lolleke mij gekost: 15min heen, 15min terug en anderhalf uur daar mogen zitten om te antwoorden op alle vragen betreffende de aanrijding: “Ik weet het niet: ik was er niet bij. Vraag het aan de getuigen.” En ondertussen zat den anderen daar moederziel alleen (maar niet echt: genoeg familie en vrienden om hem gezelschap te houden hoor en hij heeft zich kostelijk geamuseerd, wat hij anders ook mag beweren).

Het trouwfeest dus gedeeltelijk gemist en ook bijna een deel van de gerechten, maar gelukkig was er de catering die alles dus gezien en gevolgd had: zij hadden de gerechten, die ondertussen geserveerd waren geweest, mooi opzij gehouden voor mij zodat ik alles kon inhalen. Prachtige mensen.

Ondertussen gehoord dat de dader bekend heeft, dus verzekeringsgewijs komt dat wel goed. Maar de miserie van alles nu in orde te moeten laten brengen en dan de auto kwijt te zijn voor herstel, dat komt dus nog.

Nog 20, 19, 18, …

uur en dan zijn we weg. ‘We’ als in ‘Jan en ik’. Op naar Spanje.

Toen we begonnen aan de voorbereiding hebben een andere mama en ikzelf ervoor gekozen om met de auto te gaan: zij met haar 2 zonen, ik met de mijne. Samen met 5 dus. De reiskost zou ons voordeliger uitkomen én we konden dan over een auto beschikken als we eens los van het tornooi iets wilden gaan bezoeken.

Morgen om 17u zijn we afgesproken om te vertrekken. Ongeveer gelijktijdig met ons vertrekken ook 2 papa’s met hun zonen en we spreken af in Luxemburg. Vanaf daar rijden we samen. ‘Samen’ als in, in dezelfde richting en we spreken onderweg in bepaalde tankstations af, maar niet als in constant achter elkaar rijden en eventueel op elkaar wachten. Gene stress, dat is het moto van deze trip.

K. en ik zien het goed zitten, zowel de roadtrip als het verblijf daar. Een kleine week, en dan zijn we weer terug. Tot later.

Autoloze zondag: De Dampoort

Vorig jaar ontdekten we op het einde van autoloze zondag dat de Dampoort voor een deel afgesloten was. Maar mensen, het zag er naar uit dat het daar ongelooflijk plezant geweest was.

Het was al na 17u en er liep nog volop volk. Gezellig lummelend op de stoeltjes die op het grasveldje stonden, genietend van de activiteiten en duust kinders die rondliepen en speelden. Toen was de opkuis en opruim al begonnen, maar toch bleven we er nog een beetje plakken en sloten we de autoloze zondag op een heel leuke manier af. Ik onthield het wel voor eventueel dit jaar.

Zondag was ik dan ook nieuwsgierig: zou het daar weer vollen bak zijn? In plaats van eerst eens in het centrum te gaan kijken, trokken Anna en ik direct naar De Dampoort. En ja, het was daar weer afgesloten. Meer zelfs nog dan vorig jaar en aangezien we er nu wel in de vroege namiddag waren, was er nog plenty te doen.

Er was een grote loopton-achtig iets waarin de kinderen konden lopen en zo hun letters in graffiti op de grond zetten. Ge ziet van hier dat Anna dat natuurlijk ook moest doen.

Er lagen bamboestokken en rekkers om mee te bouwen.

Het resultaat was … iets 🙂

De mensen van Inner Kitchen stonden er met een superleuk concept: jij bracht groenten/fruit mee, in ruil kreeg je 2 bonnetjes. Met al de ingrediënten maakten zij iets klaar en dan kon je zelf opscheppen waar je zin in had. Voor ons werd het een vreslijk lekkere bonen/paprika/ajuin/kool (en god weet welke groenten nog allemaal)-curry, rijst, tomatensla en een smoothie, en dat allemaal voor de luttele som van 1,40€. Zottekes.

WP_20150920_15_45_51_Pro

Touwen werden handgeknoopt/-gehaakt om een prachtige poort te maken en uiteraard werd er iets voor de natuur gedaan.

De Dampoort was ‘nog’ meer afgesloten, want niet alleen een deel van het rondpunt van de Dampoort lag toe, ook de Land van Waaslaan was afgesloten in het kader van Land van Garage, dus extra wandelruimte en dingen te beleven. Jammer genoeg waren we nét te laat om de kunstwerken in de garageboxen te gaan bezien: ik zweer het, 1 minuut, maar ze waren zeer strikt. Niet dat ik het hen verwijt: aan het volk te zien hadden ze meer dan hun werk gehad. Maar gezellig was het daar wel en ook al konden we de garageboxen niet meer binnen, we zagen onderweg toch nog wat kunst en genoten nog met volle teugen van de sfeer en de dingen die er wel nog te doen waren. Zelie en haar vriendin zijn ons daar zelfs nog komen vervoegen.

Volgend jaar gaan wij weer van de partij zijn. Benieuwd wat ze dan allemaal gaan doen.

 

En én of of

Waarom kan deze discussie nooit op zichzelf staan. Maakt ge een opmerking over de zotheid van sommige fietsers omdat ze niet zichtbaar rondrijden (geen verlichting, geen fluohesje, geen reflectoren … whatever), krijgt ge direct de commentaar dat het maar de automobilisten moeten zijn die trager rijden.

Maar de discussie over het al dan niet te snel rijden van automobilisten heeft hier toch niets mee te maken.

Fietsers die onzichtbaar rondrijden zijn gewoon zot. Punt. Geen discussie. Ze vormen een gevaar in het verkeer: voor zichzelf, voor andere fietsers, voor voetgangers én voor automobilisten.

Ik ben fietser én automobilist én voetganger, en het ene sluit het andere niet uit. Integendeel. Het is én én, niet of of. En auto’s moeten traag rijden, snelheid aanpassen en voorzichtig zijn, én fietsers moeten snelheid aanpassen, voorzichtig zijn én goed zichtbaar zijn. Het is niet omdat een auto traag rijdt dat dat helpt als er een onverlichte fietser zich voor uw wielen zwiert om één of ander manoeuver te maken dat ge als automobilist nooit zag aankomen, omdat ge de fietser nooit hebt zien aankomen. Een automobilist heeft dan niet genoeg tijd om te stoppen, zélfs als die traag rijdt.

Een fietser is gebruiker in het verkeer en moet zich daarnaar gedragen: verkeerswetgeving respecteren (begint daar eens mee; de overtredingen die begaan worden, nog naast de kwestie van adequate verlichting en zichtbaarheid, breek mij er de bek niet over open) en daar hoort goede verlichting bij. Goede verlichting, als in verlichting die verder zichtbaar is dan een meter, maar verlichting waardoor men de fietsers al van ver ziet afkomen, net als bij auto’s. En dat kan led-verlichting zijn: er zijn heel goede, felle ledverlichtingen op de markt, maar de meesten gebruiken toch maar van die excuselichtjes die je op een meter afstand nog niet kan zien.

Voor mijn part trekt ge dat door naar voetgangers, niet wat verlichting betreft, maar wel wat voorzichtigheid betreft: vorige week stak een voetganger over op een zebrapad dat NIET verlicht was. De voetganger was volledig in donkere kledij gehuld. Het was donker, regende, nihil zichtbaarheid, ongelooflijk veel verkeer, fietsers die (al dan niet verlicht, maar meer niet dan wel) tussen de auto’s flaneerden, en dan de voetganger die plots in het midden van het zebrapad liep.

Ja, hij mocht dat doen. En ja, gelukkig reed ik heel traag (sowieso in het stad), anders had ik hem meegehad. En ja, de stadsdiensten moeten meer verlichting over de zebrapaden zetten om de oversteekplaatsen, en dus de voetgangers die oversteken, goed duidelijk te maken zodat de automobilisten die overstekers duidelijk kunnen zien.

Maar aan de andere kant: als het heel slecht weer is, donker, veel verkeer, zotte fietsers, is het dan écht zo moeilijk voor een voetganger om 2 seconden langer te wachten tot een auto gepasseerd is, in plaats van gewoon zomaar over te steken ‘omdat hij toch voorrang heeft’? Een voetganger heeft veel meer zichtbaarheid dan iemand in de auto en als ik te voet ben (en dat ben ik heel veel), dan weet ik waar mijn prioriteiten liggen. Niet bij die 2 seconden die ik ga ‘winnen’ door mijn ‘rechten’ op te eisen en mij voor een auto te smijten.

Soit, het zijn discussies die niet ‘te winnen’ zijn: bij elke slechte uitkomst zijn er alleen maar verliezers: zwaar gewonden, doden, mensen die, langs alle kanten, getraumatiseerd zijn voor het leven. Dat iedereen eens met die gedachte in het achterhoofd zich in het verkeer beweegt.

Einde testrit

Ons weekje met de Volvo V60 zit erop en een weekje, dat is toch maar kort. Zeker als je in het centrum woont, want zoveel kans om er mee te rijden heb je dan niet. Of toch niet als je ergens op tijd wilt geraken 🙂

Maar kijk, wat kunnen we zeggen na zo’n weekje met een, mogen we toch wel zeggen, luxewagen?

Ik had vooraf eens gekeken op de website naar wat voor auto het was. Toen ik hem ging afhalen bij de reclamemensen waren ze daar verbaasd over. Misschien terecht, want auto’s interesseren mij nu niet direct, maar ik weet soms graag op voorhand waar het om draait.

Het bleek een grote auto te zijn, of beter: een lange. 4,628 m staat er op de site. Ik hield mijn hart al vast. Maar dat bleek niet nodig: dat spel is langs alle kanten uitgerust met duizenden sensoren: voor te dicht langs achter en langs voor en een waarschuwingslichtje voor opzij en nog een tuuterke voor ergens anders… Gelukkig hebben al die lichtjes niet een bijpassend geluidje, of ik zou zot komen. Langs de andere kant: GE KUNT DIE OOK AFZETTEN! Zalig! Want die voor vooraan heb ik dus afgezet: de lichtjes brandden soms als ik op 20m afstand was van een wagen, maar als ik er vlakbij zat deden ze niets. Op de duur begon ik te twijfelen of die auto iets op de grond zag waar ik dus zou overrijden, maar ik heb nooit ergens overgereden, dus dat was het niet. Ik heb het dan maar uit gezet, nog zo gemakkelijk.

Behalve die sensoren, was het een zalige auto: zeer comfortabel om in te zitten, rijdt gelijk niets, er zit serieus wat kracht in de motor, wat ik wel fijn vind, ongelooflijk makkelijk handelbaar en ondanks zijn lengte, absoluut niet lastig om te parkeren of mee te manoeuvreren.

Wat ik ook zalig vond, was het automatische start/stop systeem: telkens je even moet stilstaan en de auto in neutraal zet, valt de motor automatisch uit. Hij start automatisch weer op als je de koppeling indrukt om te schakelen. Geen gezoem meer terwijl je in de file/voor een rood licht staat. Aangename stilte. En voor het milieu zal het ook wel geen kwaad kunnen.

Hij heeft ook een ruime koffer want ja, het is een break. Goed diep en er kan veel in weggezet worden. Geen fiets, toch niet zonder zetels plat te leggen en dat (kijken of de zetels al dan niet plat kunnen en hoe gemakkelijk/moeilijk dat in de praktijk dan zou gaan) hebben we niet uitgeprobeerd.

Wat er op de website wel stond, maar wat blijkbaar niet standaard is (er staat gewoon ‘opties en uitrusting’ zonder te specifiëren wat standaard is en wat optie is), is dat er achteraan geïntegreerde kinderzitjes zijn. Die hebben we dus ook niet uitgeprobeerd, want in het leenmodel zaten die er niet in. Het zou nochtans handig geweest zijn, zeker omdat Jan en Anna echt nog te klein zijn om zonder zitje in de auto te zitten.

Kwa verbruik lijkt het ook meer dan mee te vallen, zeker als ik vergelijk met ons bakske nu: na een week was de benzinemeter niet noemenswaardig verminderd.

Zou ik hem kopen? Tja, neen, want dat gaat niet: er zijn maar 5 plaatsen in voorzien dus moesten wij hem kopen, er zou altijd iemand moeten thuisblijven. Niet echt doenbaar dus. Qua budget vrees ik ook dat het serieus boven ons hoofd gegrepen is. Maar qua comfort en gemak, waarom niet, zeker als je hem vergelijkt met de rammelkar waar we momenteel in rijden 🙂

Kijk, heel veel zinnigs over een auto kan ik dus niet zeggen, maar het is toch iets, nietwaar 🙂

VV60

Ha! Ik had het al op mijnen Facebook gezet, en nu dus ook hier: sinds maandagavond rijdt ik rond in een gloednieuwe bolide. Een Volvo V60. De mensen die beweren er iets van te kennen zeggen dat dat toch wel een klassebak is.

Voor iemand als ik, die een auto beschouwt als zo’n ding dat mij van punt A naar punt B brengt, zegt dat dus niets. Maar dat toeternietoe: ik mag een weekje met een nieuwe auto rondrijden.

Eerste indruk: dat ding is groot. Of lang. Of hoe je het ook wil noemen. Tweede indruk: dat ding rijdt gemakkelijk. Zo vlot en zacht. Alsof ge op wolkjes rijdt. Heb ondertussen al nog eens in onze eigen wagen gereden (hij moest verplaatst worden) en mens, wat een krakkemikkige bak is dat tegenover de VV60.

Ik weet nu al dat ik hem ga missen volgende week 🙁

Weet ge nog?

Dat ik eens schreef over mijn autobeschermengel? Awel, gisteren ontdekt dat hij nog steeds op mijn schouder meereist.

Het begon enige weken geleden, toen ik de ontkoppeling induwde om te schakelen en ik een ‘toink’-geluid hoorde, zo van een veer die terugsprong. Michel hoorde het ook en we vonden allebei dat dat niet goed klonk en ik dus beter langs de garage kon passeren.

Maar toen maakte ik een afspraak, ook om de airconditioning te laten nakijken, en tegen dat ik naar de garage moest was dat geluid al lang gedaan en vergat ik het dus om te vragen dat na te kijken.

En toen ging ik gisteren met de kinderen naar Terneuzen, gaan zwemmen. Een heel leuke, ontspannen dag gehad, rond 16.30u afgerond om naar huis te gaan, want we hadden bezoek ’s avonds en ik wou nog langs de Colruyt om inkopen te doen.

Bijna in Gent gekomen, net voorbij de grote lichten op de Kennedybaan waarbij je kan afslaan om naar de Ring te gaan, hoorde ik een klak: iets brak. Mijn hart sloeg een paar tellen over, maar voor de rest merkte ik niets: de auto deed gewoon en normaal. Ik hoopte dat we zonder problemen thuis zouden geraken maar begon voor de zekerheid toch trager te rijden.

Een paar tellen later staan we stil voor de lichten om af te slaan naar de Afrikalaan, net tegenover de Weba. Toen ik wou vertrekken brak de koppeling door: plat tegen de vloer en geen terugslag meer. Daar stonden we dan, midden op een oerend druk kruispunt, gelukkig nog voor de lichten, en geen beweging meer in de auto te krijgen. En gelukkig dat het gebeurde op het moment dat we stilstonden.

Gevarendriehoek dan maar gezet, Touring gebeld, kinderen uit de auto gehaald en gaan wachten in de Weba: nog een geluk dus bij een ongeluk dat we toch ergens binnen konden schuilen.

Touring was gelukkig nog rap ter plaatse. Het gebroken stuk hebben ze kunnen herstellen, zodat de auto niet moest weggesleept worden en wij dus zonder auto kwamen te zitten.

De Colruyt hebben we niet meer gehaald, maar we waren wel thuis tegelijk met het bezoek. Nog een ‘voordeel’: in plaats van zelf te staan koken heb ik mij nu lekker kunnen laten verwennen op restaurant.

Mijn beschermengel heb ik ondertussen nog eens op mijn blote knieën gedankt en ik hoop dat hij nog heel, heel lang bij mij blijft.

Leve keukenpapier

Met dat ongelooflijk vies weer de laatste tijd kon ik amper nog uit de ramen van de wagen kijken. Nu, uiteraard is de sneeuw en de vorst daar niet de oorzaak van, wel het zout op de banen.

En dus heb ik de spuit voor het ramenkuisen gepakt en een rol keukenpapier en ben naar buiten getrokken. Muziekske op de radio en begonnen.

Toen ik rond was blonken de ruiten en kon ik er eindelijk weer zonder problemen door kijken. Maar waarom stoppen in de helft? Tijd voor de binnekant dus.

Na x aantal maanden en een rol keukenpapier zijn alle ruiten van de auto dus goed gekuist, binnen en buiten. Jammer dat dat niet lang zal duren als ik de weerberichten mag geloven.

Probleemkes

Met mijn autosleutelperikelen van vorige week, en omdat ik toch de wagen moest binnen doen om de nieuwe sleutel te kunnen programmeren, maakte ik direct een afspraak bij de garage voor een groot onderhoud: bijna 100.000 km, dus dat kan al eens tellen. Er moesten een paar grote dingen gedaan worden, het ging mij een serieuse duit kosten en ik ging de auto twee dagen kwijt zijn, maar het moest, dus het moest.

Maandag auto binnen, dinsdag geen tijd om hem af te halen dus gisterenvoormiddag, na kinderen te hebben afgezet op school, auto afgehaald. Fikse factuur betaald en ik vrolijk weggereden.

Einde verhaal, zoudt ge zo denken. Want uiteindelijk ken ik niets van auto’s (deze ochtend nog een gesprekje gehad met een andere mama over het weer en dat het wel gevaarlijk was nu op de baan (was een heel klein eindje geslipt) en toen zei zij mij dat zij voorwielaandrijving had, dus dat dat iets beter was. Mijn antwoord was ‘Ik heb een auto’. Weet ik veel welk soort aandrijving die heeft, als hij maar rijdt).

Maar ondanks dat ik niets van auto’s ken, ken ik mijn auto toch eigenlijk wel redelijk goed. Na een intieme relatie van 7,5 jaar mag dat ook wel. Dus toen ik gisteren met de auto rondreed, voelde het niet goed. Er was iets mis en geen klein beetje ook.

Deze ochtend dus opnieuw, na het afzetten van de kinderen, richting garage.

‘Oe, mevrouw, ge zijt hier weer?’ was mijn verwelkoming. Euh ja, duidelijk. Dus maar uitgelegd waarom ik daar weer stond, half met schaamrood op mijn wangen omdat ik dacht dat ik het mij wel zou ingebeeld hebben.

Ik mocht ‘even’ wachten en ze gingen kijken: de mechanieker die dat ging doen was net even bezig met een andere auto. Nog geen 10 minuten later kwam die mens mijn sleutels vragen en dus installeerde ik mij in de wachtzaal met een Story.

De ene Story volgde de Dag Allemaal op om opnieuw over te schakelen op Story om dan eindelijk, na 3 uur wachten, te horen te krijgen dat de auto daar toch zou moeten blijven: één van de dingen die ze veranderd hadden bij het onderhoud was losgekomen … of zoiets. Ze hadden er geen idee van hoe dat mogelijk was, maar het was dus zo. Ik had het mij dus toch niet ingebeeld.

De Multipla is voorlopig geruild voor een Panda. Het ding rijdt wel vlot (alhoewel ik niet in achteruit geraak), maar ik hoop toch maar dat ik nog vandaag om mijn eigen wagen mag gaan hoor.

Happy bunny

Deze morgen heb ik plaats vier afgezocht in de sagawaar is mijn autosleutel van mijn sleutelbos gevallen?‘: het station van Brugge.

First things first en rechtstreeks van de trein naar de politie en dan de balie van de verloren voorwerpen. Zeer behulpzame mensen die de nodige opzoekingen deden om te zien of er iets binnengebracht was. Pech want er was niets, of toch geen autosleutel.

Dan maar rondgeneusd tussen de fietsrekken om te zien of daar iets lag, maar ook weer nul op request. Tot slot gaan aankloppen bij Fietspunt, maar daar was het nog gesloten. Voor het raam hingen twee sleutels, maar geen autosleutel, dus dat zag er dan toch niet goed uit.

Vanavond vooraleer de trein weer naar huis te nemen, toch nog eens bij Fietspunt langs geweest: als ge het niet vraagt, dan kunt ge het niet weten. Ik had nog maar een halve vraag gesteld, of de man in de container vulde mij al aan: er was een autosleutel van Fiat. Joepie! Gevonden!

Eens thuis heb ik hem toch maar direct geprobeerd: ge kunt nooit weten dat er nog iemand in het station van Brugge zijn Fiat autosleutel zou verloren hebben. Maar niet dus. Het is wel degelijk mijn sleutel.

Ik kan mijn auto terug gebruiken! Ik kan mijn auto terug gebruiken!